Landbouw, natuur en stikstof
Wij geloven in het vakmanschap en de innovatiekracht van de Nederlandse agrarische sector. Duurzame voedselproductie, gezond ondernemerschap en het versterken van de natuur gaan hand in hand. Nederland moet en kan van het stikstofslot af. Het stikstofprobleem houdt de agrarische sector in grote onzekerheid, belemmert de ontwikkeling van onze economie en gaat ten koste van de natuur. Onze keus is helder: we kiezen voor een toekomstbestendige landbouw, een sterke natuur en een toekomstgericht voedselsysteem. Als we Nederland van het stikstofslot halen, kunnen ondernemers weer ondernemen, krijgen PAS-melders, interimmers en boeren weer perspectief, kunnen we woningen bouwen en kunnen we de natuur en biodiversiteit, die onder grote druk staan, herstellen.
De politiek moet de keuzes maken die nodig zijn om in een samenhangend en voor de sector overtuigend pakket de stikstofcrisis op te lossen en ruimte te creëren voor ontspanning in de economie. We bouwen voort op de kracht van voorstellen die verschillende partijen en overheden in de afgelopen jaren al hebben gedaan. Met dit pakket ontstaat op korte termijn ruimte voor bouw en bedrijfsleven om te bouwen en te verduurzamen, wordt maatwerk toegepast om PAS-melders en interimmers te kunnen legaliseren en komt de vergunningverlening weer op gang. Om de uitvoering, monitoring en handhaving mogelijk te maken, is geld nodig. Daarom reserveren we tot 2035 voldoende middelen en herstellen we het Stikstoffonds voor onder meer natuurherstel, gebiedsontwikkeling en de landbouwtransitie, met als doel (juridisch) aantoonbare stikstofreductie. We werken dit samenhangende pakket in onderstaande 4 sporen uit en leggen deze aanpak op de kortst mogelijke termijn vast in de wet.
Generieke stikstofreductie
We werken aan het begrenzen van de emissieruimte en geborgde emissiereductie in alle sectoren (landbouw, industrie en mobiliteit), waardoor weer nieuwe vergunningen kunnen worden uitgegeven. Dit willen we doen:
- We leggen stikstofdoelen voor 2035 per sector in de wet vast, met een tussendoel in 2030. Deze doelen zijn: 42%-46% (NH3) ten opzichte van 2019 voor de landbouw, 50% (NH3) voor de industrie en 50% (NOx) voor mobiliteit. Voor de landbouw wordt voor 2030 als streefdoel een bandbreedte van 23%-25% reductie ten opzichte van 2019 vastgesteld.
- We vervangen de kritische depositiewaarde (KDW) zo snel als mogelijk is door een juridisch houdbaar alternatief. Daarbij wordt gestuurd op reductie van emissies en wordt uitgegaan van de feitelijke staat van de natuur. We voeren een nieuwe vergunningsverleningssystematiek in, gebaseerd op doelvoorschriften. We investeren daarvoor in de uitvoeringscapaciteit bij bevoegde instanties.
- De Rijksoverheid stelt een duidelijke, landelijke aanpak voor en reductiedoelen voor stikstof, CO2 en water. In een gebiedsgerichte aanpak worden, in overleg met de provincies, specifieke doelen per gebied vastgesteld, en zodra dat mogelijk is ook per bedrijf. Door deze doelsturing krijgt elke boer duidelijkheid over hoeveel het bedrijf mag uitstoten en komt zo zelf aan het stuur.
- Met een goed meetnetwerk monitoren we elke 2 jaar de landelijke en regionale voortgang op het gebied van natuur, bodem en water en sturen bij als het nodig is. Voor stikstof breiden we depositie-, bodem- en satellietmetingen uit om modellen te valideren en emissies van NH3 en NOx te monitoren.
- Als het 2030-streefdoel niet wordt gehaald, zullen – in overleg met betrokken partijen – aanvullende maatregelen getroffen worden. Als het stikstofdoel van 2035 niet wordt gehaald, zal als ultieme remedie worden gekort op dier- of fosfaatrechten bij landbouwbedrijven. Ook de industrie en mobiliteit dienen maatregelen te nemen als zij de gestelde doelen niet halen.
- Bij een gebleken geborgd reductiepakket wordt zo snel mogelijk een juridisch houdbare, rekenkundige ondergrens ingevoerd. Waar mogelijk voeren we zo snel mogelijk een drempelwaarde per gebied in.
- We verbeteren de wettelijke basis voor dier- en fosfaatrechten en breiden die uit naar kalveren en geiten. Wanneer een bedrijf overgaat naar een nieuwe eigenaar buiten de familie worden dier- en fosfaatrechten afgeroomd. Dit vergt een verbreding van een al bestaande juridische grondslag die is gekoppeld aan de mestproductieplafonds. Voor de zomer worden de verschillende afromingspercentages na overleg met betrokken partijen vastgesteld, op basis van wat vanuit de bredere opgave nodig is.
- Aanvullend worden, ook in overleg met betrokken partijen, voor de zomer afspraken gemaakt over generieke reductiemaatregelen. Dit met het oog op het realiseren van de doelen in 2030 en 2035, en het verkleinen van de restopgave die met doelsturing moet worden gerealiseerd.
- Een zoveel mogelijk gesloten kringloop per bedrijf of per gebied is minder vervuilend en goed voor de waterkwaliteit. Daarom voeren we een eenvoudige grondgebondenheidsnorm in, uiterlijk in 2032, met een uitzondering voor bedrijven die voldoen aan doelsturing. Daarnaast onderzoeken we een grasland- en rustgewasplicht in uitspoelingsgevoelige gebieden.
- We zorgen voor blijvende financiële ondersteuning voor gebiedsprocessen, zodat extensivering, innovatie en managementmaatregelen verder kunnen worden vormgegeven. Boeren die de gebiedsprocessen begeleiden, ontvangen een vergoeding voor de tijd die zij erin steken.
- Er komt meer experimenteerruimte via ‘fieldlabs’ voor technische en sociale innovatie, extensivering, verdienmodellen en gedoogde toepassing in vergunningverlening en mestwetgeving van doorbraakinnovaties.
- We zetten de vrijwillige beëindigingsregelingen voort en richten die meer op veehouderijlocaties gelegen binnen een strook rond een overbelast Natura 2000-gebied of verouderde bedrijven, met als doel natuurwinst en effectieve stikstofreductie. We maken een aparte regeling voor het versneld uitfaseren van verouderde bedrijven.
Gebiedsgerichte stikstofreductie rond kwetsbare natuurgebieden
Onze aanpak om stikstof te reduceren richt zich met name op de meest stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden die nog niet onder de norm zitten. We zetten in op een combinatie van vrijwillige en meer verplichtende maatregelen. Dit willen we doen:
- Rondom Natura 2000-gebieden komt een zonering die voldoende is om de doelen voor het betreffende natuurgebied te halen.
- We starten met de meest kwetsbare gebieden. In overleg met de provincies worden voor de zomer de zonering en de bijbehorende doelen en maatregelen van de meest kwetsbare gebieden vastgesteld. Binnen de zones dicht bij de natuur zal namelijk een hogere emissiereductie nodig zijn en past de provincie een gebiedsgerichte aanpak toe: innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of beëindigen.
- We sluiten met deze gebiedsgerichte aanpak zoveel mogelijk aan bij lopende processen in de provincies, omdat per gebied maatwerk nodig is. Om een gelijk speelveld te creëren, moeten provinciale plannen voldoen aan landelijke vereisten. Rondom vergelijkbare natuurgebieden wordt overal eenzelfde aanpak (omvang zonering, benodigde maatregelen) gehanteerd. Dit zijn randvoorwaarden voordat middelen kunnen worden uitgekeerd.
- We geven in de uitvoering prioriteit aan de gebieden met de hoogste nood: we starten in 2026 met de uitvoering in minimaal 5 prioritaire gebieden met grote impact, onder meer de Veluwe en de Peel. Per gebied wordt gewerkt aan stikstofreductie, natuurbehoud en -herstel, waterkwaliteit, het tegengaan van verdroging en het herstel van ecosystemen.
- We zetten ook de reeds ingezette, gebiedsgerichte stikstofaanpak in een aantal economische clusters door, waaronder de Rotterdamse Haven en Brainport Eindhoven.
- Terreinbeherende organisaties moeten op basis van monitoring natuurherstel afdwingbaar uitvoeren binnen vastgelegde hersteldoelen. Wij verankeren medezeggenschap in de (prioritaire) gebieden waarbij sector,- natuur,- en ketenpartijen meesturen op doelrealisatie.
- Op plekken waar het kan, krijgt landbouw de ruimte. Om verplaatsing mogelijk te maken voor bedrijven die weg willen uit de omgeving van natuurgebieden komt er, naast regionale grondbanken, een integrale nationale grondbank. Met langjarig structuurbeleid, regie en stimulerende regelingen zorgen we ervoor dat gronden en bedrijfslocaties van boeren zonder bedrijfsopvolgers worden verschoven naar de (jonge) boeren die door willen. Ketenpartijen worden aangespoord hieraan bij te dragen.
Natuurbehoud en -herstel
We zijn trots op onze Nederlandse natuur en landschappen. We willen die gezond doorgeven aan toekomstige generaties zodat ook zij kunnen genieten van de natuur. Dit willen we doen:
- We herstellen verslechterde natuurgebieden, samen met provincies, waterschappen, boeren en natuurorganisaties. Met de aanpak van stikstof en een gebiedsgerichte inzet tegen verdroging en invasieve exoten herstellen we natuurgebieden die er slecht voor staan.
- We voeren het Natuurpact uit en maken nieuwe afspraken voor de periode na 2027. Door natuurgebieden beter met elkaar te verbinden, kunnen we de biodiversiteit van (versnipperde) natuur sterker maken. Met structurele financiering en heldere verantwoording voor effectief natuurbeheer houden we gebieden beter in stand en breiden we waar nodig natuurgebieden uit. Waar dat kan kiezen we voor agrarisch natuurbeheer en medegebruik.
- Met het oog op een eerlijke vergoeding voor agrarisch natuurbeheer, zetten we in op langjarige contracten en uitbreiding van agrarische natuur. We betalen boeren voor aanleg en onderhoud. Hierbij kijken we hoe dit de meeste winst oplevert voor natuur en water.
- We stellen structureel middelen beschikbaar vanuit het Subsidiestelsel Natuur en Landschap voor terreinbeherende organisatie. Dit doen we onder meer om noodzakelijk (intensiever) natuurbeheer en mitigatiemaatregelen te nemen die nodig zijn om de natuur, en in het bijzonder de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden, te herstellen. Hier worden resultaatverplichtingen aan gekoppeld.
- We voeren de Natuurherstelverordening uit. De inzet richt zich, binnen de beschikbare middelen, onder andere op de vergroening van stedelijke gebieden en op natuurherstel in de Noordzee en de Waddenzee. Bij de inzet voor het uitvoeren van de Natuurherstelverordening wordt, binnen de bestaande wettelijke kaders, ook een bredere afweging gemaakt met andere belangen zoals economie en ruimte. We evalueren de doelen voor Natura 2000-gebieden om te zien of deze redelijkerwijs haalbaar zijn.
Gerichte ondersteuning
We vragen veel van de agrarische sector, maar willen ook naast de agrarische sector staan en boeren helpen de omslag naar een toekomstbestendige landbouw te maken. Dit willen we doen:
- Als boeren hun bedrijf moeten aanpassen of als in het gebiedsproces duidelijk wordt dat zij hun bedrijf niet op dezelfde plek kunnen voortzetten, compenseren we boeren voor extensivering, verplaatsing of in het uiterste geval voor uitkoop, waardedaling van grond en/of andere schade. Boeren die verduurzamen of omschakelen naar minder intensieve of meer natuurinclusieve landbouw, krijgen ondersteuning. Daarbij kunnen middelen voor agrarisch natuurbeheer een extra impuls geven.
- AI, drones, groen gas, sensortechnologie, robotisering, biotechnologie/genetica, kweekvlees en innovatieve fermentatie dragen allemaal bij aan de voedselproductie van de toekomst. Met subsidies en kredieten ondersteunen we private investeringen. Door goed samen te werken met het agrarisch bedrijfsleven en kennisclusters kunnen we bewezen innovaties die goed aansluiten bij een toekomstbestendig en duurzaam voedselsysteem opschalen en uitrollen.
- We maken afspraken met agroketens over hoe de overheid beleid kan inrichten zodat duurzame ketens zowel in Nederland als Europa meer afzet kunnen realiseren. Ook maken we afspraken over het aanbieden van groente en fruit die aantoonbaar duurzaam worden geproduceerd of uiterlijk afwijken. We stimuleren de consumptie van biologische en duurzame producten en zetten daarop in door het actieplan groei biologische productie en consumptie voort te zetten.
- We werken aan versterking van de uitvoeringskracht in de sector. Daarom starten we met het oprichten van een productschap 2.0.
Overig
We nemen nog een aantal overige maatregelen. Dit willen we doen:
- Met de glastuinbouw, de akkerbouw en ketenpartijen sluiten we nationale, bindende convenanten om het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen (op basis van milieubelastingspunten) fors te beperken. Er komt meer ruimte voor geïntegreerde gewasbescherming. In Europees verband zetten we in op het toestaan van veredelingstechnieken CRISPR-Cas en cisgenese bij de veredeling van planten.
- Het kabinet ondersteunt jonge boeren en tuinders om de vergrijzing in de landbouw tegen te gaan. De vestigingssteun blijft tot 2035 minimaal op het huidige niveau beschikbaar, waarbij eventuele extra ruimte binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt benut. Daarnaast worden de Regeling groenprojecten en het Investeringsfonds Duurzame Landbouw uitgebreid met de categorie bedrijfsovername, zodat ook de overnamesom en de financiering van grondaankoop of erfpacht voor jonge boeren en tuinders meetellen.
- Het kabinet voert per 2029 een normering in van de inzet van methaanremmers in veevoer.
- Rond de zomer wordt het ontwerp van de Algemene Maatregel van Bestuur Dierwaardige Veehouderij voor behandeling aan de Tweede Kamer aangeboden. Die bevat de gefaseerde normstelling voor dierwaardigheid, gebaseerd op de afspraken uit het convenant ‘Dierwaardige Veehouderij’. Zoals ook in het convenant afgesproken, wordt in deze kabinetsperiode een landelijke autoriteit dierwaardige veehouderij ingesteld, verantwoordelijk voor de monitoring van de dierwaardigheidsnormen. De autoriteit adviseert ook over een eventuele benodigde aanpassing van het tijdspad voor inwerkingtreding van de normen, mede gebaseerd op wat haalbaar is in de praktijk. Dit gebeurt in afstemming met de convenantpartners. Het kabinet investeert in een dierwaardige veehouderij door middel van subsidies en fiscale regelingen met het oog op een economisch perspectief voor gezinsbedrijven. Jonge boeren krijgen speciale aandacht.
- Met investeringen in technische en sociale innovaties en duurzame vangsttechnieken maken we de Nederlandse visserij toekomstbestendig. Daarnaast bieden innovatieve aquacultuur en nieuwe vormen van schaal-, schelp- en zeewierkweek extra kansen voor een duurzame visserijsector. We werken daarin samen met Noordzeelanden en sturen op duidelijke Europese regelgeving.
Bekijk de andere hoofdstukken uit het regeerakkoord.