Regeringsverklaring

Minister-president Jetten heeft op 25 februari 2026 de regeringsverklaring uitgesproken in de Tweede Kamer.

Vergroot afbeelding Minister-president Jetten spreekt de regeringsverklaring uit
Beeld: ©ANP / Paul Dijkstra
Minister-president Jetten spreekt de regeringsverklaring uit.

Mijnheer de voorzitter,

Een van de meest wijze mensen die ik ooit heb ontmoet, was Jan Terlouw.
Mildheid en scherpte gingen bij hem hand in hand, nog sterker naarmate hij ouder werd.
Een gesprek met hem voelde vaak als een warm bad en examen doen tegelijk.
En ik heb me de laatste tijd onwillekeurig weleens afgevraagd wat Jan zou hebben gevonden van de uitkomst van de formatie.
Ongetwijfeld zou hij op onderdelen superkritisch zijn geweest.
Maar ik hoop ook dat hij er iets in zou herkennen van zijn eigen woorden, na die iconische touwtje-uit-de-brievenbus-toespraak.
Hij zei toen tegen de aanwezige jongeren in de studio: ‘Ik heb een prachtig leven gehad, ik wil dat jullie dat ook hebben.’

Politiek gaat over een goed leven voor iedereen, inclusief de hoopvolle belofte dat kinderen het beter kunnen krijgen dan hun ouders

Voor mij is dat de essentie van wat politiek moet zijn.
Politiek gaat over de toekomst, en over hoe we die met optimisme en realisme tegemoet treden.
Politiek gaat over een goed leven voor iedereen, inclusief de hoopvolle belofte dat kinderen het beter kunnen krijgen dan hun ouders.
En het klopt dat je anders kunt kijken naar wat dan precies een goed leven is, en welke politieke keuzes daarvoor nodig zijn.
Toch ben ik ervan overtuigd dat de verschillen, als het er op aan komt, helemaal niet zo groot zijn.

Want in de basis willen mensen hetzelfde.
Een huis en een inkomen.
Mee kunnen doen via een opleiding, een baan of een eigen bedrijf.
Een veilige omgeving.
De zekerheid dat je niet meteen door het ijs zakt als het leven even tegenzit.
Goede en toegankelijke zorg en goed onderwijs.
Een duurzaam en leefbaar land voor later.
En zo kan ik doorgaan.
Maar de kern is dat we willen bouwen aan een beter Nederland. 
Een beter Nederland voor de politieman op straat, de onderwijzer voor de klas, de jonge boer in de melkput, de starter op de woningmarkt, de winkelier in de buurt, en vul maar aan.
Aan ons de opdracht dat de komende jaren dichterbij te brengen.
Met heldere prioriteiten, concrete veranderingen, en graag ook een beetje tempo. 

Stoppen met problemen vooruitschuiven. Zorgen dat de financiën op orde blijven. Geen rekeningen doorschuiven naar later. En daar eerlijk over zijn

De keuzes daarvoor maken we in het coalitieakkoord.
En dan bedoel ik allereerst de keuze voor investeringen in een sterke en innovatieve economie, in goed onderwijs, in defensie en veiligheid, in klimaat en duurzaamheid.
Daarnaast maken we grote keuzes om los te trekken wat vastzit: het stikstofbeleid, het migratiebeleid en de woningmarkt, zodat Nederland weer vooruit kan.
En het betekent noodzakelijke keuzes durven maken.
Stoppen met problemen vooruitschuiven.
Zorgen dat de financiën op orde blijven.
Geen rekeningen doorschuiven naar later.
En daar eerlijk over zijn.
Zodat goede zorg, een stevig sociaal vangnet en een fatsoenlijke oude dag ook straks nog voor iedereen beschikbaar zijn.

En, voorzitter, dan gaat het ook al snel over de beste manier om dat te bereiken.
Wat ons betreft is er de komende jaren maar één manier: samenwerking.
Samenwerking in de politiek en met sociale partners.
Met maatschappelijke organisaties en met de andere landen in het Koninkrijk.
En met onze collega-overheden: provincies, gemeenten en waterschappen.
Samenwerking als beste manier om resultaten te boeken die goed zijn voor heel Nederland.
Ook voor de kiezers die niet op een van de 3 coalitiepartijen hebben gestemd.
Met oog voor diepgewortelde opvattingen van andere partijen.
Omdat democratie meer moet zijn dan de helft plus één.
Zo willen we werken.

Wat niet werkt, is als we in Den Haag de hele tijd alleen maar met onszelf bezig zijn.
Dat hebben we nu wel lang genoeg geprobeerd.
We moeten weg van de politiek van de vierkante millimeter, weg van het chagrijn, weg van elkaar constant de maat nemen.
We zullen weer moeten leren luisteren, naar elkaar en vooral naar de samenleving.
En we willen ook gebruik maken van de kracht van de samenleving.
Er zit zoveel energie en betrokkenheid in mensen zelf.
Nederland is een land van vrijwilligers, verenigingen, wijkinitiatieven en burenhulp – en dat moeten we koesteren en de ruimte geven.
Dat betekent dat de overheid niet in de weg moet lopen, maar moet helpen en de juiste voorwaarden scheppen.
Ons doel is een slagvaardige en slanke overheid die eenvoudig en betrouwbaar is.
Een overheid die begrijpelijke taal spreekt en een menselijk gezicht laat zien.
Dus niet tegenover mensen, maar er tussenin.

We willen een kabinet zijn dat hervormt en noodzakelijke knopen doorhakt, ook als die ingewikkeld zijn

Voorzitter, ik wil deze regeringsverklaring vooral benutten om antwoord te geven op 1 vraag: wat voor kabinet willen we zijn?
En het korte antwoord heb ik eigenlijk al gegeven.
We willen een kabinet zijn dat grote keuzes maakt voor de toekomst, op basis van heldere prioriteiten.
We willen een kabinet zijn dat hervormt en noodzakelijke knopen doorhakt, ook als die ingewikkeld zijn.
En we willen een kabinet zijn van samenwerking.

Maar voordat ik daar meer over ga zeggen, eerst een paar woorden van dank. 
Aan Sybrand Buma en Wouter Koolmees, en in het bijzonder aan Rianne Letschert, die ons met humor, onbevangenheid en vaste hand door een ingewikkeld inhoudelijk formatieproces heeft geleid.
Dank ook aan alle medewerkers van de Tweede Kamer en het Bureau Kabinetsformatie, voor wie niets te veel was. 
En uiteraard dank ik ook de leden van het vorige kabinet voor hun inzet tot op het laatst, speciaal mijn voorganger.
Dick Schoof heeft op een bijzonder moment in onze parlementaire geschiedenis verantwoordelijkheid genomen en die heeft hij tot de laatste dag voluit gedragen.
Daaruit blijkt maar weer, langeafstandslopers zijn volhouders.
Ik wens hem het allerbeste en veel succes bij de marathon van Sydney.
Dick, dank voor de afgelopen tijd.

Voorzitter, ik denk dat weinig mensen zullen betwisten dat internationale veiligheid een grote, en misschien wel onze eerste prioriteit moet zijn.
Voor het eerst in decennia beseffen we dat onze vrijheid en veiligheid niet in beton gegoten zijn.
En ook niet gratis.
In Oekraïne vallen nu 4 jaar lang elke dag Russische bommen op woonwijken, energiecentrales en ziekenhuizen.
Dat is geen ver-van mijn-bed-show, maar een concrete geweldsdreiging op slechts een paar uur vliegen.
Voor het kabinet is volstrekt duidelijk dat Nederland en Europa zich hiertegen moeten wapenen, samen met onze bondgenoten in de NAVO.
Onze veiligheid is onze eigen verantwoordelijkheid.
Met dit coalitieakkoord kiezen we daarom voluit voor doorgaande steun aan Oekraïne en voor grote investeringen in defensie.
En we gaan dat ook wettelijk vastleggen, omdat een sterke defensie niet kan zonder zekerheid voor de lange termijn.

Wij geloven dat een sterk Europa en een sterk Nederland in elkaars verlengde liggen

Ook als we breder kijken, kunnen we er niet omheen: geopolitiek is in korte tijd machtspolitiek geworden.
In hoog tempo wordt de naoorlogse internationale rechtsorde aangevallen en afgebroken.
Oude allianties zijn minder zeker.
Nederland en Europa worden geconfronteerd met de afhankelijkheid van big tech, met een ingewikkelde relatie met China, en met autocratische tendensen wereldwijd en zelfs ook binnen Europa.
En de vraag is: laten we ons dat overkomen of niet?
Wat mij betreft is dat een retorische vraag.
De Europese Unie heeft in het verleden bewezen dat een sterke democratie en rechtstaat de waarborg zijn voor vrede, veiligheid en voorspoed.
Rechtszekerheid staat aan de basis van een sterke Europese economie, waarin bedrijven met vertrouwen investeren, zodat 450 miljoen mensen een goed leven kunnen opbouwen.
In Europa gaan waarden en welvaart samen.
Er is dus geen enkele aanleiding voor calimero-gedrag.
Europa leert de taal van de macht te spreken, en dat is ook hoognodig.
Wij geloven dat een sterk Europa en een sterk Nederland in elkaars verlengde liggen.
En in die sterke, eensgezinde Europese Unie moet Nederland weer een drijvende kracht zijn, zoals dat past bij 1 van de 6 oprichters en de 5e economie in de EU.
Wat daar ook bij hoort, is meer aandacht voor onze aanwezigheid in de wereld, inclusief extra geld voor het postennetwerk en ontwikkelingssamenwerking.
Je moet aan tafel zitten om mee te praten.

We investeren daarnaast in onze nationale veiligheid en in de kracht van onze democratische rechtstaat.
Iedereen heeft recht op een onbezorgd gevoel van veiligheid, op straat én achter de voordeur.
Dat vraagt onder andere om een goed toegeruste politie, maar ook om meer aandacht voor het tegengaan van huiselijk geweld en femicide.
Het vraagt om extra inzet op cybersecurity en een weerbare samenleving, waarin mensen elkaar op buurtniveau vinden en helpen als de nood aan de man komt.
We kunnen en mogen ook nooit accepteren dat onze rechtstaat van binnenuit wordt ondermijnd door de georganiseerde misdaad, of dat journalisten, advocaten en politici worden bedreigd.
En we mogen nooit accepteren dat mensen in ons land zich uitgesloten voelen, zoals dat helaas nog te vaak het geval is.
Daartegen zullen we als kabinet steeds in het geweer komen – en hopelijk niet alleen wij.
Want in Nederland, in óns land, moet het niet uitmaken waar je woont, wat de kleur van je huid is, waar je wieg stond of die van je ouders, wat je gelooft of van wie je houdt.
Dat is het fundament waarop we staan.

Voorzitter, prioriteiten stellen en grote keuzes maken betekent in de politiek ook geld vrijmaken voor de dingen die je belangrijk vindt.
Dat zien we terug in de afspraken over wonen en infrastructuur, over landbouw, natuur en de stikstofaanpak, over energie en klimaat en over economie en onderwijs.
Maar meer geld betekent natuurlijk niet dat alles morgen is opgelost.
Er zijn geen gemakkelijke oplossingen voor ingewikkelde problemen – en ik ben ervan overtuigd dat mensen dat heel goed snappen.
Meer geld is meestal ook niet de enige of de hele oplossing.
Maar het kan wel helpen om naar die oplossingen toe te werken.
Zeker in combinatie met minder regels, minder procedures en minder obstakels voor bedrijven en burgers.
Dat is precies hoe we het de komende jaren willen doen, en ook hier is ‘samen’ het toverwoord.

Dus samen met bedrijven en kennisinstellingen willen we werken aan een stabiel ondernemingsklimaat, dat uitnodigt om te investeren en te innoveren.
Bijvoorbeeld door te werken aan meer capaciteit op het elektriciteitsnet en te investeren in infrastructuur.
Bijvoorbeeld door het makkelijker te maken voor kleine bedrijven – vaak familiebedrijven – om personeel aan te nemen.
En bijvoorbeeld door de oprichting van een nationale investeringsbank.
Alleen al vanwege de snelle opmars van AI moeten we ons opmaken voor een nieuwe economie.
En ook de klimaatopgave, die zo bepalend is voor de toekomst van onze jongeren, vraagt om nieuwe kennis en nieuwe toepassingen van die kennis. 
De startup van vandaag kan het ASML van morgen zijn.
Daarom moet talent de ruimte krijgen.
Daarom moeten zelfstandigen de ruimte krijgen.
Daarom moet ondernemerschap de ruimte krijgen.
Want in de bedrijven worden de banen gecreëerd en de euro’s verdiend waarmee mensen hun boodschappen en huur betalen en waarmee ook zorg, onderwijs en andere voorzieningen worden gefinancierd.
Om al die voorzieningen op peil te houden, hebben we gezonde economische groei nodig.
Een grotere koek is voor iedereen beter.

En niet minder belangrijk: een baan brengt mensen ook persoonlijke ontwikkeling, zelfvertrouwen, een sociaal leven.
We zullen daarom doen wat we kunnen om zoveel mogelijk mensen de kans te geven om mee te doen – op de arbeidsmarkt en in die nieuwe economie.
Er is nog altijd een schreeuwend tekort aan personeel, terwijl een miljoen mensen met een uitkering aan de kant staan.
Geen misverstand, een goed sociaal vangnet is onmisbaar en een belangrijke verworvenheid.
Tegelijkertijd zijn er genoeg mensen die dolgraag aan de slag willen, maar die nu vast zitten in een doolhof aan regelingen.
Die mismatch willen we aanpakken – die knopen willen we ontwarren.
We moeten van niet-goedwerkende stelsels naar werkende mensen.
En dat begint aan de keukentafel, met extra steun aan gezinnen.
Het moet makkelijker worden om werk met kinderen te combineren en we willen dat ouders meer rust en zekerheid krijgen, door verschillende kindregelingen samen te voegen.

En, voorzitter, in het verlengde daarvan investeren we ook in het onderwijs.
Want aan de voorkant van een goed functionerende arbeidsmarkt en een sterke economie en samenleving, staat goed onderwijs.
Kinderen en jongeren verdienen de best mogelijke start.
Het land van morgen is immers hun land.
Daarom investeren we over de volle breedte in hun toekomst: van de basisvaardigheden lezen en schrijven en een sterkere positie voor het mbo, tot meer geld voor wetenschap en onderzoek.

Voorzitter, als er 2 onderwerpen zijn die Nederland nu al veel te lang op slot zetten, dan zijn dat stikstof en wonen.
Met alle gevolgen van dien, zeker voor jongeren.
Voor de jonge boer die het familiebedrijf wil overnemen.
Maar ook voor de jonge starter op de woningmarkt, die popelt om een zelfstandig leven te beginnen.
Als er ergens urgentie is om de mouwen op te stropen en aan de slag te gaan, dan is het wel op deze terreinen.

Daarom gaan we samen met de boeren, provincies en natuurorganisaties doen wat nodig is voor een landbouwsector van de toekomst, voor natuurherstel, en voor het op gang brengen van de vergunningverlening.
We kunnen dat niet langer voor ons uit schuiven.
De pot met geld voor de stikstofaanpak wordt weer goed gevuld.
Want Nederlandse boeren verdienen een duidelijk perspectief en ons land moet nu echt van het slot.

We gaan ook samen met corporaties, bouwers en onze collega-overheden alles uit de kast halen om die doelstelling van honderdduizend woningen per jaar te halen, met 30 grootschalige nieuwbouwlocaties in het hele land.
Met extra geld later in deze periode en met kortere en eenvoudiger procedures op korte termijn, moet dat lukken.
Dus ook letterlijk: bouwen aan een beter Nederland. 

En ja, het coalitieakkoord bevat ook stevige hervormingen, zoals de verkorting van de WW, de verhoging van de AOW-leeftijd per 2033, en een rem op de zorgkosten.
We hebben daar eerder al uitvoerig over gedebatteerd en ik twijfel er niet aan dat deze onderwerpen ook vandaag en morgen weer voorbij komen.
Het punt is, nu niet kiezen, gaat op termijn nog meer pijn doen.
Als je mensen vraagt of onze kinderen en kleinkinderen later ook moeten kunnen genieten van hun oude dag en van goede, toegankelijke zorg, dan zegt iedereen ja. 
Natuurlijk willen we dat!
Maar niemand vindt het fijn daarvoor nu een pas op de plaats te maken.

En toch…
Toch moeten we de zorgkosten en de kosten van de vergrijzing beheersbaar houden.
Alle deskundigen zeggen het ons al jaren: politiek, doe iets!
Het beste moment om daarmee te beginnen, was een paar jaar geleden.
Het een na beste moment is vandaag.
Niets doen betekent immers dat we de jongeren van nu opzadelen met onmogelijke financiële lasten en onhoudbare voorzieningen.
Dat wil ook niemand.
Daarom willen wij het kabinet zijn dat knopen doorhakt en die noodzakelijke keuzes wel maakt.
En daar gaan we vanaf dag 1 mee aan de slag, en met u, de zorgsector, en de sociale partners over in gesprek.

Voorzitter, het asiel- en migratiebeleid gaat ook over noodzakelijke keuzes.
Het is geen geheim dat de 3 partijen in deze coalitie daar van huis uit behoorlijk verschillend naar kijken.
Maar hoe lang heeft dit onderwerp het maatschappelijke en politieke debat al gegijzeld, zonder dat er wezenlijk iets is veranderd?
Hoe lang weten we al dat de manier waarop het nu is georganiseerd niet werkt?
Er moet iets gebeuren.
Wij willen de komende jaren rust brengen in de asielketen door 3 dingen te bereiken: een lagere instroom, een fatsoenlijke opvang, en zorgen dat kansrijke asielzoekers vanaf dag 1 mee kunnen doen door de taal te leren en te werken.
Onze plannen zijn zowel streng, als gericht op een asielketen die werkt.
Maar het begint met een lagere instroom, omdat we zien dat ongecontroleerde migratie te veel vraagt van de draagkracht van de samenleving.
Natuurlijk lossen we niet alle problemen ineens op, maar we gaan er wel meteen mee beginnen.
Uitvoerende organisaties als IND en COA hebben lucht nodig en moeten weten waar ze aan toe zijn.
Gemeentes moeten zich weer gesteund voelen door Den Haag.
En we moeten samenwerken met landen binnen en buiten Europa om het probleem zo dicht mogelijk bij de bron aan te pakken.
Met als uiteindelijk doel: grip op migratie in een asielsysteem waarin altijd plek is voor mensen die vluchten voor oorlog, geweld of vervolging.

En daarmee, voorzitter, kom ik tot slot bij het kabinet van samenwerking dat we willen zijn.
We realiseren ons heel goed dat de eerste verantwoordelijkheid daarvoor bij ons ligt.
Wij zullen met goede voorstellen moeten komen.
We zullen het gesprek opzoeken met maatschappelijke organisaties en de polder, met collega-overheden en mensen overal in het land – en natuurlijk ook met u allen en de leden van de Eerste Kamer.
We zullen goed luisteren en ons de blaren op de tong praten.
En als het een keer niet lukt, of net iets anders moet, dan moeten we daar als volwassen mensen mee omgaan. 

Natuurlijk staan we als coalitie gewoon voor onze plannen.
Maar plat gezegd: we moeten hier wel zaken doen met elkaar.
Goede ideeën en slimme alternatieven zijn dus welkom.
Als we met elkaar maar bereid zijn te doen wat nodig is.
Als we met elkaar maar onder ogen durven zien dat Nederland niet gebaat is bij politici die stikken in hun eigen gelijk.
En als we met elkaar maar kunnen werken volgens dat bekende woord van Jan de Koning: ‘Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.’
Ik geloof echt dat mensen in Nederland daarnaar snakken – naar een pragmatische politiek die bereid is compromissen te sluiten die ons land verder brengen.
U begrijpt, de koffiemachines staan al op te warmen.

Tot slot, voorzitter, één persoonlijke notie.
Er is mij de komende jaren veel aan gelegen dat mensen weer gaan voelen dat de politiek er voor hen is.
Juist ook de mensen die dat gevoel zijn kwijtgeraakt.
En dat zijn er veel te veel.
Ik hoop heel erg dat we er de komende jaren in zullen slagen om stap voor stap iets van het verloren vertrouwen in politiek en overheid terug te winnen.

Jan Terlouw sprak in dat verband graag van een ‘vertrouwensdemocratie’.
Hij vond: door op iemand te stemmen, geef je voor 4 jaar het vertrouwen aan mensen zoals u en ik.
Het vertrouwen dat zij – wij dus – die stem voor iets goeds gebruiken.
Maar dat werkte voor Terlouw wel 2 kanten op.
Want politici moeten omgekeerd ook laten zien dat ze vertrouwen hebben in de samenleving en dat ze begrijpen dat vertrouwen krijgen ook een grote verantwoordelijkheid met zich mee brengt.
Dat betekent dat politiek moet werken voor iedereen.
En ik realiseer me heel goed, dat is snel en makkelijk gezegd.
Het waarmaken is een stuk moeilijker, maar het moet wel onze ambitie zijn.
Ik hoop onze gezamenlijke ambitie, van Kamer en kabinet.
En ik zeg graag toe dat het nieuwe team in vak K zich daar maximaal voor zal inzetten en dat ik vast van plan ben er als premier in voorop te gaan.

En zo gaan we aan de slag.
Met optimisme over de toekomst van ons land.
Met realisme, omdat niet alle problemen morgen zijn opgelost.
En vooral in het vertrouwen dat politiek mét elkaar meer oplevert dan tegenover elkaar.
Dank u wel.