Regeringsverklaring

Minister-president Rutte heeft op 1 november 2017 de regeringsverklaring uitgesproken in de Tweede Kamer.

Mevrouw de voorzitter,

Op 16 januari 1978 zei mijn betovergrootvader in het ambt van minister-president, Dries van Agt, bij de start van zijn eerste kabinet het volgende tegen uw ambtsvoorganger en de toenmalige leden van de Tweede Kamer:

‘Het kabinet dat zich vandaag bij de Tweede Kamer aandient, is voortgekomen uit de langdurigste formatie die ons land ooit heeft gekend. Voor het laatste deel daarvan weet ik mij jegens de Kamer dadelijk verantwoordelijk.’

Einde citaat. Als formateur van het nieuwe kabinet maak ik die woorden vandaag graag tot de mijne. En ik ontleen er de opdracht aan om met deze regeringsverklaring tekst en uitleg te geven over zowel het proces als de uitkomst van de formatie die inderdaad 1977 uit de recordboeken heeft verdreven. Ik zal zo beginnen met een duiding van het regeerakkoord, het karakter van het kabinet en enkele opmerkingen over de lengte van het formatieproces. Daarna wil ik de belangrijkste beleidsvoornemens en de beweegredenen daarachter kort over het voetlicht brengen. Maar eerst passen mij enkele woorden van dank.

Om te beginnen aan de scheidende bewindslieden van de Partij van de Arbeid en VVD voor hun grote inzet en betrokkenheid. In de afgelopen jaren is veel bereikt voor Nederland. Er is tot op het laatst hard en resultaatgericht gewerkt en de teamgeest is steeds goed geweest. Ik denk dat geen van de scheidende bewindslieden het mij kwalijk neemt als ik daarbij speciaal Lodewijk Asscher noem, die hierin als vicepremier een belangrijke rol heeft gespeeld.

Minister-president Rutte spreekt de regeringsverklaring uit in de Tweede Kamer.

Vervolgens ook een woord van dank in de richting van de drie informateurs. Zij hebben blijk gegeven van wijsheid, creativiteit en - ik geef toe – groot geduld en doorzettingsvermogen. Dankzij de noeste arbeid van Edith Schippers, Herman Tjeenk Willink en Gerrit Zalm kon de complexe verkiezingsuitslag van 15 maart vertaald worden naar een vierpartijenkabinet en het ambitieuze beleidsprogramma waarover wij vandaag spreken. Formeren met vier partijen lijkt soms op een zoektocht naar de kwadratuur van de cirkel. Maar met zulke procesbegeleiders lukt het uiteindelijk altijd een volgende stap te zetten en naar een eindresultaat toe te werken. Waarvan akte.

Het kabinet dat ik vandaag aan uw Kamer mag presenteren, is een heel gewoon Nederlands kabinet.

Minister-president Mark Rutte

Mevrouw de voorzitter, het kabinet dat ik vandaag aan uw Kamer mag presenteren, is een heel gewoon Nederlands kabinet. Het is een parlementair-meerderheidskabinet, waarvan we er in onze parlementaire geschiedenis zoveel meer hebben gehad. Het rust op de degelijke financiële pijlers van solide overheidsfinanciën en een trendmatig begrotingsbeleid. En het staat in een lange traditie van samenwerking tussen partijen met een heel verschillende signatuur. Een traditie die precies honderd jaar geleden werd gemarkeerd met de Pacificatie van 1917, waarin liberalen en confessionelen elkaar vonden in de oplossing van enkele grote maatschappelijke problemen. Onze parlementaire geschiedenis leert dat de bereidheid tot overleg en het sluiten van compromissen ons land steeds veel goeds brengt. Het regeerakkoord sluit daar naadloos bij aan.

Ik benadruk die traditie van samenwerking ook omdat twee omstandigheden bij voorbaat wél specifiek zijn voor het kabinet dat nu aantreedt. Het gaat namelijk regeren met de kleinst mogelijke meerderheid in beide Kamers en we moeten terug naar het kabinet-Den Uyl voor een coalitie die bestond uit bewindslieden van méér dan drie partijen. Dat zegt iets over de verkiezingsuitslag van 15 maart. Het zegt iets over de complexiteit van de politieke verhoudingen in ons land. Maar tegelijkertijd is het voor deze coalitie een extra motivatie om de komende jaren te zoeken naar breed draagvlak.

Het is waar dat het kabinet de komende jaren formeel regeert op basis van de helft plus 1. Maar wel in het besef dat de democratie en het landsbestuur gebaat zijn bij betrokkenheid en medeverantwoordelijkheid van anderen. Van partijen in het parlement die geen deel uitmaken van de coalitie. Van gemeenten en provincies. Van werknemers en werkgevers. Maar bovenal van mensen zelf. Regeringsbeleid is er niet voor de politiek of de polder, maar voor onderwijzers en politieagenten, ouders en vrijwilligers, boeren en kunstenaars, topsporters en studenten, mensen met en zonder baan, mensen met en zonder een beperking. Kortom: politiek moet gaan over Nederland en politiek moet er zijn voor Nederlanders. Alle Nederlanders. Juist ook voor de mensen die denken dat de politiek er niet meer voor hen is. Voor dit kabinet is het motto ‘vertrouwen in de toekomst’ daarom ook een opdracht, want vertrouwen moet verdiend worden. Met die intentie zullen wij onze beleidsvoornemens steeds samen met anderen uitwerken en voorleggen.

En dan kort iets over de lengte van het formatieproces. Ook die is grotendeels terug te voeren op 15 maart. De verkiezingsuitslag leverde een moeilijke puzzel op, omdat er ten minste vier partijen nodig waren om tot een meerderheid te komen. We hebben gezien: dat kost tijd. Eerst om te bepalen welke vier partijen er met elkaar uit kunnen komen. En vervolgens om een akkoord te bereiken dat gezamenlijke ambities heeft voor Nederland en tegelijkertijd recht doet aan de reële verschillen tussen de samenwerkende partijen.

Om het in de woorden van Gerrit Zalm te zeggen: zorgvuldigheid moest in deze formatie boven snelheid gaan. Maar het bewijs dat zorgvuldigheid en daadkracht samen kunnen gaan, ligt er. Want het eindresultaat is bepaald geen waterig compromis geworden. Dus al is een partijfusie tussen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie niet aanstaande, dat motto ‘vertrouwen in de toekomst’ slaat wel degelijk ook op onszelf. We zijn er uitgekomen. We zijn er goed uitgekomen. En we hebben er zin in.

Dit kabinet wil er zijn voor iedereen die iets bijdraagt aan ons land en voor alle generaties.

Minister-president Mark Rutte

Wat deze vier partijen bindt en motiveert samen aan de slag te gaan, ligt in het hart van het regeerakkoord. In de grote onderwerpen die we samen willen adresseren. Een duurzaam Nederland voor volgende generaties. Dat werken moet lonen. Dat een herkenbaar Nederland internationaal beter zijn stempel kan drukken. En boven alles de gezamenlijke overtuiging dat de middengroepen, de mensen met een gewoon salaris en een gewoon koop- of huurhuis, nu moeten gaan merken dat de offers die zij de laatste jaren hebben gebracht om de crisis te overwinnen, niet voor niets zijn geweest. Zij verdienen het erop vooruit te gaan. En voor alle duidelijkheid: dat woord ‘gewoon’ is insluitend: het maakt niet uit waar je wortels liggen, waar je woont, wat je gelooft of hoe je in het leven staat. Dit kabinet wil er zijn voor iedereen die iets bijdraagt aan ons land en voor alle generaties. Korte en lange termijn en links en rechts worden in dit regeerakkoord met elkaar verbonden, over beleidsterreinen en begrotingshoofdstukken heen. Die samenhang is wezenlijk.

Korte en lange termijn en links en rechts worden in dit regeerakkoord met elkaar verbonden, over beleidsterreinen en begrotingshoofdstukken heen. Die samenhang is wezenlijk.

Minister-president Mark Rutte

Natuurlijk bevat het regeerakkoord een scala aan concrete maatregelen, waarin – ik zeg dat heel open – soms de ene coalitiepartij zich meer herkent en soms de andere. Ook in dat opzicht is dit een echt Nederlands kabinet. We hebben compromissen gesloten. Met plannen voor nu en straks. Klein en groot. Plus en min. Maar wel met een duidelijke richting. Dit kabinet wil een sterk land nog beter maken voor iedereen.

En dat vraagt meer dan alleen extra koopkracht. Meer dan alleen miljardeninvesteringen en grote hervormingen. Het zit ook in al die plannen die het leven van mensen direct positief beïnvloeden. Plannen om brandweer- en politievrijwilligers te ondersteunen, om vechtscheidingen tegen te gaan, om laaggeletterdheid te bestrijden, om problematische schulden van gezinnen aan te pakken, voor 20.000 extra beschutte werkplekken en voor verlenging van het kraamverlof voor partners. Kortom: we hebben in de inleiding niet voor niets opgeschreven dat we vóór verschillen zijn, maar dat we tegenstellingen willen overbruggen. En dat het belangrijk is dat mensen de komende jaren vooruitgang en verbetering ervaren in hun persoonlijk leven. Dit regeerakkoord is er voor alle Nederlanders en voor de hele samenleving.

En daarmee, mevrouw de voorzitter, kom ik aan het tweede deel van mijn betoog. Wat zijn de belangrijkste beleidsvoornemens van het kabinet? Vooropgesteld, het is duidelijk dat het nieuwe kabinet aantreedt in een tijd waarin het economisch goed gaat met ons land. De groeicijfers zijn prima, de overheidsfinanciën zijn op orde en de werkloosheid daalt. Dat is een mooi vertrekpunt. En daar prijzen we ons ook gelukkig mee. Maar wie iets verder vooruit kijkt, ziet geen gespreid bedje en al helemaal geen reden om achterover te leunen of achteloos geld uit geven. Want ja, te weinig mensen merken nog dat het goed gaat. En te veel mensen maken zich zorgen over hun eigen toekomst en die van hun kinderen. De realiteit is: een land is nooit af. Zelfs een sterk land als het onze niet.

Daarom gaat dit kabinet op vier borden tegelijk schaken.

  • Ten eerste investeren we in voorzieningen die voor iedereen belangrijk zijn. Er komt extra geld en menskracht voor ouderenzorg, onderwijs, defensie, veiligheid en infrastructuur.
  • Ten tweede: in het hart van het regeerakkoord ligt dat het belastingstelsel, het pensioenstelsel en de arbeidsmarkt hervormd moeten worden, zodat ze weer passen bij de omstandigheden en wensen van nu.
  • Ten derde is er in de coalitie een sterk gezamenlijk besef dat een ambitieus klimaatbeleid nodig is. Dat is niet links of rechts, niet liberaal of confessioneel, maar noodzaak.
  • En we geloven – ten vierde – dat een herkenbaar Nederland in Europa en de wereld zijn stempel kan blijven drukken. Internationale verantwoordelijkheid en realisme moeten daarbij samen gaan. Bijvoorbeeld door te onderkennen dat het migratievraagstuk alleen in EU-verband beheersbaar blijft.  Daarom is ook extra geld nodig voor ontwikkelingssamenwerking, om armoede en geweld – als grondoorzaken van migratie en vluchtelingenstromen – te bestrijden.

Mevrouw de voorzitter, ik geloof niet dat het dienstig is of zelfs simpelweg mogelijk om alle plannen en maatregelen uit het regeerakkoord alleen maar te noemen. Dan zou ik teveel vragen van uw uithoudingsvermogen en dat van iedereen in deze zaal, inclusief mijzelf. Maar wel een paar toelichtende opmerkingen.

Om te beginnen dat aan het extra geld voor onze publieke voorzieningen belangrijke maatschappelijke doelen zijn gekoppeld. We gaan niet zomaar bijplussen, we willen ook iets bereiken.

Om Nederland veiliger en weerbaarder te maken versterken we onze krijgsmacht, komt er geld voor meer wijkagenten en rechercheurs, voor het tegengaan van computercriminaliteit en bestrijding van terrorisme. Jihadstrijders die terugkomen naar Nederland kunnen straks langer in voorarrest worden gehouden. We versterken de strijd tegen mensenhandel en gedwongen prostitutie. Er komt extra capaciteit en wetgeving om de georganiseerde criminaliteit van motorbendes en anderen aan te pakken. En we versterken de rechtstaat zowel in preventief als repressief opzicht. We gaan bijvoorbeeld werken aan experimenten met snellere juridische procedures via zogeheten buurtrechters, aan meer aandacht voor mediation, maar ook aan strengere straffen voor haatzaaien. Het nieuwe kabinet steunt uiteraard voluit het internationale besluit de verdachten van de aanslag op MH17 in Nederland te berechten. Alle noodzakelijke voorbereidingen worden daarvoor getroffen.

In het onderwijs moet het niet gaan om het stelsel, maar om de doelstellingen en de uitkomst. Goed onderwijs ontwikkelt talenten, verkleint achterstanden en maakt Nederland sterker. Daarom kiezen we voor meer vrijheid van onderwijs in plaats van minder. Voor betere arbeidsvoorwaarden en een lagere werkdruk in het basisonderwijs. Voor versterking van de vroeg- en voorschoolse educatie. Voor verlaging van de drempel om te gaan studeren. En we investeren in fundamenteel en toegepast onderzoek.

Het staat buiten kijf dat in de verpleeghuiszorg voor ouderen fors extra geld nodig is voor meer personeel, meer persoonlijke aandacht, maar ook meer aandacht voor de positie van mantelzorgers. Door nieuwe zorgakkoorden te sluiten met artsen en de fabrikanten van medicijnen maken we het mogelijk dat met het beschikbare geld zoveel mogelijk zorg geleverd kan worden. Het eigen risico gaat in deze kabinetsperiode niet omhoog en we verlagen de eigen bijdragen voor taxivervoer, huishoudelijke hulp en rolstoelen. Zo houden we de beste zorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar.

En we investeren in wegen en openbaar vervoer. Goede mobiliteit is de slagader van onze economie en onmisbaar in ons persoonlijk leven. Slimme technologie maakt het vervoerssysteem in ons land steeds schoner en geïntegreerder. Het kabinet wil met gerichte investeringen de aansluiting tussen fiets, openbaar vervoer en auto verder verbeteren.

En dan punt 2: dit kabinet gaat hervormen. Ons belastingstelsel, onze arbeidsmarkt en ons pensioenstelsel zijn voor een groot deel gevormd in een tijd dat mensen een baan voor het leven hadden, de levensverwachting veel lager was dan nu en de digitale economie nog niet bestond. Bovendien dreigt de woningmarkt op slot te raken voor starters en mensen met een inkomen tot boven modaal, zeker in de steden. Voor zekerheid en kansen in een nieuwe economie zijn periodiek onderhoud en modernisering nodig.

Wat wij willen is dat meer mensen meer te besteden krijgen en meeprofiteren van de gunstige economische ontwikkeling. Wij willen dat het zeker voor kleinere ondernemers makkelijker wordt om iemand aan te nemen. Door vast minder vast te maken en flex minder flex wordt de arbeidsmarkt toegankelijker en eerlijker. Wij willen schijnzelfstandigheid van ZZP’ers tegen gaan, maar ondernemerschap bevorderen. We willen er samen met de sociale partners aan werken dat ons pensioensysteem beter aansluit op de verschillende levensfases en persoonlijke voorkeuren van mensen. En we willen zorgen voor meer huurwoningen die bereikbaar zijn voor de grote groep mensen met een middeninkomen. Het kan niet zo zijn dat wonen in de stad alleen bereikbaar is voor mensen die in aanmerking komen voor sociale huur, of juist voor mensen die zich een duur koophuis kunnen veroorloven.

Het debat over die grote hervormingen gaat al snel over één onderdeel. Wel over de BTW of de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek, niet over lagere lasten voor gezinnen die hier tegenover staan. Denk aan de lagere tarieven in de inkomstenbelasting en de verlaging van het eigenwoningforfait. Dus ja, er zitten plussen én minnen in. Maar de belastinghervorming is een samenhangend pakket dat onder de streep de lasten voor mensen met ruim vijf miljard euro verlaagt.

Hetzelfde geldt voor ons beleid ten aanzien van het vestigingsklimaat. Het is goed om te debatteren over de afschaffing van de dividendbelasting, maar laten we het dan ook hebben over de brievenbusfirma’s die we tegelijkertijd aanpakken. We maken Nederland aantrekkelijker voor bedrijven die echt iets toevoegen aan onze economie en werkgelegenheid. En onaantrekkelijker voor bedrijven die alleen maar in slimme boekhoudkundige constructies zijn geïnteresseerd. Het zou zonde zijn die samenhang uit het oog te verliezen.

Punt 3, mevrouw de voorzitter, Nederland wordt duurzaam. Dat is een grote ambitie. We leggen de lat hoog. Ons land heeft samen met 194 andere landen het klimaatakkoord van Parijs onderschreven en moet daar nu naar handelen. We richten ons op een reductie van de CO2-uitstoot in ons land met 49 procent in 2030, ten opzichte van 1990. En we zullen ons in Europa sterk maken voor een aanscherping van de gezamenlijke doelstelling naar 55 procent.

Waarom deze ambitie? Omdat dit kabinet gelooft dat voorop lopen in duurzaamheid onze verantwoordelijkheid is met het oog op volgende generaties. Nederlandse bedrijven doen wereldwijd al volop mee in de eredivisie van duurzaam ondernemen. Gemeenten en provincies zijn er intensief mee bezig. En ook staat er voor steeds meer voordeuren een elektrische auto en liggen er op steeds meer daken zonnepanelen.
Dit hebben we de komende jaren nodig: lange termijn denken en korte termijn doen. Daarbij realiseren we ons terdege dat grote klimaatambities alleen door een gezamenlijke inspanning realiteit kunnen worden. Het kabinet wil daarom alle maatschappelijke initiatieven en de nieuwe doelstellingen bundelen in een nationaal klimaat- en energieakkoord, een bestuursakkoord met de andere overheden en een nieuwe Klimaatwet waarin we onze ambities verankeren. In 2030 zijn de kolencentrales dicht, zijn het gebruik van aardgas en de gaswinning in Groningen sterk gereduceerd en is ons land minder afhankelijk van fossiele brandstoffen uit het Midden-Oosten en Rusland.

Wat snel kan, doen we snel. Bijvoorbeeld de vergroening van ons belastingstelsel. Ik noem de verschuiving van de lasten op werk en sparen naar lasten op consumptie. Ik noem de invoering van een CO2-belasting voor de energiesectoren. En ik noem ook de zo snel mogelijke invoering van de zogeheten ‘Maut’, een prijs per kilometer voor vrachtwagens, die onder andere via een verlaging van de motorrijtuigenbelasting terug gaat naar de sector. Er komen meer mogelijkheden voor windmolens op zee en steeds minder nieuwbouwwoningen worden aangesloten op aardgas.

De terugkeer van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit onderstreept het grote belang van deze sector voor ons land, als tweede landbouwexporteur ter wereld. Het is een sector die rust op het traditionele gezinsbedrijf en die tegelijkertijd hoogtechnologisch en zeer innovatief is. Onze boeren en vissers en onze levensmiddelenindustrie kunnen een belangrijke rol spelen in de duurzame voedselvoorziening voor een groeiende wereldbevolking. Wageningen is wereldwijd een begrip. Hier ligt voor Nederland geweldig potentieel om te benutten, terwijl we tegelijkertijd de belangen van natuur, milieu en dierenwelzijn scherp in het oog houden. Daarop is het kabinetsbeleid gericht.

Kort samengevat: bij problemen met water kijkt iedereen naar Nederland. Voor het antwoord op de vraag hoe we in 2050 genoeg voedsel kunnen produceren op de wereld, kijkt iedereen naar Nederland. En nu willen we ook bereiken dat de wereld naar Nederland kijkt voor klimaatoplossingen.

Tot slot, mevrouw de voorzitter heeft dit kabinet de overtuiging dat als een land trots is op zichzelf en pal staat voor zijn kernwaarden, het internationaal sterker kan opereren. Dat herkenbare Nederland is niet eenvormig. Het is een samenleving waarin niet je geloof of je afkomst, maar je toekomst telt. Tolerantie, gelijkwaardigheid en geloofsvrijheid zijn kernwaarden van ons land. We willen dat jongeren meer weten van onze geschiedenis. Het Wilhelmus, de Nachtwacht en het parlement zijn ankers van een gemeenschappelijke identiteit die explicieter mag worden beleefd. We introduceren de mogelijkheid van een maatschappelijke diensttijd, zodat jongeren kunnen ervaren hoe mooi het is iets voor een ander te doen. En het cultuurbeleid in brede zin is gericht op vernieuwing en toegankelijkheid maar ook op de instandhouding van ons gebouwde en ongebouwde erfgoed.

In het verlengde hiervan wil het kabinet de integratie versnellen van nieuwkomers die hier mogen blijven. Taalles vanaf dag 1 wordt de regel en we gaan meer mogelijkheden bieden om meteen mee te doen in de samenleving, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk te doen. Mensen van wie de asielaanvraag wordt afgewezen, moeten sneller terugkeren naar het land van herkomst. Het beleid is erop gericht vluchtelingen zoveel mogelijk in de regio op te vangen. Het kabinet wil daartoe meer overeenkomsten sluiten met veilige derde landen, zo mogelijk in Europees verband.

De ring van instabiliteit rond Europa en alle veranderingen die zich in Azië, de Verenigde Staten en elders op het wereldtoneel voltrekken, hebben direct invloed op ons land. Ons werk houdt dus niet op bij de grens. We investeren de komende jaren in versterking van de diplomatie, defensie en ontwikkelingssamenwerking. Nederland is en blijft de betrouwbare bondgenoot, zoals de wereld ons kent. In de Europese Unie, in de NAVO en in de Verenigde Naties. Nationaal en internationaal belang zijn geen tegenpolen, maar liggen in elkaars verlengde. In dat besef zullen we volgend jaar inhoud geven aan onze verantwoordelijkheid als lid van de Veiligheidsraad.

Mevrouw de voorzitter,

Je hoort het met Hollandse nuchterheid vaak zeggen: ‘Het duurt even, maar dan heb je ook wat.’ In dit geval: een regeerakkoord dat bol staat van plannen, groot en klein, waarmee we een sterk land nog beter gaan maken voor iedereen. Met daarbij, om mij heen in vak K, de nieuwe ploeg van mensen die popelen om aan de slag te gaan met de uitvoering. Voor ons is het regeerakkoord een beginpunt en zeker geen eindpunt. Er is ruimte voor overleg over de concrete uitwerking. Sterker nog: we hebben die inbreng van buiten nodig. De deur van de Trêveszaal staat op een ruime kier.

We gaan nu met volle overtuiging aan de slag, met vertrouwen in de toekomst en met begrip voor al die mensen die denken: eerst zien, dan geloven. Ook dat is terechte Hollandse nuchterheid. Want het is niet genoeg om te lezen en te horen dat het goed gaat met ons land, we willen het ook merken in ons dagelijks leven. Daar gaat het om.

En mevrouw de voorzitter, als ik aan het einde van deze regeringsverklaring toch ook nog even persoonlijk mag worden: ik sta hier vandaag voor de derde keer met een nieuwe ploeg om me heen en dat blijft een heel speciaal moment. Een positief moment, met nieuw elan en nieuwe energie. En ik weet heel goed: er komt onvermijdelijk kritiek. Het debat in dit huis en in de Eerste Kamer zal op momenten hard en fel zijn. Dat hoort ook zo want hier bevechten we elkaar op ideeën. Dat is de crux van democratie.

Maar wat zou het mij veel waard zijn als we er de komende periode met elkaar blijk van kunnen geven dat we de urgentie van deze tijd snappen. Dat we snappen dat van ons niet alleen strijd, maar ook oplossingen worden gevraagd. Dat we als politici aan Nederland kunnen laten zien dat verschillen er zijn om te koesteren en tegenstellingen om te overbruggen. Zodat mensen weer voelen dat de politiek er voor hen is. Ik zal me daar persoonlijk, samen met de collega’s, samen met u, met hart en ziel voor inzetten.

Dank u wel.