Kunstmatige intelligentie (AI) verandert hoe we werken, leren en leven. AI heeft veel voordelen, maar er zijn ook risico’s. Het kabinet wil dat AI mensen helpt en Nederland sterker, productiever én veiliger maakt.
Kansen AI
Met AI kunnen mensen informatie sneller vinden en gebruiken. En AI kan routinematig werk overnemen. Ook kan AI helpen om de zorg en het onderwijs te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan:
- tijdsbesparing bij de administratie van een onderneming;
- ondersteuning van artsen bij het herkennen van een ziekte;
- een leerkracht helpen te zien waar een leerling extra uitleg nodig heeft.
Risico’s AI
Tegelijkertijd brengt AI ook veel risico’s met zich mee. Zo kan AI bijvoorbeeld:
- fouten maken;
- mensen oneerlijk behandelen;
- worden gebruikt voor digitale aanvallen;
- worden gebruikt voor misleidende berichten.
Plannen kabinet staan in kabinetsvisie op AI
Het kabinet wil dat goede AI-toepassingen in Nederland worden gebruikt. AI kan bedrijven bijvoorbeeld helpen om slimmer te werken. En om nieuwe producten en diensten mee te ontwikkelen.
Tegelijkertijd wil het kabinet dat AI alleen op een veilige en verantwoorde manier wordt gebruikt. In de kabinetsvisie op AI staat hoe het kabinet daaraan wil werken, samen met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en andere landen.
Kabinet investeert in onderzoek naar AI
Om goede AI-toepassingen te ontwikkelen, zijn onderzoek, geld en mensen met de juiste kennis nodig. Het kabinet investeert daarom in organisaties die hierbij helpen. Zoals € 500 miljoen in het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en € 3,3 miljard in de Nationale investeringsinstelling (NII). Ook krijgen bedrijven subsidie van Nederland via het IPCEI AI-fonds.
Krachtige computers nodig voor AI
Voor AI zijn krachtige computers nodig. De Nederlandse AI-fabriek in Groningen moet bedrijven, onderzoekers en overheden toegang geven tot deze computers.
De rekenkracht van sterke computers kost energie, water en ruimte. Het kabinet houdt hier rekening mee. Zo zal de AI-fabriek in Groningen zo duurzaam mogelijk zijn. Onderdeel daarvan is dat de fabriek met restwarmte woningen verwarmt.
Betere overheidsdienstverlening door AI
Het kabinet wil AI gebruiken om de dienstverlening van de overheid te verbeteren. AI kan bijvoorbeeld helpen om informatie beter vindbaar te maken, en dubbel werk te verminderen. Het doel is dat er meer ruimte komt voor persoonlijk contact en dat mensen beter worden geholpen.
Overheidsorganisaties moeten vooraf onderzoeken welke risico’s het gebruik van AI heeft. Zij blijven verantwoordelijk voor hun werk en moeten dingen zoals persoonsgegevens beschermen.
In de Nederlandse Digitaliseringsstrategie staat meer informatie over AI-gebruik door de overheid.
Risico’s van AI beperken
Het kabinet wil risico’s van AI beperken met regels, toezicht en samenwerking. En dat de toegang tot die technologie veilig is voor burgers en organisaties om te gebruiken. Europese regels voor AI zoals de AI-verordening zijn een belangrijke basis. Daarin staat bijvoorbeeld dat:
- AI-manipulatie verboden is, denk aan AI gebruiken voor deepfakes en nepnieuws;
- AI in sectoren zoals het onderwijs of de rechtsspraak aan strenge eisen moet voldoen om de risico’s te beperken;
- Mensen moeten weten wanneer informatie gemaakt is met AI. Zo moet er bij afbeeldingen, video’s en audio gemaakt met AI een logo staan waaruit blijkt dat die informatie met AI is gemaakt.
Minder afhankelijk zijn van niet-Europese bedrijven
Veel belangrijke AI-technologie komt van een paar niet-Europese bedrijven. Het kabinet wil voorkomen dat Nederland daar te afhankelijk van wordt. Vooral bij technologie die nodig is voor de zorg, overheid of veiligheid.
Tegelijkertijd wil het kabinet dat Nederland en Europa AI-kennis en -technologie ontwikkelen. Hierin blijft Nederland samenwerken met andere landen in de EU. En met andere gelijkgestemde landen buiten Europa, zoals Canada en Japan.
Het kabinet kiest wat Nederland zelf moet kunnen en waarvoor Nederland betrouwbare partners nodig heeft. Zodat Nederland bij een crisis er zelf voor kan zorgen dat belangrijke diensten en digitale infrastructuur blijven werken.