De Nederlandse overheid heeft aandelen bij 40 bedrijven. Deze bedrijven heten deelnemingen. Zo heeft de overheid invloed op beslissingen bij deze bedrijven. En zo blijven maatschappelijke belangen, zoals een betrouwbaar spoor, beschermd. Er zijn duidelijke richtlijnen voor hoe de overheid invloed uitoefent bij deze deelnemingen.
Wat is een deelneming?
Een deelneming is een zelfstandig bedrijf waarin de Nederlandse staat aandelen heeft. Deze deelnemingen werken net als andere bedrijven: ze leveren producten of diensten. Zoals het elektriciteitsnetwerk. De overheid heeft via aandelen invloed op deze bedrijven. En beslist via de algemene vergadering van aandeelhouders mee over bijvoorbeeld het bestuur van een bedrijf.
Staatsdeelnemingen en beleidsdeelnemingen
De staat is aandeelhouder in 40 ondernemingen:
- 20 staatsdeelnemingen. De minister van Financiën is de aandeelhouder.
- 18 beleidsdeelnemingen. Een andere minister is aandeelhouder.
- 2 tijdelijke deelnemingen. De stichting NL Financial Investments (NLFI) voert namens de staat het aandeelhouderschap uit.
Waarom heeft de overheid aandelen?
De overheid heeft aandelen in bedrijven. De overheid wil zo:
- de maatschappelijke belangen beschermen door invloed uit te oefenen bij bedrijven die een belangrijke taak voor de samenleving hebben. Bijvoorbeeld bij Schiphol of Tennet die nodig zijn voor de infrastructuur. Het gaat bij deelnemingen ook om taken die niet in de wet staan. Denk bijvoorbeeld bij Holland Casino aan het beschermen van burgers tegen gokverslaving.
- het maatschappelijk vermogen behouden. De aandelen die de overheid heeft, zijn geld waard. Het is daarom belangrijk dat een deelneming zijn waarde behoudt.
- goed bestuur regelen bij bedrijven met een belangrijke maatschappelijke functie. Deelnemingen moeten zorgvuldig en verantwoord bestuurd worden. De staat let op benoemingen, beloningen, investeringen, strategie en maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Video: waarom staatsdeelnemingen?
NS, Schiphol en netbeheerder TenneT. Het zijn zomaar wat staatsdeelnemingen, oftewel bedrijven waarin de Nederlandse staat aandelen heeft. Maar waarom eigenlijk? De video geeft het antwoord op deze en andere vragen.

Tennet, NS en Schiphol. Drie voorbeelden van zogeheten staatsdeelnemingen. Dat zijn bedrijven waar de Nederlandse staat aandelen van in handen heeft. En waar de minister van Financiën optreedt als aandeelhouder. Waarom dat zo is en hoe dat precies zit? Dat leg ik je uit.
De overheid heeft niet in willekeurige bedrijven aandelen. Nee, zo'n staatsdeelneming moet
van publiek belang zijn voor Nederland. Wat houdt dat in? Nou, weer even terug naar de eerste drie voorbeelden. Mensen krijgen bijvoorbeeld stroom via het elektriciteitsnetwerk van TenneT, reizen met de treinen van NS of vliegen vanaf Schiphol. Mensen en ook bedrijven zijn hiervan afhankelijk. De staat zet met haar deelnemingen onder andere in op: de leveringszekerheid van energie en de energietransitie, de bereikbaarheid van Nederland, verantwoorde kansspelen én het financieren van en investeren in een sterke Nederlandse economie. Deze publieke belangen kunnen met de tijd wijzigen en dus ook welke deelnemingen de staat houdt of verkoopt.
Stel: je hebt als staat aandelen in handen van zo'n bedrijf. En dan? Dan is de minister van Financiën betrokken bij belangrijke besluiten zoals grote investeringen en de strategie. En spoort de minister die bedrijven aan het goede voorbeeld te geven door in hun bedrijf bij alles wat ze doen rekening te houden met de effecten op mens, natuur en maatschappij. Ook hebben staatsdeelnemingen oog voor diversiteit in het bedrijf en vooral in de raad van bestuur en raad van commissarissen.
Momenteel telt Nederland 22 staatsdeelnemingen waarvan het ministerie van Financiën een aandeelhouder is. Deze staatsdeelnemingen werken dus vooral voor en in Nederland. Er werken bij die bedrijven in totaal meer dan 150.000 mensen. Voor ons belang. Mooi toch? Door aandeelhouder te zijn van deze bedrijven zorgt de overheid ervoor dat ze een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan Nederland. Nu en in de toekomst.
Kosten en opbrengsten deelnemingen
De overheid investeert in deelnemingen door aandelen te kopen. Dat gebeurt meestal eenmalig. Heeft een deelneming extra geld nodig, bijvoorbeeld omdat het bedrijf moet uitbreiden, dan kan de overheid extra geld investeren.
Deelnemingen hebben niet als doel om zoveel mogelijk winst te maken. De staat wil wel dat deelnemingen financieel stabiel zijn, zodat ze op de lange termijn blijven bestaan. En hun financiële waarde behouden. Voor de staat is het daarom genoeg als de onderneming genoeg reserves heeft om:
- tegenvallers op te vangen;
- waar nodig uit te breiden;
- te investeren in vervanging van bijvoorbeeld onderdelen of machines;
De overheid ontvangt als aandeelhouder meestal ieder jaar een deel van de winst. Dit noemen we dividend. Dit dividend is een deel van het inkomen van de overheid.
Richtlijnen voor staatsdeelnemingen
Er zijn richtlijnen voor hoe de staat invloed uitoefent in staatsdeelnemingen. Die richtlijnen staan in handboeken. Daarin staat waar de overheid op let bij een deelneming. Het gaat om de volgende onderwerpen:
Beloningen
Het beloningsbeleid moet deskundige bestuurders en commissarissen aantrekken. De overheid vindt een bescheiden beloningsbeleid passend, omdat het bij een staatsdeelneming om belastinggeld gaat.
Benoemingen
De overheid is actief en vroegtijdig betrokken bij benoemingen van bestuurders en commissarissen. Deze mensen moeten de onderneming goed leiden.
Daarnaast wil de overheid dat een raad van bestuur en een raad van commissarissen uit mensen bestaat met verschillende persoonlijke en professionele achtergronden. Dit leidt tot betere besluiten en kan een positieve invloed hebben op kansengelijkheid. Het benoemingenbeleid staat in het Handboek Benoemingen Staatsdeelnemingen.
Financiële positie
Deelnemingen moeten voldoende financiële middelen hebben om hun activiteiten uit te voeren. Ook zijn de aandelen die de overheid heeft, geld waard. De deelneming moet ervoor zorgen dat de waarde van de aandelen niet daalt. Daarom let de overheid op een verstandige (financiële) bedrijfsvoering en voldoende resultaat voor deelnemingen. Hoe de overheid dit doet staat in het Handboek financiële positie.
Investeringen
Deelnemingen moeten voldoende geld investeren in activiteiten in het maatschappelijk belang. Het bestuur van de deelneming bepaalt welke investeringen nodig zijn. De overheid wil bij grote investeringen vroeg worden betrokken om de plannen te bespreken. En beoordeelt een investeringsvoorstel op basis van:
- de bijdrage aan het publieke belang en het maatschappelijk verantwoord ondernemen;
- een financiële toets;
- een risicoanalyse.
In het Handboek Investeringen staat hoe de overheid dit precies doet.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)
De staat verwacht van deelnemingen dat zij de verantwoordelijkheid nemen voor mensen, de maatschappij en het milieu. Daarnaast wil de overheid dat bedrijven zichzelf doelen stellen voor bijvoorbeeld klimaat en mensenrechten. Die doelen kunnen aansluiten op de Sustainable Development Goals (SDG) van de Verenigde Naties (VN). In het Handboek MVO staan de uitgangspunten voor deelnemingen voor goed MVO-beleid.
Strategie
Het bestuur van een deelneming bepaalt welke doelen het bedrijf heeft voor de lange termijn. De staat beoordeelt of die plannen passen bij het algemeen belang. Het bestuur moet de strategie goed onderbouwen met duidelijke berekeningen. Het Handboek strategie deelnemingen beschrijft hoe een goede bedrijfsstrategie eruitziet, die het publieke belang zo goed mogelijk bedient.