De geschiedenis van belastingen gaat ver terug. In het begin ging het om bijdragen in natura. Al voor de jaartelling moesten mensen in Israël bijvoorbeeld al vee of graan afstaan als een vorm van belastingheffing.
Iedere samenleving is anders georganiseerd. Ook is er door de jaren heen veel veranderd. Dit is van invloed geweest op de ontwikkeling van de belastingheffing. In het Romeinse Rijk was grondbelasting bijvoorbeeld erg belangrijk. Terwijl de overheid het in de Gouden Eeuw juist moest hebben van accijnzen op 1e levensbehoeften. In de tijdlijn hieronder ziet u een korte tijdlijn van de ontwikkeling van belasting betalen van het Romeinse Rijk tot aan de Franse bezetting.
Een zeer uitgebreide reis door de geschiedenis van belastingen in Nederland, vindt u op de pagina van het Belasting & Douane Museum.
Nederlandse geschiedenis van belastingen
Van het Romeinse Rijk tot de Franse bezetting
De rivier de Rijn was de noordgrens van het Romeinse Rijk. De Romeinen waren bijna overal de baas. Zodra de Romeinen een volk overwonnen hadden, werd hun grondgebied eigendom van de Romeinen. Ieder veroverd land, dus ook het zuiden van Nederland, werd een Romeinse provincie. De bewoners moesten voor het gebruik van de grond betalen.
Deze grondbelasting (Tributum soli) was 1 van de belangrijkste belastingen in die tijd. Met de opbrengsten hiervan zijn vooral forten gebouwd en wegen aangelegd. De Romeinen zelf betaalden geen belasting.
Rond 800 behoorde Nederland tot het Frankische rijk, met Karel de Grote als koning. Het was opgedeeld in een heleboel kleine landen: graafschappen, hertogdommen en bisdommen. Aan het hoofd van een graafschap stond een graaf die door de koning was aangesteld. De bisschoppen en hertogen hadden grote stukken land (bisdommen en hertogdommen) en waren daarover de baas.
Lokaal en regionaal
In de Middeleeuwen waren de belastingen lokaal en regionaal geregeld. Als de koning geld nodig had, vroeg hij een bedrag (een bede) aan de graven. De graven haalden dit bedrag binnen door belasting te heffen. Eerst ging het om eenmalige bijdragen bij bepaalde gelegenheden. Bijvoorbeeld voor een huwelijksfeest of de bouw van een kasteel. Maar langzamerhand werden de beden standaard. Zo werden ze een vast inkomen voor de heersers.Het geld werd toen vooral gebruikt voor de hofhouding, de rechtspraak en voor het voeren van oorlogen (defensie). De graven inden belasting van de boeren vaak over hun hoeveelheid grond. Dat was een makkelijke manier om de financiële positie van iemand in te schatten. De boeren betaalden meestal in natura, met bijvoorbeeld graan of vlees.
Opkomst van de steden
Vanaf de 12e eeuw groeiden een aantal dorpen uit tot grote plaatsen. Sommige plaatsen kregen van hun heer (de graaf, de hertog of de bisschop) stadsrechten. Ze mochten een muur om het dorp bouwen en ze mochten wekelijks een markt houden. De stad kreeg ook het recht om belasting te heffen. Daarmee kon men de verplichtingen tegenover de vorst voldoen. Maar ook eigen uitgaven betalen. Uitgaven voor bijvoorbeeld het aanleggen van straten, bouwen van muren en betalen van poortwachters en nachtwakers.In de steden werden vooral accijnzen ingevoerd op 1e levensbehoeften uit die tijd. Zoals brandhout, zout, zeep, graan, meel, bier, wijn, vlees, turf en kolen. Maar er werd ook tol geheven op bijvoorbeeld het gebruik van markten en bruggen en het vervoer van goederen.
100e penning
Alva haalde zich veel ellende op de hals toen hij het stelsel van beden wilde vervangen door algemene belastingen. Deze algemene belastingen waren in elke provincie van Nederland hetzelfde. Iedereen moest bijvoorbeeld 1% van de waarde van alle goederen aan de Spaanse koning afstaan (de 100e penning).Verzet tegen belastingplan
Het verzet tegen het belastingplan leidde, samen met de onderdrukking van het protestantisme, tot de Tachtigjarige oorlog tegen de Spanjaarden (1568-1648). Dit was onder het bewind van Willem van Oranje. Toen Den Briel werd ingenomen trok Alva in 1572 zijn belastingplannen in. De vernieuwing van het belastingstelsel was van de baan. Er zijn wel plakkaten gedrukt van de 10e penning, maar de machtige steden hebben deze vorm van belasting nooit doorgevoerd. Ze kochten het af door jaarlijks een bepaald bedrag aan de Spanjaarden te betalen. Kort na het vertrek van Alva ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.10e penning van Alva
Toen Alva de 10e penning wilde invoeren werd het verzet tegen hem groter en groter. De 10e penning was een soort btw van 10%. Men moest deze betalen bij elke koop en verkoop van alle goederen. Met de 10e penning wilde Alva een eind maken aan de financiële macht van de adel en de stadsbesturen.Convooien en licenten
De Staat der Nederlanden ontstond in 1579, maar er was nauwelijks een belastingstelsel dat zorgde voor inkomsten van die Staat. Daar voelden de provinciën zich te veel zelfstandige staten voor. De enige algemene belastingen waren de convooien en licenten. Dit waren een soort in- en uitvoerrechten (douanerechten).Convooigeld was een vergoeding die betaald moest worden voor de bescherming van Nederlandse oorlogsschepen aan de koopvaarders en vissers. Deze bescherming was tegen vijanden (Spanjaarden en later ook andere landen) en zeerovers.
Het licentgeld was een vergoeding voor het recht om handel te drijven met de vijand.
Geschiedenis van Prinsjesdag
Op de pagina Geschiedenis van Prinsjesdag leest u in het kort over het ontstaan en de ontwikkelingen van Prinsjesdag.