De ervaringen van de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werken nog steeds door in de Nederlandse samenleving. Een deel van de gemeenschappen hebben gevoelens van teleurstelling en verdriet over hoe de Nederlandse overheid en samenleving zijn omgegaan met de gemeenschappen die vanuit Nederlands-Indië/Indonesië naar Nederland kwamen. De overheid werkt in overleg met deze gemeenschappen aan collectieve erkenning van de gemeenschappen. Hiermee wil de overheid haar dank en erkenning laten zien voor wat deze gemeenschappen betekenen voor Nederland. En erkenning geven voor wat de gemeenschappen hebben doorgemaakt.
Resultaten beleid Collectieve erkenning
Vanaf 2017 heeft de collectieve erkenning in overleg met de gemeenschappen vorm en inhoud gekregen. Resultaten van het beleid tot nu toe zijn onder andere:
- Museum Sophiahof, van Indië tot nu. Dit museum is een ontmoetingsplaats in het teken van de culturele en historische erfenis van Nederlands-Indië/Indonesië;
- Een campagne over hoe belangrijk het is om te herdenken;
- Subsidie voor projecten via de subsidieregeling Collectieve erkenning van Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland (CEWIN-regeling).
Extra impuls voor collectieve erkenning Indische gemeenschappen
In 2020 besloot het kabinet een extra impuls van € 20,4 miljoen te geven aan de collectieve erkenning van de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland. Het kabinet nam dit besluit, omdat het in 2020 75 jaar geleden was dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië/Indonesië. Het doel van de extra impuls is om de waardering voor de Indische identiteit en het Indisch erfgoed zichtbaar te maken. En de kennis over de geschiedenis van Nederlands-Indië/Indonesië te vergroten. Ook voor en door de jongere generaties.
De overheid richt zich, in aanvulling op het huidige beleid, met de extra impuls op 4 doelen:
- Kennis vergroten over de geschiedenis van Nederlands-Indië/Indonesië.
- Nederlands-Indisch/Indonesisch erfgoed beschikbaar maken.
- Zorg aan mensen uit de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland verbeteren.
- Initiatieven uit de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland aanmoedigen.
In het projectplan Collectieve Erkenning Indische gemeenschap in Nederland, een extra impuls staat hoe het geld over de 4 doelen wordt verdeeld.
1. Kennis vergroten over de geschiedenis van Nederlands-Indië/Indonesië
De kennis over de geschiedenis van Nederlands-Indië/Indonesië in de samenleving moet groter worden. Uit gesprekken met verschillende mensen uit de gemeenschappen blijkt dat zij dit het belangrijkste doel vinden. Want voor begrip en erkenning is het nodig deze geschiedenis te kennen. Daarom stelde het kabinet in 2021 de commissie Versterking kennis geschiedenis voormalig Nederlands-Indië in. De commissie bood de overheid op 8 februari 2023 het adviesrapport ‘Deel en Verbind’ aan.
2. Nederlands-Indisch/Indonesisch erfgoed beschikbaar maken
In de Nederlandse samenleving zijn veel verhalen, tentoonstellingen, culturele uitingen, historisch materiaal en tijdschriften uit de Indische , Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen. Dit erfgoed helpt om de gedeelde geschiedenis te begrijpen. Daarom moet iedereen het kunnen zien, horen of lezen. Juist ook de volgende generaties. Om dit te bereiken staan de volgende acties in het plan:
- Bronnen over het Nederlands-Indisch/Indonesisch erfgoed digitaal en toegankelijk maken. Zo worden de scheepsjournalen van de Rotterdamse Lloyd digitaal gemaakt. De Rotterdamse Lloyd was een scheepvaartbedrijf dat een belangrijke rol speelde bij de komst van mensen uit Nederlands-Indië/Indonesië naar Nederland. Het is een belangrijke bron voor familiegeschiedenissen.
- Verhalen en ervaringen van de eerste generatie Indische , Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische Nederlanders vastleggen op geluid en op video’s.
- Een regeling om Nederlands-Indisch/Indonesisch erfgoed te bewaren en te vernieuwen.
3. Zorg aan mensen uit de gemeenschappen verbeteren
Erkenning betekent ook: rekening houden met de identiteit en geschiedenis bij de zorg aan mensen uit de Indische , Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen. Het is belangrijk dat zorg- en welzijnsorganisaties hier aandacht voor hebben. Daarom neemt de overheid samen met de gemeenschappen de volgende maatregelen:
- De zorg en ondersteuning verbeteren van mantelzorgers uit de gemeenschappen met wortels in Nederlands-Indië/Indonesië. Dit gebeurt via lokale projecten samen met mantelzorgers, zorgprofessionals en gemeenten.
- Medewerkers in de zorg trainen en informatie geven over de cultuurgebonden identiteit en geschiedenis.
- De samenwerking tussen organisaties voor zorg en ondersteuning en de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen verbeteren.
4. Initiatieven uit de gemeenschappen aanmoedigen
Belangrijk bij de erkenning is dat de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen zelf met ideeën komen. Zij weet het beste hoe het Nederlands-Indisch/Indonesisch erfgoed een vast onderdeel wordt van de samenleving. Daarom bestaat sinds 2018 de subsidieregeling Collectieve erkenning van Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland (CEWIN-regeling). Deze subsidie is bedoeld voor projecten en activiteiten die bijdragen aan de collectieve erkenning van de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland. Wederzijds begrip, her- en erkenning, het verankeren van cultureel erfgoed en het vergroten van kennis over Nederlands-Indië/Indonesië staan hierbij centraal. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld door middel van loting.