Consumenten en bedrijven gebruiken elke dag producten die gemaakt worden uit chemische stoffen. De grondstoffen van veel grondstoffen van deze producten kunnen gevaarlijk zijn. Het vervoer van deze gevaarlijke stoffen moet veilig gebeuren.   De overheid neemt daarom maatregelen voor veilig vervoer van gevaarlijke stoffen .

Regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen via het spoor

Goederenvervoer per spoor bestaat voor ongeveer 10% uit gevaarlijke stoffen. Daarmee gaat ongeveer 1% van alle gevaarlijke stoffen via het spoor. Voor het spoorvervoer is de veiligheid bij het vervoer van gevaarlijke stoffen als volgt geregeld: 

  • In de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen (VSG) en vooral in bijlage 1 van de VSG (RID) staan nadere (technische) voorschriften. Ook verplichtingen uit het internationale spoorverdrag (COTIF) en EU-voorschriften zijn erin vastgelegd.
  • Naast de Europese regels zijn in het basisnet voor verschillende routes extra regels vastgelegd voor de veiligheid bij ruimtelijke ontwikkeling.

Gebruik van de Betuweroute voor vervoer gevaarlijke stoffen

De overheid stimuleert het gebruik van de Betuweroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dat doet ze omdat:

  • er op deze route geen personenvervoer is. Er rijden alleen maar goederentreinen;
  • een groot deel van de route niet in bebouwd gebied ligt.

Spreiding van vervoer en actuele ontwikkelingen

Op sommige trajecten, zoals de Brabantroute en de Bentheimroute, kan het voorkomen dat tijdelijk meer treinen met gevaarlijke stoffen rijden dan voorspeld. Bijvoorbeeld als de Betuweroute beperkt beschikbaar is voor goederenvervoer.

Het spoorvervoer voldoet aan de veiligheidseisen die daarvoor gelden. Tegelijkertijd neemt de overheid meer maatregelen om de veiligheid te behouden. Onder andere door:

  • het gebruik van de Betuweroute te stimuleren, bijvoorbeeld via prijsprikkels;
  • de invoering van het Europese beveiligingssysteem ERTMS, dat bijdraagt aan een veiliger en efficiënter spoor;
  • innovatieve veiligheidsmaatregelen, zoals systemen die defecten aan treinen herkennen (bijvoorbeeld hotbox-detectie) en die treinbewegingen bijhouden.

Controles en inspelen op nieuwe ontwikkelingen

De overheid controleert continu het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar wat de huidige situatie is, maar ook naar mogelijke ontwikkelingen die invloed kunnen hebben dit vervoer. Bijvoorbeeld op hoe gevaarlijke stoffen per trein worden vervoerd, of hoeveel.

Door deze combinatie van controle (monitoring) en vooruitkijken blijft de overheid in staat om op tijd de goede beleidsmaatregelen te nemen als dat nodig is. En zo is het veiligheidsniveau hoog te houden.