Voor het gebruik van een gehandicaptenvoertuig met motor zijn een aantal regels. Ze gaan bijvoorbeeld niet harder dan 45 kilometer per uur. En voor sommige voertuigen geldt een minimumleeftijd.
Voorbeelden van gehandicaptenvoertuigen met motor
Er zijn verschillende soorten gehandicaptenvoertuigen. Er zijn open gehandicaptenvoertuigen en gesloten gehandicaptenvoertuigen.
Voorbeelden van open gehandicaptenvoertuigen zijn:
- een scootmobiel
- een elektrische rolstoel
Een voorbeeld van een gesloten gehandicaptenvoertuig is:
- een gehandicaptenvoertuig dat lijkt op een kleine auto
Een brommobiel is geen gehandicaptenvoertuig.

elektrische rolstoel rolstoel met elektrische aandrijving eraan 
scootmobiel 
gesloten voertuig
Regels voor een gehandicaptenvoertuig met motor
Een voertuig met een motor is alleen een gehandicaptenvoertuig als deze 3 voorwaarden gelden:
- het voertuig is gemaakt voor mensen met een handicap.
- het voertuig is niet breder dan 1,10 meter.
- het voertuig gaat niet harder dan 45 kilometer per uur.
Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig vormen in de wet een speciale categorie van weggebruikers. Daarvoor gelden andere regels.
Ook als u geen lichamelijke beperking heeft, mag u met een gehandicaptenvoertuig rijden.
Regels voor rijden met gehandicaptenvoertuig met motor
Gaat u met een gehandicaptenvoertuig de weg op?
Dan gelden er meerdere afspraken:
Een gehandicaptenvoertuig heeft:
- een stuur
- een verzekeringsplaatje of -sticker
- een voertuigidentificatienummer (VIN)
- goed werkende lampen
- rode reflectoren
Voor het besturen van een gehandicaptenvoertuig heeft u geen rijbewijs nodig.
Voor een gehandicaptenvoertuig hoeft u geen kenteken aan te vragen.
Als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig hoeft u geen helm op.
U verzekert het voertuig voor wettelijke aansprakelijkheid (WA).
U plakt de sticker van de verzekeraar op het gehandicaptenvoertuig.
Kan het voertuig harder dan 10 kilometer per uur? Dan moet de bestuurder minimaal 16 jaar zijn.
Gaat het gehandicaptenvoertuig langzamer? Dan is er geen minimumleeftijd.
Jongeren onder de 16 jaar mogen een ontheffing aanvragen. Deze toestemming vraagt u aan bij de wegbeheerder. Meestal is dit de gemeente of provincie.
Voor een gehandicaptenvoertuig zijn er verschillende maximumsnelheden:
- Op de stoep mag u maximaal 6 kilometer per uur rijden.
- Op het (brom)fietspad binnen de bebouwde kom is de maximumsnelheid 30 kilometer per uur.
Buiten de bebouwde kom is dat 40 kilometer per uur. - Op de rijbaan mag u maximaal 45 kilometer per uur rijden.
Dat geldt binnen en buiten de bebouwde kom.
U mag met uw voertuig rijden op:
- de stoep
- het voetpad
- het fietspad
- het fiets/bromfietspad
- de rijbaan
U kiest zelf waar u rijdt.
U mag niet rijden op autowegen en autosnelwegen.
Als u een gehandicaptenvoertuig bestuurt, mag u geen elektrische apparaten vasthouden.
Een elektrisch apparaat is bijvoorbeeld een mobiele telefoon of muziekspeler.
Handsfree bellen en muziek luisteren mag wel.
Dit mag geen gevaar in het verkeer veroorzaken.
Staat u stil? Dan mag u wel een telefoon vasthouden en gebruiken.
U mag met een gehandicaptenvoertuig de weg niet op onder invloed van:
- alcohol
- drugs
- sommige medicijnen
Dit komt omdat u onder invloed minder goed rijdt.
Er is dan een grotere kans dat u een ongeluk veroorzaakt.
Plan kabinet: technische keuring voor gehandicaptenvoertuig sneller dan 20 kilometer per uur
Gehandicaptenvoertuigen die sneller gaan dan 20 kilometer per uur moeten veiliger worden. Daarom werkt het kabinet aan een plan voor een verplichte keuring van snelle gehandicaptenvoertuigen. Deze voertuigen moeten aan strengere technische eisen voldoen. Fabrikanten moeten daarvoor zorgen.
De keuring is alleen voor gehandicaptenvoertuigen die sneller gaan dan 20 kilometer per uur. Voertuigen die minder hard gaan dan 20 kilometer per uur hebben geen keuring nodig.
In 2026 werkt het kabinet de plannen uit. De Tweede en Eerste Kamer moeten er daarna nog over beslissen.