Sneller einde aan huwelijkse gevangenschap

Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) past de wet aan om sneller een einde te kunnen maken aan huwelijkse gevangenschap. De wet wordt duidelijker en het wordt voor de rechter straks makkelijker om in één procedure zowel de echtscheiding als de ontbinding van een religieus huwelijk te regelen. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat bij de Tweede Kamer is ingediend. Huwelijkse gevangenschap is een situatie waarin iemand tegen haar of zijn wil in een (religieus) huwelijk blijft, omdat het niet lukt om een ontbinding van dat huwelijk te krijgen.
 

Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) past de wet aan om sneller een einde te kunnen maken aan huwelijkse gevangenschap. De wet wordt duidelijker en het wordt voor de rechter straks makkelijker om in één procedure zowel de echtscheiding als de ontbinding van een religieus huwelijk te regelen. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat bij de Tweede Kamer is ingediend. Huwelijkse gevangenschap is een situatie waarin iemand tegen haar of zijn wil in een (religieus) huwelijk blijft, omdat het niet lukt om een ontbinding van dat huwelijk te krijgen.
 
De rechter kan al een bevel geven om mee te werken aan de ontbinding van het religieuze huwelijk en dat als een nevenvoorziening regelen bij de echtscheiding. Maar de behandeling van het verzoek om een nevenvoorziening is straks, anders dan nu, niet meer afhankelijk van de vraag of dit kan leiden tot vertraging van de echtscheidingsprocedure. Zo komt er eerder een oplossing en kunnen echtgenoten verder met hun leven.
 
Nu nog leidt vertraging in de echtscheidingsprocedure tot een tweede gang naar de rechter als de echtgenoot moet worden gedwongen om mee te werken aan ontbinding van het religieuze huwelijk, zo blijkt uit de praktijk. Voor het slachtoffer van huwelijkse gevangenschap is dat een extra drempel. Dat wil de minister voorkomen. Daarom krijgt de rechter meer ruimte om in één procedure de zaken eenvoudiger af te wikkelen. Overigens kan de rechter ook worden gevraagd een religieus huwelijk te ontbinden als er geen burgerlijk huwelijk is gesloten.
 
Ook wordt in de wet vastgelegd dat partijen in een religieus huwelijk in beginsel verplicht zijn hun medewerking te verlenen aan de religieuze echtscheiding.

Dekker:

‘De norm is helder. Iedereen moet de vrijheid hebben om te scheiden en om zijn of haar leven weer los van elkaar te kunnen voortzetten. Dat geldt zowel voor het burgerlijk huwelijk, als voor de beëindiging van de religieuze verbintenis, ongeacht of deze verbintenis naast een burgerlijk huwelijk bestaat. Het mag en kan niet zo zijn dat de ene echtgenoot de andere in die vrijheid belet’.
 


Vaak blijven echtgenoten in de ogen van de religieuze (en sociale) gemeenschap waarin zij leven met elkaar gehuwd, ook als hun burgerlijk huwelijk is ontbonden. Dit kan gevolgen hebben voor hun mogelijkheden om bijvoorbeeld een nieuw huwelijk te sluiten of om naar het buitenland te reizen met kinderen of een nieuwe partner. ‘En dat is onwenselijk’, aldus Dekker.