Steeds meer Nederlanders bereiden zich voor op noodsituatie door Denk vooruit

Uit onderzoek naar aanleiding van de publiekscampagne Denk vooruit blijkt dat het percentage Nederlanders met een noodpakket stijgt naar 44%, het aantal Nederlanders met een noodplan is verdubbeld en bijna de helft van alle Nederlanders inmiddels met medebewoners praat over voorbereiding. Bij de laatste meting voor de campagne had nog maar 35% van de Nederlanders actie ondernomen.

Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid: "Deze cijfers laten zien dat steeds meer Nederlanders zich serieus aan het voorbereiden zijn op een noodsituatie, denk bijvoorbeeld aan een langdurige stroomstoring zoals in Spanje en Portugal in 2025. Voorbereiden is geen eenmalige actie meer, het is een gewoonte die we met elkaar moeten opbouwen. En dit geldt ook zeker voor ons als overheid, ook wij moeten extra stappen zetten om weerbaar te worden tegen de hedendaagse dreigingen zoals cyberaanvallen en sabotage. Weerbaar worden doen we gezamenlijk."

De resultaten

Bijna de helft van de Nederlanders beschikt inmiddels over een noodpakket. Het aandeel met een noodplan is meer dan verdubbeld. En het gesprek over voorbereiding met medebewoners voert nu bijna de helft van alle Nederlanders, in 2025 was dat nog minder dan één op de vijf. Ruim negen op de tien Nederlanders heeft het informatieboekje van de Rijksoverheid gezien. De campagne bereikte Nederlanders via meerdere kanalen: naast het informatieboekje dat naar 8,5 miljoen huishoudens is verstuurd, zette het kabinet in op televisie-, radio- en onlinecampagnes om Nederlanders concrete handelingsperspectieven te bieden.

Voorbereiden wordt steeds belangrijker

Hybride dreigingen, acties van statelijke of niet-statelijke actoren die tot doel hebben een tegenstander te ondermijnen of te schaden, zijn inmiddels voelbaar in de praktijk. Zo neemt de dreiging van aanvallen op vitale infrastructuur in Nederland toe en werden er mogelijk tieners in Nederland gerekruteerd voor spionagevoorbereidingen. Ook is er een toename in sabotageacties op het spoor in Europa te zien, zoals bijvoorbeeld in Polen waar een belangrijk militair spoorweg werd gesaboteerd. Naast deze dreigingen kunnen ook noodsituaties zoals natuurrampen, langdurige stroomstoringen of verstoringen van het internet of betalingsverkeer de samenleving hard raken. In een noodsituatie zijn de overheid en hulpdiensten daar waar zij het hardst nodig zijn maar zij kunnen niet overal tegelijk zijn. Daarom is het belangrijk dat mensen minimaal de eerste 72 uur voor zichzelf en hun huishouden kunnen zorgen.

Stappen vanuit de overheid

De Denk vooruit campagne blijft de aankomende jaren draaien. 2026 kent twee grote campagneperiodes: juni en oktober. In juni richt het kabinet zich opnieuw op het algemene publiek. In oktober ligt de focus op specifieke doelgroepen, met bijvoorbeeld extra aandacht voor mensen die de overheid minder goed bereikt. Daarnaast is er een doorlopende communicatie: het hele jaar haakt Denk Vooruit in op actuele momenten en gebeurtenissen, zoals Koningsdag. Tevens werkt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aan een Denk vooruit-campagne gericht op bedrijven. Want noodsituaties verlangen ook weerbaarheid van de private sector. Verder werken verschillende departementen aan maatregelen en trajecten om de weerbaarheid te vergroten. Voorbeelden hiervan zijn risicoanalyses en hernieuwde crisisplannen voor energie, drinkwater, spoor en voedselzekerheid en het kabinet werkt aan de verbetering van de bescherming van infrastructuur op de Noordzee. In samenwerking met Veiligheidsberaad en de VNG werkt het kabinet ook aan een landelijk netwerk van noodsteunpunten, waar burgers in een crisis terechtkunnen in hun eigen buurt. Hiervoor zijn dit jaar pilots gestart in verschillende regio's. Veiligheidsregio's en gemeenten geven hier lokaal invulling aan.