Nederland wil investeren in meer duurzame energie om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen en onze uitstoot te verlagen. Maar de markt is veranderd en bedrijven vragen meer zekerheid om in Nederland te investeren in grootschalige, duurzame projecten. Tegelijkertijd wil het kabinet de kosten van de ondersteuning beperkt houden. Daarom introduceert het kabinet tweerichtingscontracten.
Dit worden ook wel Contracts for Difference (Cfd) genoemd. In een dergelijk contract wordt een vaste prijs afgesproken voor de opwek van hernieuwbare energie. Als de marktprijs lager is dan de afgesproken prijs, vult de overheid het verschil aan. Is de marktprijs hoger? Dan betaalt het bedrijf het verschil terug aan de overheid. En deelt de overheid mee in de winst van bedrijven bij hoge marktprijzen. Een wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt, is vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd.
Minister van Klimaat en Groene Groei, Stientje van Veldhoven: “Deze contracten maken het financieel aantrekkelijker om te investeren in grootschalige projecten voor duurzame energie, zoals wind op zee, wind op land en zonne-energie. Steun is noodzakelijk zodat Nederland de klimaatdoelen kan halen maar ook om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen”.
Nederland is met deze vorm van contracten aantrekkelijker voor investeerders en het helpt de industrie om sneller te verduurzamen. Het kabinet zet hiermee een belangrijke stap in de versnelling van de energietransitie en de verduurzaming van de Nederlandse industrie. In 2027 zullen CfD’s worden toegepast voor wind op zee, zonne-energie en wind op land. Het wetsvoorstel biedt ook de mogelijkheid om dit instrument later in te zetten voor bijvoorbeeld kernenergie en stimulering van de vraag naar hernieuwbare energie.
Nederland sluit met deze contracten aan bij landen als het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, waar deze regeling al succesvol wordt toegepast. De verwachting is dat Nederland aantrekkelijker voor internationale investeerders wordt.