Het kabinet wil dat organisaties en ministeries die betrokken zijn bij het opgroeien van jonge kinderen meer en beter gaan samenwerken. Met elkaar én met de ouders. Dat moet ervoor zorgen dat deze kinderen, van baby tot kleuter, zich goed kunnen ontwikkelen en leren en zo een goede start maken. Dat schrijven staatssecretaris Tielen (Onderwijs en Emancipatie), minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) en minister Aartsen (Werk en Participatie) in een brief aan de Tweede Kamer.
Ouders op één
De ontwikkeling van jonge kinderen begint bij de verantwoordelijkheid van ouders en verzorgers. Veel kinderen hebben extra ondersteuning of jeugdhulp nodig. Het kabinet wil kinderen en ouders waar nodig ondersteunen, drempels wegnemen en daarmee de ontwikkeling van jonge kinderen verder stimuleren. Dat gebeurt al, maar de samenwerking tussen de verschillende sectoren kan nog steviger. Daarbij kijken de bewindslieden ook kritisch naar hun eigen ministeries.
Een soepele start op school
Om te zorgen dat geen kind met een (taal)achterstand aan de basisschool begint, is het belangrijk dat consultatiebureaus, kinderopvang en scholen informatie kunnen uitwisselen over de brede ontwikkeling van kinderen. Zo kan vroegtijdig extra ondersteuning worden geboden als dat nodig is. Het kabinet gaat onderzoeken hoe ze dit beter kan organiseren.
Het wordt daarnaast tijdelijk mogelijk dat peuters en kleuters onder schooltijd samen optrekken. Dit stimuleert de brede ontwikkeling van veel kinderen en kan de overgang van kinderopvang naar school makkelijker maken.
Staatssecretaris Tielen: “Taal is de basis voor al het leren. Daarom willen we dat goed Nederlands leren een thema is van geboorte tot en met de schooltijd. Want met een taalachterstand loopt een kind al meteen het risico achter te lopen op andere leergebieden. Met dat voor ogen, kunnen we veel beter samenwerken aan een goed toekomstperspectief voor ieder kind. Jong geleerd, is oud gedaan.”
Kansrijke start
Om gezinnen thuis goed te ondersteunen, werken onder meer gemeenten, jeugd(gezondheids)zorg, geboortezorg en bibliotheken samen. Zij zorgen bijvoorbeeld dat meiden die jong zwanger raken, goed worden voorbereid op het ouderschap en problemen in gezinnen vroeg worden gesignaleerd en aangepakt. Deze Kansrijke Start-aanpak moet in 2030 in het hele land zijn uitgerold.
Minister Hermans: “Een goede start in het leven is superbelangrijk. In de eerste 1000 dagen maken we het verschil voor een gezond leven later. Daar gaan we mee door, met extra structureel geld en door nog beter samen te werken. Zodat we op het goede moment, met de juiste zorg en ondersteuning bij gezinnen die dat nodig hebben, klaarstaan.”
Rust in de portemonnee
Het kabinet wil kinderopvang en geldzaken overzichtelijker maken voor gezinnen met kinderen. Samen met de staatssecretaris van Financiën werkt minister Aartsen aan een nieuw financieringsstelsel voor de kinderopvang en op termijn ook 1 eenvoudige regeling waarbij kinderbijslag en het kindgebonden budget worden samengevoegd.
Minister Aartsen: “Door ouders meer rust in de portemonnee te geven, werken we ook aan een stabiele situatie voor opgroeiende kinderen. We maken de kinderopvang elk jaar beter betaalbaar voor werkende ouders om in 2029 de kinderopvangtoeslag helemaal af te kunnen schaffen. En ook werken we aan 1 loket waar ouders in de toekomst terecht kunnen voor alle financiële regelingen voor het jonge kind.”
Lokale teams
Voor vragen en advies over de zorg voor kinderen en opvoeding kunnen gezinnen terecht bij het lokale team in hun gemeente. Het team kijkt met een brede blik naar wat er speelt in het gezin. De teams zijn aanwezig in de wijk en soms ook op scholen en de kinderopvang.
Minister Sterk: “Als je als gezin hulp zoekt, is het fijn en belangrijk als dat dichtbij huis is. Lokale teams bij gemeenten zijn hierin onmisbaar. Om problemen vroeger aan te kunnen pakken maken we afspraken over de samenwerking tussen de lokale teams, de kinderopvang en scholen. Want alle kinderen en gezinnen moeten kunnen rekenen op passende ondersteuning op het juiste moment.”