Gemeentenieuws van SZW 2021-4

Bericht aan Burgemeester en Wethouders en andere belangstellenden. De minister vraagt uw aandacht voor het onderstaande bericht van het Ministerie van SZW.

1. Verlenging coulance werkplekbezoek loonwaardebepaling tot 1 oktober 2021

In Gemeentenieuws 2020-6 en 2020-8 bent u geïnformeerd over de mogelijkheid om tot 1 juli 2021 de loonwaardebepaling telefonisch uit te voeren in die situaties dat de werknemer niet op de werkplek aanwezig is (bijvoorbeeld omdat betrokkene thuis moet werken) of als de veiligheid op de werkplek niet kan worden gegarandeerd vanwege het risico op besmetting met het coronavirus. Verder is aangegeven dat stilzwijgende verlenging van forfaitaire loonkostensubsidie ook tot 1 juli 2021 is toegestaan.

Ik heb signalen gekregen dat er gemeenten zijn die een stuwmeer voorzien van in te halen werkplekbezoeken tegen 1 juli 2021. Daarnaast is nog ongewis of in alle gevallen vanaf 1 juli 2021 een loonwaardebepaling op de werkplek veilig kan worden verricht.
Daarom wil ik gemeenten drie maanden langer de tijd geven (tot 1 oktober 2021) om de werkplekbezoeken die alsnog moeten plaats vinden, uit te voeren. Voor die gevallen waarin ook na 1 juli 2021 een loonwaardebepaling op de werkplek nog niet veilig kan worden verricht, wil ik bovendien de mogelijkheid bieden om een telefonische loonwaardebepaling uit te voeren, onder de voorwaarde dat die loonwaardebepaling een geldigheidsduur heeft van maximaal drie maanden en dat een werkplekbezoek plaatsvindt zodra dat op een veilige manier kan. Met de brief van 27 mei 2021 over het steun- en herstelpakket derde kwartaal 2021 is de Kamer over deze maatregelen geïnformeerd.

Ik ga ervan uit dat gemeenten op 1 oktober 2021 de werkplekbezoeken die moesten worden ingehaald, hebben uitgevoerd en dat per die datum alle loonwaardebepalingen weer veilig volgens de regels, dus op de werkplek, kunnen plaatsvinden.

Het verlengen van de mogelijkheid van stilzwijgende verlenging van de periode van forfaitaire loonkostensubsidie na 1 juli 2021 acht ik niet noodzakelijk. De loonkostensubsidie kan na 1 juli 2021 dus alleen nog worden verlengd op basis van een loonwaardebepaling. Overeenkomstig het vorenstaande kan in de fase van forfaitaire loonkostensubsidie – als een loonwaardebepaling op de werkplek nog niet veilig op de werkplek kan worden uitgevoerd – de loonwaardebepaling telefonisch worden uitgevoerd.

2. Brede agenda Breed Offensief

De brede agenda Breed Offensief om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen bevat maatregelen die deels wetswijziging vergen, deels wijzigingen bij lagere regelgeving of in de uitvoering.

Op 13 april 2021 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel controversieel verklaard. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de onderwerpen die vooralsnog wel/niet doorgaan uit de brede agenda Breed Offensief. Het is aan de Tweede Kamer om na het aantreden van een nieuw kabinet een besluit te nemen over de verdere behandeling van het wetsvoorstel.

Het overzicht bevat eerst de zaken die wel door kunnen gaan (I) en daarna zaken die afhankelijk zijn van het wetsvoorstel (II).

OVERZICHT

Maatregel Wetsvoorstel/lagere regelgeving/wijziging uitvoering Opmerkingen
I.  Zaken die wel door kunnen gaan

Suwi-regelgeving werkgeversdienstverlening

Dit is al ingevoerd via wijziging Besluit-SUWI en regeling Zijn per 1 januari 2021 in werking getreden

Uniformering loonwaardebepaling en kwaliteit professionals

Dit kan doorgaan o.g.v. lagere regelgeving, deze is inmiddels  gepubliceerd (Besluit d.d. 8 maart 2021, Stb. 113 en ministeriële regeling d.d. 8 maart 2021, Stcrt. 9937) Treedt per 1 juli 2021 in werking
Stroomlijning werkprocessen loonkostensubsidie Dit kan doorgaan. Alleen beslistermijn staat in wetsvoorstel.

Wetsvoorstel is niet nodig (alleen voor beslistermijn). De inwerkingtreding van de vaste betaaldag loonkostensubsidie is gekoppeld aan ingangsdatum wegnemen knelpunten no-riskpolis en loonkostensubsidie (zie daar).

Andere financiering loonkostensubsidies Dit kan doorgaan. Geen wetswijziging nodig, wel wijziging AMvB. Dit kan per 1/1/2022.
Wegnemen knelpunten forfaitaire loonkostensubsidie (fft lks) Geen wetswijziging nodig, dit loopt mee in modelverordening-VNG (Afspraak Werkkamer) VNG zal dit t.z.t. opnemen in een modelverordening.
II. Zaken die afhankelijk zijn van het wetsvoorstel
Aanvraagmogelijkheid ondersteuning op maat en harmonisering instrumenten Zit in wetsvoorstel. VNG werkt harmonisatie instrumenten uit in modelverordening Modelverordening-VNG volgt t.z.t. op wetsvoorstel.
Vrijlating arbeidsinkomen voor mensen die werken met loonkostensubsidie Zit in wetsvoorstel
Wegnemen knelpunten no-riskpolis en loonkostensubsidie Zit in wetsvoorstel SZW beziet nog of dit technische onderdeel via een ander wetstraject kan worden gerealiseerd. Streven invoering van dit onderdeel is 1 januari 2022.
Uitzondering vierwekenzoektermijn Zit in wetsvoorstel

De Tijdelijke wet Covid-19 SZW en JenV regelt dat er tijdelijk uitzonderingen worden gemaakt op de 4 weken zoektermijn, waaronder de uitzonderingen die in het wetsvoorstel zijn voorzien (zie artikel 41a Participatiewet). In de steunpakketbrief van 27 mei 2021 wordt aangekondigd dat deze maatregel met 3 maanden wordt verlengd, tot 1 okt. 2021.

Harmonisering studietoeslag Pwet Zit in wetsvoorstel (schrappen vermogens toets, harmonisatie normbedragen), harmonisatie normbedragen vergt ook lagere regelgeving Via gemeentenieuws SZW 2020-9 is een oproep gedaan aan gemeenten om in de geest van de voorgenomen harmonisering normbedragen maximaal 300 euro per maand aan studietoeslag te verstrekken. Schrappen van de vermogenstoets is pas na inwerkingtreding wetsvoorstel Breed Offensief mogelijk.
Vereenvoudiging loonkostenvoordeel-banenafspraak Zit in wetsvoorstel Bij brief van 30 maart 2021 heeft de Minister van SZW de Kamer gemeld dat dit opschuift naar 1 januari 2023.
Vereenvoudiging Wet banenafspraak/quotum Apart wetsvoorstel Bij brief van 30 maart 2021 heeft de Minister van SZW de Kamer gemeld dat dit opschuift naar 1 januari 2023.

3. Aanvullende crisismiddelen voor gemeenten uit ESF REACT-EU

Nederland ontvangt van de Europese Commissie ruim 220 miljoen euro aan aanvullende ESF-middelen uit het Europese crisisinstrument REACT-EU. Op 15 april jongstleden is de Europese Commissie akkoord gegaan met de programmering van deze aanvullende middelen onder het Europees Sociaal Fonds (ESF) en op 26 april is het eerste aanvraagtijdvak geopend voor projecten gericht op de ondersteuning van mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie via de 35 centrumgemeenten in Nederland. Zie hierover ook het persbericht op de website van het ministerie van SZW.

Voor de 35 arbeidsmarktregio’s is een budget beschikbaar van ruim 133 miljoen euro (75% EU-financiering). In de subsidieregeling ESF vindt u de voorwaarden voor de inzet en informatie over de verdeling van dit budget. Met deze regeling wordt het voor de centrumgemeenten mogelijk om, in de periode van 26 april 2021 tot en met 25 juni 2021, via het Subsidieportaal van Uitvoering Van Beleid, subsidies aan te vragen om de werkgelegenheids- en sociale effecten van de COVID-19-crisis aan te pakken.

Binnen ESF REACT-EU is de kwetsbare doelgroep verbreed. Zo kunnen de arbeidsmarktregio’s zich ook richten op de ondersteuning van kwetsbare werkenden. Ook de zelfstandig ondernemers komen daarmee in aanmerking voor ondersteuning (denk aan hulp bij heroriëntatie). Wanneer gemeenten kiezen voor de ondersteuning van kwetsbare werkenden met de inzet van ESF REACT-EU subsidie is het van belang dat dit zorgvuldig wordt afgestemd met de sociale partners in de regio om te borgen dat de dienstverlening aan de werkenden-doelgroep in de ESF REACT-EU subsidieaanvraag goed aansluit bij de afspraken die zijn gemaakt in de regionale mobiliteitsteams.

4. Beslagvrije voet bij bijstandsgerechtigden

Bij ruim 200 gemeenten is bij bijstandsgerechtigden bij wie in januari, februari of begin maart 2021 beslag is gelegd een te lage beslagvrije voet berekend. In berichtgeving hierover is – ten onrechte – de indruk ontstaan dat dit komt door een fout van gemeenten. Aanleiding voor de te laag berekende beslagvrije voet is dat de betreffende gemeenten de te reserveren vakantietoeslag niet maandelijks doorgeven aan de Polisadministratie, terwijl de rekenmodules voor de beslagvrije voet ervan uitgaan dat de vakantietoeslag wel maandelijks wordt doorgegeven. Deze werkwijze van gemeenten is niet fout: binnen de regelgeving rond de loonaangifteketen is het toegestaan om de vakantietoeslag per maand of per andere tijdseenheid door te geven. Het probleem is door SZW, VNG en KBvG herkend. Inmiddels is een oplossing gevonden voor de korte termijn. Aan een structurele oplossing wordt gewerkt. Dit knelpunt is benoemd in de voortgangsbrief over de implementatie van de beslagvrije voet die ik op 1 juni jl. aan de Tweede Kamer heb gestuurd. Binnenkort wordt ook de beantwoording van drie sets Kamervragen over dit knelpunt aan de Tweede Kamer gezonden. Ik benadruk daarin dat er geen sprake is van een fout van gemeenten.

5. Verlenging maatregelen re-integratie jongeren

Vanwege de bijzondere omstandigheden op de arbeidsmarkt is met de ‘Tijdelijke wet Covid-19 SZW en JenV’ een aantal tijdelijke maatregelen geïntroduceerd die de positie van jongeren versterkt. Het gaat hierbij om het tijdelijk openstellen van een aantal re-integratie instrumenten waar jongeren tot 27 jaar onder normale omstandigheden van zijn uitgesloten. Het gaat hierbij om de vrijlating van inkomsten (uit arbeid), het vrijstellen van de vrijwilligersvergoeding en het vrijlaten van inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder. Ook is de zoektermijn van vier weken voor kwetsbare jongeren (tot 27 jaar) tot 1 juli 2021 buiten werking gesteld. Voor andere jongeren tot 27 jaar kunnen gemeenten maatwerk toepassen bij het al dan niet hanteren van de zoektermijn. Deze maatregelen worden verlengd tot 1 oktober 2021.

6. Verlenging TONK en verdeling middelen TONK

Het kabinet heeft besloten om de TONK te verlengen tot en met het derde kwartaal van 2021, waardoor het aanvragen van de TONK ook nog over de periode juli tot en met september 2021 mogelijk is. Door het kabinet en de Tweede Kamer worden gemeenten opgeroepen ruimhartig invulling te geven aan de TONK-regeling. Gemeenten kunnen de TONK regeling tussentijds aanpassen aan de omstandigheden.

De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. Maar ook burgers die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten en naast de andere regelingen bijdragen om de effecten van de coronamaatregelen te beperken.

De eerste tranche aan TONK middelen (€65 miljoen) is inmiddels via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld volgens de maatstaven van het subcluster minimabeleid in het cluster Inkomen en Participatie. De tweede tranche met de resterende beschikbaar gestelde middelen (€195 miljoen) zal via dezelfde verdeelmaatstaven beschikbaar worden gesteld. Dit zal in de septembercirculaire van het gemeentefonds worden opgenomen.

7. Ingangsdatum Wet inburgering 1 januari 2022 en meer middelen

Op 28 april jl. is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd dat de Wet inburgering definitief op 1 januari 2022 in werking zal treden. Het besluit om 1 januari 2022 als ingangsdatum te hanteren is door mij in samenspraak met de betrokken ketenpartners, waaronder VNG, Divosa en DUO genomen.

1 januari definitieve ingangsdatum

Aanvankelijk zou de nieuwe Wet inburgering 1 juli 2021 in werking treden. Eind 2020 werd vastgesteld dat invoering van de nieuwe Wet inburgering op die datum niet verantwoord was. Daarom is besloten de ingangsdatum van de wet uit te stellen. De afgelopen periode heb ik, in overleg met de ketenpartners, bekeken of een inwerkingtreding per 1 januari 2022 verantwoord zou zijn. Er is unaniem besloten dat 1 januari 2022 voor alle partijen haalbaar is. Dat betekent dat het nieuwe inburgeringsstelsel op 1 januari 2022 in werking zal treden en verder uitstel niet aan de orde is. Bij eventuele knelpunten richting de invoeringsdatum wordt de vraag niet óf we starten, maar hóe we starten. Ik ga ervan uit dat dit gemeenten en andere uitvoerders voldoende zekerheid biedt om de benodigde stappen te nemen voor een soepele uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel op 1 januari 2022.

Extra middelen voor gemeenten

Door het besluit tot uitstel van de nieuwe wet stroomt er nog een groep inburgeringsplichtigen in onder de Wet inburgering 2013. Door de hogere taakstelling van te huisvesten statushouders door gemeenten voor 2021, is die groep groter dan verwacht. Daarnaast is door het uitstel van de wet de implementatieperiode met zes maanden verlengd. In overleg met de VNG komt er daarom een bedrag van cumulatief € 30 miljoen extra beschikbaar voor gemeenten. Hiervan is € 21 miljoen, verspreid over de periode 2021 t/m 2026, voor de begeleiding van inburgeringsplichtigen die onder het huidige stelsel vallen. Het bedrag van € 9 miljoen is beschikbaar gesteld voor extra invoeringsmiddelen.

Begeleiding in de geest van de nieuwe wet

Met deze extra middelen kunnen gemeenten de begeleidende rol richting asielstatushouders onder het huidige inburgeringsstelsel verder oppakken. Gemeenten worden gestimuleerd deze begeleiding zo veel als mogelijk vorm te geven in de geest van de nieuwe wet.