Gemeentenieuws van SZW

Bericht aan Burgemeester en Wethouders en andere belangstellenden. De staatssecretaris vraagt, mede namens de minister, uw aandacht voor de onderstaande berichten van het ministerie van SZW.

1. Tozo: nieuwe handreiking, monitoring en registratie ondersteuning bij heroriëntatie

Onlangs verscheen een update van de Toolkit Tozo 3, met een aangepaste handreiking, modelaanvraagformulieren, model wijzigingsformulier en aangepaste modelbrieven en -beschikkingen. Ook is het document over het inkomensbegrip op www.krijgiktozo.nl vernieuwd en is een modelbrief gepubliceerd over fiscale gevolgen van de Tozo. In de nieuwe Handreiking Tozo wordt onder andere aandacht besteed aan de volgende onderwerpen:

  1. Uitgesteld inkomen (waaronder eindejaarsuitkering);
  2. Aanspraak op studiefinanciering in relatie tot het recht op Tozo;
  3. Zorgbonus (zie ook het 4e bericht in deze nieuwsbrief);
  4. Extra informatie over ondersteuning bij heroriëntatie en registratie daarvan;
  5. Toelichting uitgangspunten controle achteraf.

Houd de websites van VNG en Divosa in de gaten, want binnenkort verschijnt weer een nieuwe versie van de Handreiking Tozo.


Monitoring Tozo-gebruik: van schatting naar stabiele statistiek

De invoering van Tozo betekende voor gemeenten een enorme hoeveelheid aanvragen die in korte tijd verwerkt moest worden. In onze schattingen, die we met medewerking van een aantal gemeenten en samenwerkingsverbanden maken, ging het voor Tozo 1 in totaal om ongeveer 374.000 aanvragen en voor Tozo 2 om ongeveer 124.000 aanvragen. Dit betreft aanvragen voor zowel Tozo levensonderhoud als Tozo bedrijfskrediet. Hoe het met het werkelijke aantal verstrekkingen in de afgelopen maanden staat, wordt steeds inzichtelijker in gegevens die door gemeenten aan het CBS worden geleverd.

In de Handreiking Tozo is toegelicht dat Tozo-verstrekkingen worden geregistreerd in de Bijstandsuitkeringenstatistiek (BUS), onder het Bbz-levensonderhoud of Bbz-bedrijfskapitaal. Voor de Tozo is hiervoor code 6 'Tozo-regeling' toegevoegd aan het kenmerk Nadere Classificatie Bbz.

Sinds eind september publiceert het CBS maandelijks nader voorlopige cijfers van het gebruik van de Tozo. In deze cijfers zijn, vergeleken met de eerdere publicaties, ook nagekomen gegevens uit de drie opvolgende maandleveringen verwerkt. Dit leidt tot een completer beeld inzake zowel het totaal aantal verstrekkingen als het aantal per gemeente. Het CBS constateert daarbij dat, ondanks de grote inspanning van gemeenten in hun aanleveringen naar het CBS, de gegevens over de eerste maanden nog niet volledig zijn. Bij diverse gemeenten zijn de aantallen lager dan we verwachten op basis van kenmerken van gemeenten, het aantal zelfstandig ondernemers binnen gemeenten en onze schattingen van het aantal aanvragen. De oorzaak ligt deels in de verstrekking van voorschotten en vertraging in de verdere verwerking daarvan, maar mogelijk zijn er andere obstakels in de aanlevering aan het CBS.

Om samen de statistiek over het gebruik van Tozo te completeren, verzoek ik gemeenten na te gaan of zij de cijfers van de nader voorlopige gegevens over de maanden maart en april herkennen. Indien dit niet het geval is of gemeenten hebben andere vragen over de registratie van Tozo, kunnen gemeenten contact opnemen met SZ_Bijstand@cbs.nl.


Registratie van ondersteuning bij re-integratie en heroriëntatie

Als onderdeel van het aanvullend sociaal pakket investeert het kabinet in de dienstverlening door UWV en gemeenten, in regionale mobiliteitsteams en heeft bijzondere aandacht voor zelfstandigen en kwetsbaren op de arbeidsmarkt. Gemeenten ontvangen daarvoor extra middelen. Gemeenten zijn bekend met het bieden van hulp en ondersteuning bij het vinden en behouden van werk voor bijstandsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking. De extra ondersteuning die gemeenten nu en in de toekomst aan deze mensen geven, bouwt voort op bestaande gemeentelijke processen. De registratie van de ondersteuning aan deze groepen in de vorm van individuele voorzieningen of trajecten, vindt plaats in de Statistiek Re-integratie door Gemeenten (SRG). Gemeenten kunnen hun huidige werkwijze blijven hanteren. In de SRG verandert er verder niets.

Vanaf 1 januari 2021 gaan gemeenten ook ondersteuning bieden aan zelfstandigen die problemen hebben om hun huidige bedrijf in de nieuwe tijd economisch rendabel te maken en die zich daarom moeten heroriënteren op aanvullende en/of andere activiteiten. Momenteel werk ik dit samen met VNG, Divosa, gemeenten en ondernemersorganisaties verder uit, waarbij het uitgangspunt is waar mogelijk aan te sluiten op bestaande dienstverlening in de arbeidsmarktregio (AMR) en dat zo aan te vullen en in te richten dat ook zelfstandig ondernemers er gebruik van kunnen maken. Medio december zal per AMR een overzicht gemaakt en aangeboden zijn met (potentieel) in te zetten instrumenten.

Ook voor de registratie van individuele ondersteuningstrajecten aan zelfstandigen wordt zoveel mogelijk aangesloten op bestaande werkwijzen. Dit betekent dat gemeentelijke ondersteuning aan zelfstandigen ook geregistreerd wordt in de Statistiek Re-integratie door Gemeenten (SRG). Als gemeenten een zelfstandig ondernemer ondersteuning bieden, bijvoorbeeld in de vorm van om- of bijscholing of coaching bij heroriëntatie, kunnen gemeenten dit in de SRG bij de meest passende type voorziening opvoeren, in genoemde voorbeelden ‘training’ (code 42) en ‘coaching’ (code 40). Als gemeenten hiervoor in de eigen registratie een nieuw type voorziening inrichten, dienen gemeenten in het veld ‘omschrijving type voorziening’ tenminste de afkorting ‘Tozo’ op te nemen, om zichtbaar te maken dat deze voorziening gericht is op hulp aan zelfstandig ondernemers. Zorg aub dan ook dat deze voorziening wordt meegeleverd aan het CBS in de SRG.

Via het CBS ontvangen gemeenten nadere toelichting over de registratie van voorzieningen. Voor vragen over de registratie van ondersteuning in het algemeen of aan ondernemers in het bijzonder kunnen gemeenten mailen naar SZ_SRG@cbs.nl.

2. Verduidelijking van de toegestane ruimte bij loonwaardebepaling en bij stilzwijgende verlenging forfaitaire loonkostensubsidie in verband met de coronacrisis

In Gemeentenieuws van SZW 2020-6 heb ik aangegeven dat de periode waarin gemeenten toestemming hebben om onder voorwaarden af te wijken van de regels bij loonwaardebepaling wordt verlengd tot 1 juli 2021. Dit in vervolg op de eerdere informatie over de mogelijkheid om af te wijken van de regels bij loonwaardebepaling in Gemeentenieuws van SZW 2020-extra ivm Coronamaatregelen en extra editie 2. De toestemming geldt voor die situaties waarin de werknemer niet op de werkplek aanwezig is of de loonwaardebepaling niet veilig kan plaatsvinden (dat wil zeggen als het risico op besmetting met het coronavirus onverantwoord hoog is). In het verlengde hiervan heb ik stilzwijgende verlenging van de inzet van forfaitaire loonkostensubsidie toegestaan tot uiterlijk 1 juli 2021.

Ik heb gemerkt dat er behoefte is aan verduidelijking van deze mogelijkheden. Graag wil ik die verduidelijking hierbij bieden. Loonwaardebepaling mag gegeven de huidige omstandigheden eventueel telefonisch plaatsvinden onder de voorwaarde dat zo spoedig mogelijk alsnog een werkplekbezoek plaatsvindt als dit weer verantwoord kan. Een telefonisch vastgestelde loonwaarde heeft een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. Als de geldigheidsduur afloopt en een nieuwe loonwaardebepaling kan om bovengenoemde redenen nog niet op de werkplek plaatsvinden, dan kan de loonwaarde opnieuw telefonisch worden bepaald, met als geldigheidsduur maximaal zes maanden. De mogelijkheid van telefonische loonwaardebepaling wordt verlengd tot uiterlijk 1 juli 2021. Dat houdt in dat vanaf 1 juli 2021 de loonwaardebepalingen weer volgens de regels moeten plaatsvinden.

Wat betreft de mogelijkheid tot stilzwijgende verlenging van de inzet van forfaitaire loonkostensubsidie het volgende. Wettelijk kader (artikel 10d, vijfde lid, Participatiewet) bij forfaitaire loonkostensubsidie is dat deze voor maximaal zes maanden wordt ingezet en dat binnen die zes maanden de loonwaarde wordt vastgesteld, waarna de loonkostensubsidie wordt gebaseerd op die loonwaarde (als die lager is dan 100% van het wettelijk minimumloon). Als de loonwaarde door de coronasituatie niet binnen die zes maanden kan worden vastgesteld, kan de inzet van forfaitaire loonkostensubsidie stilzwijgend met maximaal zes maanden worden verlengd (tot uiterlijk 1 juli 2020), mits de loonwaarde zo spoedig mogelijk wordt bepaald. Dit blijft zo. Dit betekent dat er voor maximaal 12 maanden forfaitaire loonkostensubsidie kan worden verstrekt, waarna de loonkostensubsidie wordt voortgezet op basis van de vastgestelde loonwaarde.

Bijvoorbeeld:

  1. Is de forfaitaire loonkostensubsidie op 1 mei 2020 gestart, dan kan deze stilzwijgend worden verlengd tot 1 mei 2021;
  2. Is de forfaitaire loonkostensubsidie op 1 juli 2020 gestart, dan kan deze stilzwijgend worden verlengd tot 1 juli 2021;
  3. Is de forfaitaire loonkostensubsidie op 1 september 2020 gestart, dan kan deze ook stilzwijgend worden verlengd tot 1 juli 2021.

Binnen de (verlengde) periode van forfaitaire loonkostensubsidie moet de loonwaarde worden bepaald. De loonwaardebepaling kan gegeven de huidige omstandigheden dus eventueel telefonisch plaatsvinden, onder de voorwaarde dat zo spoedig mogelijk alsnog een werkplekbezoek plaatsvindt als dit weer verantwoord kan.

3. Aanvullende dienstverlening door regionale mobiliteitsteams

De coronacrisis heeft grote gevolgen voor onder meer de Nederlandse economie en arbeidsmarkt. Ondanks het uitgebreide steunpakket voor bedrijven kan niet worden voorkomen dat mensen ontslagen worden en bedrijven failliet gaan. Als onderdeel van het sociaal pakket van het steun- en herstelpakket wil het kabinet passende begeleiding geven bij het zoeken naar nieuw werk en inkomen aan mensen die nu in onzekerheid verkeren.

Voor een deel van de mensen is de reguliere begeleiding voldoende, maar voor een deel van de mensen is aanvullende dienstverlening naar werk nodig. Voor deze mensen is er een nieuwe aanpak in mobiliteitsteams van werkgeversorganisaties, vakbonden, gemeenten en UWV, in nauwe samenwerking met onderwijsinstellingen en SBB in de 35 arbeidsmarktregio’s. Het doel van deze aanvullende crisisdienstverlening door de regionale mobiliteitsteams is dat mensen die als gevolg van COVID-19 in onzekerheid verkeren en hun baan dreigen te verliezen of recent hebben verloren, zo veel mogelijk direct naar nieuw werk gaan en dat zij daarbij waar nodig gericht worden geholpen. Hiermee willen we werkloosheid voorkomen dan wel zo kort mogelijk laten duren en bedrijven c.q. sectoren duurzaam ondersteunen bij de van werk naar werk-begeleiding van personeel dan wel in het voorzien van voldoende gekwalificeerd personeel.

In de regionale mobiliteitsteams wordt het type dienstverlening dat de persoon ontvangt niet bepaald door het al dan niet hebben van een uitkering, het type uitkering of het behoren tot een specifieke doelgroep, maar door wat er nodig is om de persoon weer aan het werk te helpen. Op deze manier wordt meer dienstverlening beschikbaar voor bijvoorbeeld mensen die nog werk hebben maar met werkloosheid bedreigd worden. Zij kunnen, afhankelijk van de behoefte, preventief gebruik maken van instrumenten die normaal gesproken uitsluitend bestemd zijn voor bijvoorbeeld mensen met een WW- of bijstandsuitkering. De partijen in de arbeidsmarktregio’s worden binnenkort nader geïnformeerd over de aanpak en de voorwaarden waaronder deze aanpak kan worden vormgegeven.

4. Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19

De specifieke “zorgbonus” die aan zorgprofessionals toekomt, moet door de zorginstelling aangemerkt worden als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964. Zie voor nadere details de "Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19".

Op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel g, van de Participatiewet worden vergoedingen en verstrekkingen die als eindheffingsbestanddeel worden aangemerkt niet tot de middelen gerekend. Dit betekent dat indien in voorkomende gevallen de betreffende zorgbonus toekomt aan bijstands-, Tozo- of Bbz-gerechtigden, de specifieke zorgbonus niet in de middelentoets bij de beoordeling van het recht op bijstand/Tozo/Bbz wordt meegenomen. Voor de IOAW en IOAZ geldt eveneens dat de zorgbonus niet verrekend wordt, zo volgt uit artikel 2.2, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten.

Doordat de specifieke zorgbonus als eindheffingsbestanddeel wordt aangemerkt, wordt deze ook niet verrekend met een eventuele ZW-, WAO-, WAZ-, WIA-, TW-, IOW-, of Wajong-uitkering en wordt de bonus niet betrokken bij het verzamelinkomen voor de inkomensafhankelijke toeslagen (kinderopvang- zorg- en huurtoeslag en het kindgebonden budget). De bonus werkt wél door in het in aanmerking te nemen vermogen voor de huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget.

5. Verdeling bijstandsbudgetten 2021

Het voorlopige macrobudget 2021 bedraagt € 6,845 miljard. Hiervan is € 327 miljoen gereserveerd voor de effecten van de coronacrisis. In 2021 zal ik na overleg met VNG en gemeenten besluiten of en zo ja, hoe dit deel van het macrobudget via een aangepaste verdeling beschikbaar wordt gesteld. Het is ook nog een mogelijkheid om de reguliere verdeelsleutel te hanteren. In Gemeentenieuws 2020-7 is dit verder toegelicht.

Op 30 september 2020 zijn de voorlopige budgetten 2021 bekendgemaakt. Het reguliere onderhoud aan het objectieve verdeelmodel dat heeft geleid tot de nieuwe verdeling van het budget voor 2021 is uitgebreid verantwoord in de rapportage van de onderzoeksbureaus Stichting Economisch Onderzoek (SEO) en Atlas voor gemeenten, die als bijlage aan de brief aan de Tweede Kamer is toegevoegd.

Op de website van de Rijksoverheid is de rekentool 2021 gepubliceerd. In de versie van 22-10 is een ontdekt foutje hersteld. De rekentool geeft o.a. gedetailleerde informatie over de voorspelde bijstandskans van verschillende typen huishoudens in een gemeente in vergelijking met de feitelijke aantallen. Daarmee biedt de rekentool handvatten voor gericht beleid om het bijstandsvolume naar beneden te brengen. Verder is het overzicht van budgetten en uitgaven vanaf 2004 geüpdatet met de nieuwe gemeentelijke budgetten en de definitieve uitgavencijfers voor 2019.

6. Vergoeding werkgeverslasten bij loonkostensubsidie per 1 januari 2021 ongewijzigd

De vergoeding voor werkgeverslasten bij loonkostensubsidie op grond van artikel 10d van de Participatiewet wijzigt niet per 1 januari 2021.

Dit betekent dat de vergoeding blijft gehandhaafd op 23,5 procent. Deze vergoeding wordt bepaald aan de hand van de vaststelling van de wettelijk verplichte werkgeverspremies voor een werknemer die het wettelijk minimumloon verdient in de marktsector. Het vastgestelde percentage wordt naar boven afgerond op een halve procentpunt.

7. Wet vereenvoudiging beslagvrije voet treedt per 1 januari 2021 in werking

Is uw gemeente klaar voor de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet?

Per 1 januari 2021 treedt de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) in werking. De wet voorziet in een solide beslagvrije voet en biedt een betere bescherming voor de schuldenaar om een minimumbedrag te behouden voor de basiskosten van levensonderhoud. Het proces wordt eenvoudiger: voor het berekenen van de beslagvrije voet komen centraal gegevens van de schuldenaar beschikbaar en wordt door alle ketenpartners een uniforme rekentool gebruikt. De schuldenaar hoeft minder gegevens bij de gemeente aan te leveren en kan zelf zijn beslagvrije voet controleren. Hiervoor zal begin januari een centraal burgerportaal (www.uwbeslagvrijevoet.nl) beschikbaar komen dat voorziet in een rekentool voor burgers en dat wegwijs maakt in de wet.


Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legt met de Wvbvv middels de centrale voorzieningen een fundament voor de toekomst voor een meer sociale incasso.


Wat komt er op u af aan impact?

De Wvbvv heeft gevolgen voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk wanneer gemeenten bij de uitvoering van de Pwet of bij de invordering van gemeentelijke belastingen zonder tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder beslag leggen. Naast de wijziging van de berekening, introduceert de wet een zogenaamde volgorde regeling, de coördinerende deurwaarder en een 95%-regel. Meer informatie over de belangrijkste wijzigingen en de opties die gemeenten hebben als het gaat om de digitale ondersteuning bij de berekening van de beslagvrije voet vindt u hier.


Overgangstermijn

Als een gemeente per 1 januari 2021 nog niet klaar is voor de Wvbvv is er de mogelijkheid om voor de berekening van de beslagvrije voet tijdelijk - tot 1 juli – terug te vallen op de “oude” regelgeving. Om gebruik te kunnen maken van de overgangstermijn dienen gemeenten een aanvraag in te dienen bij SZW. Gemeenten wordt aangeraden eerst goed te informeren bij zowel de softwareleverancier als het Inlichtingenbureau over de mogelijkheden. Meer informatie over de overgangstermijn en de aanvraagprocedure vindt u hier

8. Van rechtswege ontstaan recht op Wajong

Recent is door belangenvertegenwoordigers aandacht gevraagd voor de groep personen die voor de Wajong2015 is afgewezen omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is. Voor deze groep is niet altijd duidelijk dat het recht op Wajong na vijf of tien jaar alsnog kan ontstaan. Via dit bericht stel ik gemeenten op de hoogte van de mogelijkheid tot het ontstaan van recht op Wajong voor eerder afgewezen personen. Na een afwijzing van een aanvraag voor Wajong vallen personen onder de re-integratieverantwoordelijkheid van de gemeente. Hierdoor heeft de gemeente zicht op de ontwikkelingen in arbeidsvermogen en -participatie die deze persoon doormaakt. Deze ontwikkelingen zijn relevant voor het opnieuw doen van een aanvraag.

Een persoon kan alsnog aangemerkt worden als jonggehandicapte in het kader van de Wajong als hij binnen vijf jaar na de afwijzing toch duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als bij de eerste aanvraag (art. 1a:1, tweede lid, Wajong). Daarnaast kan voor jonggehandicapten die zijn afgewezen vanwege het tijdelijk ontbreken van arbeidsvermogen, tien jaar na de eerste aanvraag de duurzaamheid van beperking aangenomen worden als in die periode niet gewerkt is (art. 1a:1, derde lid, Wajong). Een eerder afgewezen persoon kan jaarlijks zelf opnieuw een beoordeling aanvragen. 

9. Landelijk webinar Regio in Beeld

Op donderdag 29 oktober 2020 publiceerde de afdeling Arbeidsmarktinformatie van UWV weer het jaarlijkse rapport ‘Regio in Beeld’, een rapport voor elke arbeidsmarktregio met daarin de trends, vraag, aanbod en uitdagingen op de arbeidsmarkt. In de nieuwste editie van Regio in Beeld 2020 staat de impact van corona op de arbeidsmarkt centraal.

In diverse regio’s zijn de nieuwste rapporten reeds besproken met de regionale partners. Dit jaar was er ook een landelijk webinar voor de samenwerkingspartners. Tijdens het webinar konden deelnemers via de chat vragen stellen aan Tof Thissen (directeur UWV WERKbedrijf) en Rob Witjes (Hoofd Arbeidsmarktinformatie en Advies bij UWV). Gespreksleider was Wouter Kurpershoek, onder andere bekend als journalist bij het NOS-journaal. Diverse actuele thema’s zijn besproken tijdens het webinar. Wat is de impact van de coronacrisis op de arbeidsmarkt? Hoe ontwikkelen vraag en aanbod zich en waar zit de mismatch? Wat zijn de uitdagingen en hoe kunnen we die samen aangaan in deze turbulente arbeidsmarkt?

Dit webinar is nog terug te kijken via deze link. Hier zijn ook de Regio in Beeld-rapporten terug te vinden.