Hoe kunnen Nederland en Europa weerbaarder worden in een snel veranderende wereld? Die vraag stond dinsdag 2 juni centraal in de goed gevulde zaal van bibliotheek CODA in Apeldoorn. Daar gingen directeur Monika Sie Dhian Ho van Clingendael en directeur-generaal Politieke Zaken (DGPZ) Marcel de Vink van het ministerie van Buitenlandse Zaken in gesprek met Nederlanders.

Het recht van de sterkste

Nadat de avond was geopend door wethouder Bouwien ten Bokum van Apeldoorn, de grootste plaats op de Veluwe, die zichzelf steeds meer profileert als stad van veiligheid, proefde Monika Sie Dhian Ho de stemming in de zaal met een aantal stellingen. Daaruit bleek dat de aanwezigen zich zorgen maken over de afbrokkeling van de internationale rechtsorde en tegelijkertijd denken dat Nederland niet weerbaar genoeg is. Dit komt overeen met de uitkomsten van het Clingendael-onderzoek Tussen hoop en vrees. De Clingendael-directeur vat de zorgen van Nederlanders samen: ‘Het recht van de sterkste geldt en Nederland is er niet klaar voor’.

Monika Sie Dhian Ho (directeur Clingendael) en Marcel de Vink (directeur-generaal Politieke Zaken) in gesprek met Nederlanders.

Verschuivende machtsverhoudingen

‘De machtsverhoudingen in de wereld verschuiven al langer,’ vertelt Marcel de Vink, ‘maar we maken nu een versnelling door’. Dat heeft grote gevolgen voor Nederland: ‘De wereldorde die voor Nederland zo goed werkte, bestaat nog maar tot op zekere hoogte’. Volgens Monika Sie Dhian Ho was de wereld in de afgelopen decennia vergelijkbaar met een ‘strakgespannen biljartlaken’ waarop Nederland zonder veel problemen kon opereren en door internationale handel steeds rijker kon worden.

Maar die situatie verandert nu snel. Sie Dhian Ho zegt dat zaken als internationale handel en technische kennis, die tot voor kort vooral voor groei zorgden, nu worden ingezet als geopolitieke machtsmiddelen. ‘Krachten worden kwetsbaarheden’ en dat vraagt om een andere, meer weerbare opstelling van Nederland en Europa.

‘De wereldorde die voor Nederland zo goed werkte, bestaat nog maar tot op zekere hoogte’.

Werk aan de winkel voor Nederland en Europa

De Vink legt uit dat Nederland en Europa het vermogen weerbaar te zijn na 80 jaar vrede ‘onder de vleugels van de VS’ deels hebben verloren. Er is dus veel werk aan de winkel om ons aan te passen aan de veranderde wereld, met meer instabiliteit en minder zekerheden. Het wordt moeilijker om onze belangen te behartigen. Kostenvrije buitenlandse politiek bestaat niet meer.

Marcel de Vink noem vier punten waarop volgens hem extra inzet van Nederland nodig is:

  •  Afhankelijkheden verkleinen. Daarbij gaat het om bijvoorbeeld de afhankelijkheid van andere landen en regio’s voor grondstoffen en energie, maar het kan ook gaan om technologische kennis.
  • Investeren in veiligheid. Hier worden al forse stappen gezet, bijvoorbeeld door de NAVO-afspraken over het opvoeren van defensie-uitgaven tot 3,5% van het nationaal inkomen.
  • Meer Europa. In Europa wordt al intensief samengewerkt, maar er is nog veel te winnen. Bijvoorbeeld door het completeren van de kapitaalmarktunie en het opruimen van obstakels in de interne markt.
  • Partnerschappen: Nederland moet ten slotte relaties intensiveren met landen zoals bijvoorbeeld India, Brazilië en Zuid-Afrika. Het kan daarbij ook gaan om landen waarmee we niet vanzelf gelijkgezind zijn.

Hoe wordt Nederland weerbaarder?

Monika Sie Dhian Ho betoogt dat het, om sterk te staan tegen inmenging van buiten, nodig is dat Europa een sterkere gedeelde identiteit ontwikkelt. Ze vertelt beeldend over het Chinese Nationaal Museum, waar, op basis van gedeelde geschiedenis, zoals de gruwelijkheden van de koloniale overheersing door Japan, gewerkt wordt aan de nationale identiteit. Die gedeelde identiteit vormt de basis voor een samenleving die sterk en weerbaar is. Hoewel zij de manier waarop China hieraan werkt zeker niet wil overnemen, zegt de directeur van Clingendael dat een sterkere collectieve identiteit Nederland en Europa te goede kan komen.

Er vindt een geanimeerd gesprek met de zaal plaats, waaruit duidelijk naar voren komt hoezeer zorgen leven over het afbrokkelen van internationale regels en afspraken en bijvoorbeeld over de aanvallen die het Internationaal Strafhof (ICC) krijgt te verduren.

Er wordt ook gesproken over het verkleinen van afhankelijkheden. Zo komt vanuit de zaal een concreet voorbeeld: bedrijven in de ‘stedendriehoek’ Apeldoorn-Deventer-Zutphen verkennen nauwere samenwerking met leveranciers en afnemers nét over de grens in Duitsland. Met deze zakenpartners zijn de lijnen korter en minder kwetsbaar dan die met bedrijven in bijvoorbeeld Azië.

Een nieuw tijdperk

De avond wordt goed samengevat met een uitspraak van de Canadese Mark Carney, die oproept tot realisme: ‘De oude orde komt niet terug. Daar moeten we niet over treuren. Nostalgie is geen strategie. We geloven dat we iets nieuws kunnen bouwen, dat grootser, beter sterker en rechtvaardiger is’. In deze conclusie lijken alle deelnemers aan het gesprek in Apeldoorn zich te kunnen vinden.