Burgemeester, wethouders, genodigden en vooral: veteranen en hun thuisfront.
Ik woon al jaren in Amsterdam, de mooiste stad ter wereld.
En toch besef ik pas nu, als minister van Defensie, dat ik zó veel veteranen als stadsgenoot heb.
Dat ik zonder dat ik het wist naast ze heb gezeten bij Ajax en naast ze heb gejuicht – of gehuild.
Op hetzelfde terras een biertje dronk.
Even met ze kletste op een hondenveld in het park.
Ik ben daarom blij dat ik vandaag een deel van de Amsterdamse veteranen leer kennen; mannen en vrouwen met elk een bijzonder verhaal.
Maar daar loopt u niet mee te koop.
Daarom is het zo goed dat de gemeente u vandaag in het zonnetje zet.
Juist omdat veteranen zichzelf vaak niet zien als helden; maar als gewone mensen die hun werk deden.
Ik zie het anders; ik zie Amsterdammers die buitengewone dingen hebben gedaan.
U liet het comfort van thuis, de pracht van onze stad en ons vredige land achter u om iets te doen voor een ander.
U hebt van uw missie geleerd. Bent er door gegroeid. Maar soms ook beschadigd.
Soms fysiek, soms mentaal.
Ik ben blij dat u het inloophuis De Veldpost hebt, waar u met maten kunt praten – en met oud-politiemensen.
Maar lieve veteranen, ik wil vandaag een oproep aan u doen: deel het ook anderen.
Uw vrienden; uw kinderen en kleinkinderen; uw buren.
De mooie verhalen en de moeilijke verhalen; de stoere verhalen en de pijnlijke verhalen.
Zij leren dan iets over u en dat vrijheid vraagt om de voortdurende inzet van mensen die vechten voor anderen.
Het is mijn missie om de verhalen van veteranen meer zichtbaar te maken.
Om aan mensen duidelijk te maken dat zij omringd worden door veteranen – vaak zonder dat ze het door hebben.
Zoals Johan Cruijff ooit zei: ‘Je gaat het pas zien als je het door hebt.’
Daarom deel ik vandaag graag 2 verhalen met u.
Allereerst dat van Piet de Kuiper.
Meneer De Kuiper, u ging als marinier der derde klasse naar Manokwari in Nieuw-Guinea in 1962; de allerlaatste lichting.
Net 18 jaar, sportieve jongen, maar helaas werd u als schrijver ingedeeld bij de administratie!
Soms wachtlopen bij het vliegveld, waar ‘s nachts weleens wat vreemd geritsel te horen was – maar gevaarlijk werd het nooit.
Integendeel, u vond het een prachtige tijd.
Voetballen met de Papoea’s, bier drinken en brieven schrijven aan uw verkering Ineke – nu uw vrouw.
Het is een tijdsbeeld van Defensie – en van Nederland – dat erg ver weg voelt.
U kreeg een wapen waar u nooit mee geoefend had.
Ontving films van uw thuisfront die zij opnamen in het Van Nispenhuis aan de Stadhouderskade in Amsterdam.
En toen, in augustus 1962, veranderde de situatie.
President Soekarno voerde de druk op met landingen van honderden parachutisten op Nieuw-Guinea, om ons land te dwingen het eilanddeel aan Indonesië over te dragen.
U kreeg te horen dat u Manokwari moest verlaten; met een wapen, maar zonder munitie.
Voor de kust van Nieuw-Guinea lagen meerdere Indonesische onderzeeboten; door Sovjet-Rusland gebouwd en met deels Russische bemanningen.
Er zijn aanwijzingen dat een van deze onderzeeboten de order had om bij de nakende Indonesische invasie een Nederlands fregat nabij Manokwari te torpederen.
Maar dat wist u toen niet.
U kwam er pas onlangs achter, door een documentaire op de televisie.
Meneer de Kuiper, u hebt dus een keerpunt van de geschiedenis meegemaakt en bent er – gelukkig! – heelhuids van thuisgekomen.
Nu bent u 82 jaar en komt u elk jaar naar deze veteranendag.
Want eens marinier, altijd marinier!
De tweede veteraan over wie ik graag wil vertellen is brigadegeneraal Sandra Keijer, die in haar werk mijn 2 grote liefdes combineert: de politie en Defensie.
22 jaar lang was zij politievrouw in Amsterdam, onder meer bij de mobiele eenheid en als onderhandelaar bij crises.
Toen benaderde de Koninklijke Marechaussee haar: ze zochten vrouwen met veel operationele ervaring, en Sandra waagde de overstap.
Na een plaatsing op Schiphol begon zij aan haar eerste missie: als politieadviseur naar Afghanistan.
Zij adviseerde lokale agenten over de aanpak van geweld tegen vrouwen en kinderen.
Ze reisde ongewapend door een land waar ook zij alert moest zijn op aanslagen.
Zoals Sandra zelf zegt: ik houd ervan om in moeilijke omstandigheden te werken.
Dat kan ook in Nederland zijn; we leven in vrijheid, maar ook hier is er nog strijd te voeren.
Sandra is nu directeur versterken aanpak geweld tegen vrouwen en doet dit vanuit Defensie, samen met de politie.
De juiste vrouw op de juiste plek, op een dossier dat veel Amsterdammers raakt.
Daarnaast is zij paradecommandant van onze Defensieboot tijdens de Canal Pride, want, zoals Sandra zelf zegt: onze vrijheid begint bij die van een ander.
Dat ben ik met u eens, generaal, en daarom kom ik onze boot deze zomer toejuichen!
Ik ben er trots op dat ik deze verhalen met u kan delen.
En het doet me goed dat er vanuit de samenleving steeds meer interesse is voor de mens achter het uniform.
Beste veteranen, vandaag staat u hier letterlijk middenin de samenleving.
Zoals het hoort.
U hebt de internationale vrede, vrijheid en veiligheid gediend; ter land, ter zee of in de lucht.
U vormt samen een bijzondere groep Amsterdammers waar de stad trots op mag zijn.
Aan u en uw thuisfront zeg ik daarom: dank u wel voor uw inzet.