Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat - Overzicht 2021

Om de klimaatdoelstellingen van 2030 en 2050 (CO2 neutrale samenleving) op tijd te behalen en een goed vestigingsmilieu en verdienmodel voor de industrie te behouden, moet Nederland versneld de infrastructuur voor energie en grondstoffen verduurzamen. Dit betekent een (energie) infrastructuur die op tijd klaar is voor de groeiende vraag naar elektriciteit, waterstof, CCS (afvang en opslag van broeikasgas), warmte en circulaire grondstoffen. 

Een belangrijke schakel in de Nederlandse (energie)infrastructuur is de (energie-intensieve) industrie. Kan Nederland de infrastructuur voor deze sector versneld aanpassen, dan wordt de gewenste CO2-reductie gezien hun verbruik sneller gerealiseerd. Tegelijkertijd fungeert de industrie als vliegwiel voor andere sectoren. De Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI) adviseerde het kabinet eerder hiervoor een Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) uit te werken. Op 26 november 2021 bood het kabinet het MIEK overzicht 2021 aan de Tweede Kamer aan. 

Het MIEK beschrijft die energie- en grondstoffen-infrastructuurprojecten die het kabinet nu wil oppakken om zo versneld bij te dragen aan het verduurzamen van de industrie. De projecten komen voort uit de energiestrategieën van de zes Nederlandse industriële clusters, de zogenoemde Cluster Energiestrategie (CES). De criteria aan de hand waarvan de projecten zijn geselecteerd uit deze CES-en zijn: robuustheid, urgentie, nationaal belang en klimaatwinst (voor de industrie). Het kabinet stelt het MIEK ieder jaar opnieuw vast, om de voortgang te monitoren en nieuwe projecten hierin een plek te kunnen geven. 

De CES-sen zijn:

Het Nationaal Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI) vervult de rol van regievoerder van het MIEK. Het PIDI richt zicht vooral op die onderwerpen, beleidskwesties en uitwerkingsvragen die het realiseren van de projecten in de weg staan of juist kunnen versnellen. 

PBL, RVO en TNO hebben de CES-en en daarmee de projecten die in het MIEK zijn opgenomen, beoordeeld. In hun reflectie concluderen zij dat de CES-en de energietransitie helpen versnellen doordat zij relevante partijen bij elkaar brengt, duidelijkheid kan geven over vraag en aanbod en inzicht geeft in de knelpunten. De infrastructuur die in de CES-en is genoemd, past in het algemeen goed in de transitie naar een nul-emissie economie.

Infrastructuur die de transitie ondersteunt is onmisbaar als Nederland de energie-intensieve industrie wil behouden en nieuwe, duurzame industrie wil aantrekken. Indien de projecten op tijd worden gerealiseerd dragen ze bij aan een substantiële CO2-reductie - tot 21 Mton in 2030.