Inleidende spreektekst van staatssecretaris Arno Rutte bij de begrotingsbehandeling JenV, 29 januari 2026

Voorzitter,

Ook ik bedank graag eerst de Kamerleden voor hun inbreng en de gestelde vragen in de eerste termijn. En in het bijzonder mevrouw Abdi, Straatman en Schilder voor hun maidenspeeches. En voorzitter, ik kan wel zeggen dat mevrouw Abdi haar stem heeft gevonden, en dat doet mij deugd. Voordat ik overga tot de beantwoording van de gestelde vragen, neem ik u mee in het gedachtegoed van wijlen Johnny Cash. Een artiest die ik al sinds mijn jongere jaren bewonder.

Als student ging het mij vooral om de eenvoud, om zijn indringende stemgeluid en ritme. Ik vond het intrigerend dat hij optrad in Folsom Prison en San Quentin.

Later, als Kamerlid en als strategisch adviseur in de zorg, en nu als staatssecretaris Justitie en Veiligheid kwamen daar zijn rake teksten bij. Zijn oproep om anderen te zien, om maatschappelijk betrokken te zijn en verantwoordelijkheden te delen, voel ik en drijft mij.

Die oproep deed Cash altijd in een zwart pak. Stemmig zwart voor al die mensen die niet gezien werden. Hij kwam op voor de vergeten mens: van native American tot gevangene.

Vandaag draag ik ook zwart.

Zwart, voor het overgrote deel van de gedetineerden dat nu aan het oog van de samenleving onttrokken wordt, maar straks weer een plek in diezelfde samenleving moet vinden. Maar ook zwart voor de grote zorgen die er zijn over de capaciteit binnen gevangenissen.

Zwart, voor alle vrouwen en kinderen die dagelijks gevaar lopen.

En zwart voor alle rechtzoekenden die nu nog de weg niet vinden in ons rechtsbestel.

Cash deed een appèl op de samenleving. Gemeenschapszin en solidariteit beginnen volgens hem niet in de instituties, maar in menselijke nabijheid. Oog hebben voor de mensen in je omgeving en voor het algemeen belang, iemand helpen waar dat kan.

Ex-gedetineerden hebben niet alleen een re-integratieplan nodig om weg te komen van een criminele leefstijl, maar ook een plek om te kunnen wonen en werken, met vaak nieuwe buren en een nieuwe werkgever. Dat vraagt iets van ons, hoe lastig dat soms ook is.

Vrouwen hebben niet alleen politie nodig voor na een melding, maar juist ook anderen met wie zij samen ’s nachts kunnen fietsen of buren die aan de bel trekken als dat nodig is.

Mensen met een conflict hebben niet alleen laagdrempelige toegang tot het recht nodig, maar juist ook een huurbaas of een gemeente met wie zij een probleem onderling kunnen oplossen.

Een samenleving die op tijd ziet wie dreigt te ontsporen, wie gevaar loopt of wie hulp nodig heeft: die samenleving maakt het mogelijk dat de overheid haar werk beter, sneller en menselijker kan doen.

Cash deed ook een appèl op de overheid. Ik doe dat hier ook. Op overheden en op ons, als wetgevende macht.

Want om de samenleving haar rol te kunnen laten pakken, moeten wij haar die ruimte bieden.

Dat doe je niet per se met nieuwe wetgeving, nieuw beleid of nieuwe regelgeving.

Voor elk probleem een nieuw loket. Dat is vaak onze reflex. Met als risico dat mensen overspoeld raken met ingewikkelde regelingen, en overheden overvraagd en overbelast.

Waar dat kan, moeten we wetgeving, beleid en uitvoering eenvoudiger maken. Daarom doe ik een appèl op ons. Om met minder regels meer ruimte te creëren waarin we al die mensen kunnen blijven helpen die er zelf niet uitkomen.

Voorzitter, mijn portefeuille verlangt een overheid die een speelveld creëert waarin mensen zich kunnen ontplooien en hun recht kunnen halen. Een vrijheid die ervoor zorgt dat mensen zich veilig kunnen voelen en dat de rechtsstaat kan functioneren. Oog hebben voor slachtoffers enerzijds en straffen van daders anderzijds.

Ik zie dit niet los van de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets van hun leven te maken. Zo zijn gedetineerden uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor hun terugkeer in de samenleving. Het is een balanceeract tussen een overheid die nabij is en een overheid die afstand houdt.

Cash zong dat hij zijn zwarte pak aanhield ‘till things are brighter’. Totdat de dingen lichter worden. Ik vraag uw Kamer niet om in het zwart gekleed te gaan. Ik vraag uw Kamer wel zich samen met het kabinet te blijven inzetten voor alle mensen die hunkeren naar lichtere tijden.