Toespraak staatssecretaris Tuinman bij event Deltalinqs-Mainport Rotterdam

Staatssecretaris Tuinman (Defensie) sprak op 2 februari 2026 bij het event van Deltalinqs in Depot Museum Boijmans Van Beuningen.

Beste aanwezigen,

Goed om te zien dat jullie hier met zovelen bij elkaar zijn gekomen.

Ik zeg het iedere keer als ik in Rotterdam ben: ik voel me hier thuis. Ik kom zelf uit Limburg, maar de Rotterdamse no nonsense mentaliteit spreekt me aan. Niet te hoog van de toren blazen, maar ondertussen is het Rotterdamse havengebied wel cruciaal voor Nederland én Europa. Economisch, maar zeker ook militair en niet alleen vanwege de marinierskazerne iets verderop.

We staan hier op deze bijzondere plek – het depot van het Boijmans - ter hoogte van Rotterdams oudste havens. Die vormen de bestaansreden van deze stad en sinds hun ontstaan – ruim 600 jaar geleden – zijn ze stug richting het westen blijven groeien. Zelfs de zee hield die Rotterdammers niet tegen. Toen ze op de kustlijn stuitten, sloegen handelsgeest en dat andere Nederlandse specialisme - baggeren – de handen ineen en stampten de Maasvlaktes uit de zee.  

Als je nu in de auto stapt, dan ben je 40 minuten en ruim 40 kilometer verder voor je op de Tweede Maasvlakte staat. In deze enorme strook van bedrijvigheid komt veel samen van waar we in Nederland trots op zijn en waar we veel aan te danken hebben..

Een bron van welvaart en werkgelegenheid, maar tegelijkertijd ook een kwetsbaar stukje land. Tot een jaar of wat geleden was het worst case scenario een overstroming of een ontploffende raffinaderij. Maar inmiddels leven we in een heel ander tijdperk.

Een tijdperk van doorgeslagen regelgeving en milieufixatie. Een tijdperk waarin de Nederlandse industrie kampt met een ongelijk speelveld, in Europa en daarbuiten.

Maar minstens even ingrijpend is het feit dat de haven een potentieel doelwit is geworden. Van een cyberattack, sabotage of drones; zeker is in ieder geval dat Defensie en de Rotterdamse havenregio intensiever met elkaar moeten gaan samenwerken.

Op dit moment vormen Rusland en de gruwelijke oorlog in Oekraïne nog altijd de grootste dreiging. Nee, niet de Verenigde Staten.

Wel kunnen we concluderen dat machtspolitiek weer helemaal terug is en militaire kracht een middel om je zin te krijgen. De pestkoppen proberen het schoolplein over te nemen en Nederland en Europa moeten ervoor zorgen dat we eensgezind voor onszelf kunnen opkomen.

Dat besef is gelukkig breed doorgedrongen en er wordt veel extra geld vrij gemaakt.

Hiermee bouwen we keihard aan een sterke en afschrikwekkende krijgsmacht. Heel veel nieuw materieel, nieuwe kazernes en misschien wel het belangrijkste: veel meer mensen. 2 weken geleden mocht ik bijvoorbeeld de eerste lichting van de Nationale Weerbaarheidstraining nog hun baret overhandigen.

Het mooie aan dit initiatief is dat de deelnemers een dwarsdoorsnede van de samenleving vormen. Jongens en meiden van verschillende rangen en standen, studenten en werknemers met een vaste baan, die allemaal reservist willen worden. Zo dragen ze er aan bij dat de krijgsmacht weer geworteld raakt in de samenleving en dat is belangrijk.

Want met het besef dat het we ons moeten voorbereiden op decennia van onzekerheid en onveiligheid, is ook het besef gegroeid dat deze nieuwe realiteit om meer vraagt dan alleen een sterk leger. Voor echte, geloofwaardige afschrikking hebben we de hele samenleving nodig.

Een weerbare samenleving die een stootje kan hebben en niet bij de eerste de beste crisis in chaos vervalt. Een samenleving met zelfredzame burgers. Die het hoofd koel houden als ze een aantal dagen hun eigen boontjes moeten doppen vanwege een grootschalige stroomstoring of cyberaanval die het betalingsverkeer heeft ontwricht.

En datzelfde geldt voor bedrijven en kennisinstellingen. Wil je een grootschalig conflict langdurig vol kunnen houden, dan moet de economie blijven draaien, harder en efficiënter dan ooit! Er moet geld in het laatje blijven komen, er moet geproduceerd worden voor de krijgsmacht en voortdurend geïnnoveerd worden om de overhand te houden op het slagveld.

Daarmee zijn we bij het belang van de Rotterdamse haven. Strategisch gezien misschien wel de belangrijkste plek van ons land. Natuurlijk vanuit het economisch oogpunt dat ik net noemde, maar zeker ook militair gezien.

In het grotere plaatje is Nederland – en Rotterdam in het bijzonder – een cruciale logistieke draaischijf voor ons en onze militaire bondgenoten. Bij een conflict verplaatsen duizenden militairen en grote hoeveelheden materieel zich via onze havens naar Oost-Europa. Daarom vergroot Defensie haar aanwezigheid in de haven – en dat zal voorlopig ook zo blijven.

Zo werken we samen met het havenbedrijf aan voldoende overslagcapaciteit. Dan heb ik het over kades, kranen en alles wat nodig is voor het laden en lossen van grote transportschepen.

Omdat snelheid cruciaal is, werken we ook samen met ProRail aan het verlengen van de perrons in de haven. Zo kunnen hier extra lange treinen lossen en laden. Ter vergelijking: waar een intercity 80 tot 160 meter lang is, gaat het bij militair transport al gauw om treinen van ruim 700 meter.     

Maar om de militaire mobiliteit te garanderen, onze paraatheid te vergroten en te zorgen voor een weerbare en wendbare toeleveringsketen, hebben we ook het bedrijfsleven nodig.

Aan de hand van ‘calls’ (to action), werken we aan een robuust logistiek ecosysteem. We denken na over scenario’s bij grootschalige opschaling. De effecten daarvan op knooppunten en corridors, maar ook de gevolgen voor het civiele transport. We maken afspraken met transportbedrijven over het vervoer van militair materieel op het moment dat onze militairen naar het oosten moeten om te vechten. Maar ook over personeel en de inzet van reservisten.

Het strategische belang van de havenregio met z’n honderden bedrijven in de chemische industrie, de maakindustrie en energiesector gaat natuurlijk veel verder dan alleen logistiek. Neem sustainable aviation fuel.

Dankzij onze locatie en infrastructuur is Nederland een belangrijke kanshebber om dit te mogen produceren en distribueren voor onze internationale bondgenoten. Dat gaat over serieuze volumes.

Het versterken van de krijgsmacht en het benutten van zakelijke kansen gaan hierbij hand in hand.

En zo zijn er veel meer voorbeelden.

Tijdens de laatste NEDS - de jaarlijkse defensiebeurs in Ahoy – riep ik de aanwezigen op om ons te helpen.

Alles gaat kapot tijdens een oorlog. Het is niet zo zeer degene met het meeste materieel die wint, maar eerder degene die dit materieel het snelst repareert en operationeel weet te houden.

Mede gebaseerd op de lessen uit Oekraïne dagen wij de industrie uit om met nieuwe oplossingen te komen om snel schades te herstellen.

Denk aan een middel dat iedere chauffeur kan gebruiken, een draagbaar systeem waar geen uitgebreide training voor nodig is.

Zoals een 3D-printer voor in het veld, die bouten en moeren kan printen, desnoods tijdens het gevecht.

Deze uitdaging staat ook voor jullie open. En dat geldt ook voor de ontwikkeling van een universele trailer.

Met het oog op efficiënt onderhoud, opschaalbaarheid en standaardisatie zoeken we een trailer die snel kan worden aangepast voor zoveel mogelijk toepassingen. Van het transport van water, aggregaten, brandstof, olie en smeermiddelen tot paarden, boten en meer. Denk daarbij aan slimme oplossingen, zoals een verlengbaar chassis of het eenvoudig ombouwen van enkel- naar dubbelas.

Iedereen die denkt iets voor ons te kunnen betekenen, mag contact met me opnemen. Ik ben me daarbij bewust van het commentaar dat Defensie voorheen kreeg over tempo en bureaucratie. Het zal nog niet perfect zijn, maar we zetten echt grote stappen.

Zo besteden we tegenwoordig de innovatie aan met optie tot koop. Daardoor hebben we dat al aan de voorkant geregeld en hoeven we niet na het innovatieproces van voor af aan te beginnen met de aanbesteding. Daarmee winnen we veel tijd.

Dames en heren,

Ik heb het gehad over het logistieke belang van de haven, over energie en innovatie, maar nog niet over strategische autonomie. Ook daarin speelt de Rotterdamse haven een belangrijke rol.

Volgens sommigen zijn we aanbeland in een tijdperk van economische oorlogvoering, waarin landen hun strategische machtsposities gebruiken om tegenstanders onder druk te zetten.

Zeker is dat we voor kritieke zaken niet langer afhankelijk willen zijn van onbetrouwbare of zelfs vijandige partijen. Dat geldt bijvoorbeeld voor munitie, energie en bepaalde grondstoffen.

Maar ook voor de chemische industrie en alle kritieke producten die hier worden gemaakt.

Tegelijkertijd zien we dat deze sector onder druk staat door oneerlijke buitenlandse concurrentie en strenge milieueisen.

Daarom hebben de ministeries van Defensie, Klimaat en Groene Groei en Stichting ChemistryNL de handen ineen geslagen.

PWC onderzoekt op dit moment welke rol de Nederlandse chemische en materialensector kan spelen voor onze defensie en veiligheid. Uit dit rapport volgt binnenkort een actieagenda en een kamerbrief – concrete stappen dus om onze strategische slagkracht op het gebied van geavanceerde materialen en munitiegrondstoffen te versterken.

Eerder al heeft Defensie 5 Nederlandse focusgebieden aangewezen waarop we ons willen onderscheiden. Een daarvan is ‘slimme materialen’ en dat gebied hangt nauw samen met de chemische industrie.

Laten we er bijvoorbeeld naar streven dat de supervezels die Europese defensieorganisaties gebruiken uit Nederland komen. Onze Boxer-pantserwagens die eind dit jaar, begin ’27 in Ede van de band lopen, moeten een pantsermodule krijgen van een Nederlands composiet. En op termijn willen we helemaal geen materieel meer in onze krijgsmacht zonder Nederlandse supervezels.

Dat is een absolute topprioriteit. Europa wil geen Chinese supervezels, Europa wil Nederlandse supervezels. Punt.

Dus mijn oproep aan u is: zorg dat je zo’n onderscheidend product levert en het liefst dual use. Waarmee je de militaire én de civiele markt op kan. Slimme vezels voor lichtere bepantsering, maar ook corrosiebestendige coatings ter vervanging van Chroom 6 en zo zijn er vele toepassingen te bedenken.

Als uw bedrijf ons zoiets kan leveren, gaan we samen dat innovatietraject in.

Dan is Defensie bereid een grote broek aan te trekken en een product niet alleen zelf af te nemen, maar het ook actief bij partners en bondgenoten over de wereld te verspreiden.

Dames en heren,

De bottom line van mijn verhaal: u en ik hebben elkaar nodig. Wij kunnen en moeten van elkaar profiteren. Het belang van de haven is boven alle twijfel verheven, maar ook de chemische sector is ontzettend belangrijk voor onze strategische autonomie.

We gaan in zee met iedereen die iets voor ons kan betekenen. Zoals Churchill begin 1941 tegen de Britse en Amerikaanse industrie zei:

“Give us the tools and we will finish the job.”

Defensie kan het niet alleen, het is tweerichtingsverkeer. Iedereen heeft een verantwoordelijkheid, maar iedereen profiteert ook.

Mocht u toch nog twijfelen, denk dan nog even terug aan de deelnemers van de Nationale Weerbaarheidstraining die ik noemde.

Zij volgen deze opleiding en worden reservist, niet omdat het moet, maar omdat ze hun verantwoordelijkheid willen nemen voor hun eigen veiligheid en die van hun dierbaren.

Rotterdam heeft de kennis, de kunde en het lef om grote uitdagingen aan te gaan. Als we zelfs land uit water kunnen maken, dan moet dit ook lukken.

Laten we vandaag nog de handen ineen slaan en samen de Rotterdamse haven – en Nederland - veilig en welvarend houden.

Bedankt!