Toespraak staatssecretaris Boswijk tijdens Nationaal Diner van de Biodiversiteit in Naturalis Leiden

Beste aanwezigen,

In de beleving van veel mensen gaan natuur en Defensie op z’n zachtst gezegd moeizaam samen.

Ze denken aan grote, ronkende rupsvoertuigen die kriskras door natuurgebieden crossen. Alles verpletterend wat onverhoopt op hun pad komt, of dat nou een  Groenknolorchis is, een Kleine Wrattenbijter of een Grote Parelmoervlinder.

En om bij het maritieme thema van vandaag te blijven: bij marineschepen denken natuurliefhebbers aan zeezoogdieren die gedesoriënteerd raken door stampende motoren, piepende sonar en het ruimen van mijnen en andere explosieven op de Noordzee.  

En alsof dat niet genoeg is, steken we tijdens oefeningen wel natuurgebieden in de fik door met springstof te spelen terwijl de heide kurkdroog is.

Kortom, de krijgsmacht en biodiversiteit lijken op het eerste gezicht een slechte combinatie.

Als dat beeld hier ook bestaat dan kan ik jullie dat niet kwalijk nemen. Het enige is dat beeld klopt niet, integendeel.
Hoewel ze elkaar gevoelsmatig misschien bijten, gaan defensie en natuur in de praktijk over het algemeen juist opvallend goed samen.

Want in tegenstelling tot natuurgebieden die vrij toegankelijk zijn voor drommen wandelaars – die het ook nog eens moeilijk vinden om op de paden te blijven en hun honden aangelijnd te houden – zijn defensieterreinen relatief gezien oases van rust.

Daarom doen heel veel soorten het juist of zelfs alleen op defensieterrein goed. De Kleine Wrattenbijter komt bijvoorbeeld alleen op het Artillerie Schietkamp bij ’t Harde voor.
Dat is 1 van die terreinen waar laatst brand was en daar broeden ook een visarend en een oehoe. Die arend was al terug voordat de brandweer goed en wel had ingepakt en de oehoe broedt zelfs in het doelgebied.
De uil is er achter dat we niet direct op de afgedankte pantservoertuigen schieten, maar er net naast omdat je ze anders telkens moet vervangen en dus kan je onder zo’n bakbeest prima broeden.

En ook op Vlieland is het ondanks F35-oefeningen blijkbaar rustig genoeg voor de bedreigde klapmuts om juist daar van een jong te bevallen. 
Het is trouwens niet alleen de relatieve rust die de natuur goed doet, ook het specifieke gebruik en onderhoud door Defensie dragen bij.

Zo is de luchtmacht in de jaren ’90 langs start- en landingsbanen overgegaan op extensief graslandbeheer. Het primaire doel was om het minder aantrekkelijk te maken voor ganzen en zo de vliegveiligheid te vergroten.
Dit is een win-winsituatie gebleken: het aantal vogelaanvaringen is sterk gedaald én de biodiversiteit sterk toegenomen. Daar profiteert bijvoorbeeld de veldleeuwerik van die in de rest van Nederland onder druk staat. 

Kort samengevat. Defensie beschermt wat ons dierbaar is. Maar dan liever een land vol natuur en biodiversiteit dan een land dat net zo levenloos is als een parkeerterrein.

Als reservist heb ik die verbondenheid zelf ervaren en ik weet zeker dat veel militairen dit herkennen. Allemaal zijn we wel eens wakker geworden op de heide terwijl de zon opkwam, de dauw de spinwebdraden zichtbaar maakte en vogels de dag begroeten. Het zijn momenten als deze die een band scheppen.  

Zoals veel mensen weten, ben ik een groot bewonderaar president Theodore Roosevelt. Niet alleen was hij de politicus die onder zijn beroemd geworden motto ‘Speak softly but carry a big stick’ de Amerikaanse krijgsmacht versterkte.

Hij was ook nog eens militair én natuurbeschermer en zijn inzet was cruciaal voor de Nationale Parken in de Verenigde Staten. Hij belichaamt het feit dat al deze werelden juist heel goed verenigbaar zijn, zelfs in 1 persoon. Al ver voor dat het hip was zei hij dat een natie wijs handelt als zij de natuurlijke hulpbronnen behandelt als activa die zij aan het nageslacht moet overdragen in een staat die in waarde is toegenomen en niet is aangetast.

Is het dan alleen maar 1 groot succesverhaal, vragen jullie je misschien af. Nee, zeker niet. Er gaat veel goed, maar we zijn er ook nog lang niet. Dat bewijzen de recente branden op onze oefenterreinen wel.

Het blijft een zoektocht en dat heeft alles te maken met de wereld die er niet veiliger op is geworden en het feit dat dat ook niet snel zal veranderen.

De eerste prioriteit van de krijgsmacht is en blijft het beschermen van het grondgebied van Nederland en dat van onze bondgenoten.

Dat doen diezelfde de vrouwen en mannen die met hun voertuigen over de heide rijden en met hun marineschepen over de Noordzee varen. Dat doen ze trouwens absoluut niet rücksichtslos. Het oefenen in natuurgebieden is aan strenge regels en voorschriften gebonden. Er wordt niet continu geoefend en militairen komen niet op stukken met beschermde flora en fauna.

Maar bedenk u vooral ook dat dit dezelfde vrouwen en mannen zijn die desnoods hun leven wagen voor uw en mijn vrijheid. We hebben dan ook de plicht om hen in staat te stellen zich optimaal op deze zware taak voor te bereiden.

Kort door de bocht: willen we überhaupt de vrijheid hebben om te bepalen dat natuur en biodiversiteit het beschermen waard zijn, dan moeten we er in de eerste plaats voor zorgen dat in Nederland en Europa de democratie behouden blijft. Zodat het lot van de natuur bijvoorbeeld niet in de handen komt van mensen met  eigen gewin als hoogste ideaal.

Daar komt ook nog eens bij dat we ons heel goed beseffen dat natuur, biodiversiteit en klimaat nauw samenhangen met veiligheid. Klimaatverandering en mogelijke gevolgen zoals overstromingen, honger en vluchtelingenstromen kunnen een enorme en directe impact op ons werk hebben.

Uiteindelijk gaat het om het vinden van de juiste balans en daar zijn jullie onmisbaar bij. Vorige maand was ik samen met Natuurmonumenten op de Lozerheide. Hier leven taurossen en als deze runderen bedreigd worden door bijvoorbeeld wolven, vormen ze een beschermende cirkel om hun kalveren.

Dit symboliseert perfect de weerbare samenleving die wij vanuit de krijgsmacht promoten. Defensie is misschien het sterkste exemplaar uit de kudde, maar we kunnen het niet alleen. Onze echte kracht ontlenen we aan het collectief en iedereen speelt een rol bij het beschermen van dat wat ons dierbaar is.  

Dat we dit menen, bewijst het feit dat we inmiddels zelfs samen optrekken met de Waddenvereniging. Nog niet zo lang geleden stonden we lijnrecht tegenover elkaar vanwege hun bezwaar tegen onze oefenvergunningen op de Vliehors.

Nu trekken met elkaar op bij het onderzoek naar onze daadwerkelijke impact op de zoogdieren en vogels van de Wadden.

Door samen te werken kunnen we elkaar echt versterken. Het voorstel van onze gastheer Naturalis is hier een perfect voorbeeld van. Als onderzoeksinstituut willen zij weten hoe de natuur zich ontwikkelt en in het bijzonder de kuststreek langs de Noordzee.

Wij zijn ook betrokken bij onze kustverdediging en willen daarvoor ook zoveel mogelijk weten wat er allemaal gebeurt. Zodoende opperde Naturalis het idee om onze krachten te bundelen en te kijken of het mogelijk is om onze middelen voor beide doelen in te zetten.

Dit is wat mij betreft exact wat er wordt bedoeld met het thema van vandaag ‘Making Waves Together’. We moeten samen de boel in beweging brengen.

Daarom heb ik het initiatief genomen om te komen tot een structureel 2 jaarlijks bestuurlijkoverleg met de grootste natuurorganisaties en terreinbeheerders in ons land waaronder Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de Vogelbescherming en de Provinciale Landschappen zodat het lijntje tussen ons kort is omdat we opgave die we hebben te groot is, te mooi is, om het allemaal alleen te willen doen.

We zullen het echt niet altijd met elkaar eens zijn, maar ook wij beseffen dat overleg meer oplevert dan geharnast tegenover elkaar staan.

Dat natuur en een krijgsmacht die meer ruimte opeist soms schuren is onvermijdelijk, maar ik reken op jullie begrip en onze samenwerking. Zodat onze mensen niet alleen onze vrijheid en democratie kunnen blijven beschermen, maar bijvoorbeeld ook de rouwrandspanner, boomkikkers en zandhagedissen.

Bedankt voor uw aandacht en eet smakelijk!