Inleidend statement van minister-president Jeten tijdens de wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad. Met onder meer aandacht voor het Kamerdebat over het stikstofpakket, het besluit om het recht op stagevergoeding in de wet vast te leggen en een vooruitblik op de NAVO-top volgende week in Ankara.

Minister-president Jetten: Goedemiddag. Woensdag heeft minister Van Essen van landbouw met de Kamer het stikstofpakket besproken waarmee we Nederland weer in beweging willen krijgen. Mijn afdronk is dat er veel bereidheid wordt getoond om ervoor te zorgen dat we van het stikstofslot af gaan. Zowel bij de betrokken sectoren als in de Kamer. Natuurlijk is er een deel van de Kamer dat het pakket graag anders had ziet. En ik zie ook dat er veel emoties zijn bij de groepen die het meest worden geraakt, en in het bijzonder natuurlijk onze boeren. Daar hebben we ook oog voor. En tegelijkertijd is het van belang dat we nu echt maatregelen voor Nederland nemen op het land weer vooruit te helpen. Dat biedt boeren weer meer duidelijkheid en helpt bouwers woningen te kunnen bouwen. En natuurlijk moet ook de natuur worden hersteld. En ik heb ook goede hoop dat we de komende maanden met alle wetten die er nu gaan komen om dit stikstofpakket ook echt uit te voeren en een meerderheid, een brede meerderheid in de Kamer zal ontstaan. En dat laat ook in bredere zin zien hoe we als minderheidskabinet hard werken om een aantal grote opgaven in Nederland op te lossen.
Als kabinet hebben we daarvoor ideeën en voorstellen, en zoeken we naar brede steun zowel binnen als buiten het parlement. Dat is een gezond democratisch proces. Een proces waarin we coalitie en oppositie tot de beste oplossingen proberen te komen. En ja, een minderheidskabinet moet daar misschien nog iets harder werken dan een regulier meerderheidskabinet. Maar vergeet niet dat ook voorgaande kabinetten niet automatische een meerderheid hadden, zeker niet in de Eerste Kamer.
In aanloop naar Prinsjesdag zijn we nu bezig om met een groot aantal oppositiepartijen te peilen wat hun wensen en ideeën zijn voor de begroting van volgend jaar. Daar gaan we ook in augustus volop mee door en ik heb er volle vertrouwen in dat we op een volwassen en verantwoordelijke manier tot die begroting gaan komen.
Dan naar een aantal concrete besluiten die we vandaag in de ministerraad hebben genomen. Stage lopen is voor veel studenten in het mbo, hbo en wo een belangrijk onderdeel van hun studie. En een goede leerschool voor de arbeidsmarkt. Vaak leveren ze daarbij ook een heel positieve bijdrage aan het bedrijf of de organisatie waar studenten stage lopen. Dat verdient erkenning en waardering, ook in financiële zin. Daarom gaan we in de wet vastleggen dat alle stagiairs recht krijgen op een stagevergoeding. Deze wettelijke stagevergoeding maakt onderdeel uit van een breder pakket waarmee we de kwaliteit van stages willen verhogen, bijvoorbeeld ook met bredere begeleiding. En dat is nodig. Nederland staat te springen om goede vakmensen onder andere in de bouw en in de zorg. Om techneuten die werken aan de techniek van de toekomst, want het zijn zeker ook die MBO-studenten die ons land draaiende houden, de ruggengraat van de Nederlandse economie.
Een heel ander besluit van vandaag, is dat Nederland bereid is gastland te worden van een Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne. Dit agressietribunaal is bedoeld om de verantwoordelijken voor de Russische inval en oorlog tegen Oekraïne te kunnen berechten. Als gastland kunnen we ons extra inzetten voor waarheidsvinding en gerechtigheid voor alle slachtoffers en nabestaanden. Dat is zeker niet makkelijk en vooral een kwestie van de lange adem. Maar we moeten de stappen ernaartoe wel zetten, zodat Poetin en de kliek om Poetin heen verantwoording moeten afleggen voor de misdrijven die zij begaan tegen de Oekraïners.
Tot slot, volgende week in Ankara is de NAVO-top. Daar ben ik samen met de minister van Defensie en minister van Buitenlandse Zaken bij aanwezig. Maar deze top staat vanuit Nederlands
Perspectief misschien iets minder in de schijnwerpers dan die van vorig jaar in Den Haag, maar dat maakt deze bijeenkomst niet minder belangrijk. Den Haag was een historische top om de NAVO-norm opnieuw vast te stellen op vijf procent. In Ankara worden die resultaten van die Den Haag afspraken besproken. Alle bondgenoten zijn hard aan het werk om de ambities en toezeggingen ook echt in te vullen zodat we meer menskracht en meer materiaal hebben om het NAVO-gebied beter te verdedigen tegen bedreigingen. Dat doen we in goed overleg en eensgezindheid. Ik ben erg blij dat we dat volgende week in Ankara kunnen laten zien, dan zie ik u graag volgende week vrijdag voor de laatste ministerraad voor ons zomerreces.