Achter de schermen bij het NFI: is het net als op televisie?

Ministeries

Onderzoeksresultaten binnen een paar minuten, detectives die rennen van de plaats delict naar het lab en weer terug, en apparaten die wazige foto’s met een druk op de knop kunnen scherpstellen. Dat is hoe forensisch onderzoek eruitziet op televisie. Maar hoe gaat dat in het echt? Daar weten Iris Groeneveld en Rolf Ypma alles van. Zij werken bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Iris is deskundige verdovende middelen; Rolf werkt als principal scientist en forensisch data scientist. “Zo mooi en snel als het op tv soms lijkt, gaat het in het echt vaak niet. Maar we doen wel heel veel bijzondere onderzoeken. Dat voelt soms wel alsof het op tv had kunnen zijn.”

Vergroot afbeelding
Beeld: ©Ministerie van Justitie en Veiligheid
Iris Groeneveld en Rolf Ypma

Volgens Rolf is het grootste verschil tussen wat er op tv gebeurt en de werkelijkheid dat het in het echt allemaal wat langer duurt. Bijvoorbeeld als het gaat om informatie halen uit telefoons. Die zijn tegenwoordig vaak versleuteld. Dat is fijn voor je eigen privacy, maar maakt het voor politie en onderzoekers ook lastig om bewijsmateriaal te krijgen voor bijvoorbeeld een rechtszaak. Rolf: “Bij het NFI zijn we bezig om telefoons met versleutelde informatie alsnog te kunnen lezen. Experts kunnen met kleine beetjes informatie tóch nog erachter komen waar iemand was en wat diegene deed. Bijvoorbeeld ook als verdachten een smartwatch dragen. Die informatie kun je vergelijken met de verklaring van de verdachte: klopt het wel wat hij of zij zegt? Ik vind dat wel CSI.”

Zorgvuldigheid kost tijd

Dat het allemaal niet zo snel gaat als op tv, heeft volgens Iris een goede reden. “Het NFI voert onafhankelijk, wetenschappelijk onderzoek uit om zo de feiten te leveren die gebruikt kunnen worden als bewijs voor een strafzaak,” vertelt Iris. “Dat betekent dat we erg nauwkeurig moeten werken. En dat we ons eigen werk moeten controleren. Resultaten kunnen voor verdachten het verschil maken tussen een lange celstraf of vrijgesproken worden. Alles moet dus kloppen. Daarom doen we altijd meerdere onderzoeken met verschillende technieken en herhalen we deze als dat nodig is. Daarbovenop controleren collega’s de resultaten ook nog eens. Is het onderzoeksmateriaal goed geanalyseerd? En zijn resultaten wel goed opgeschreven? Er mag nergens verwarring over ontstaan.”

Het wetenschappelijk geweten

Als principal scientist weet Rolf daar alles van. De principal scientists zien zichzelf als het ‘wetenschappelijk geweten’ van het Instituut. “Met elkaar kijken we naar de kwaliteit van de onderzoeken die we binnen het NFI doen”, legt hij uit. “Daar maken we allerlei regels voor. Dat noemen we de kwaliteitseisen. Daarnaast kijken we ook naar of wat we doen wel wetenschappelijk klopt. Je kan op het lab een onderzoek wel heel goed doen, maar als je daarna niet goed logisch nadenkt of statistiek verkeerd gebruikt, kan je alsnog een verkeerde conclusie trekken. We controleren dus het werk dat we doen, zodat we zeker weten dat de resultaten van onze onderzoeken ook echt kloppen.”

Van laboratorium naar plaats delict

De aanname dat onderzoekers zelf naar de plaats delict gaan om daarna meteen het bewijsmateriaal te onderzoeken en een verdachte aanhouden, klopt niet helemaal. “Ik heb eigenlijk vooral een kantoorbaan”, geeft Iris toe. “Maar dat betekent niet dat het saai is. We kijken nu bijvoorbeeld naar hoe we ons lab naar de plaats delict kunnen brengen. We willen een soort draagbare mini-versies van onze lab-apparaten mee kunnen nemen om op de plaats delict al meteen resultaten te kunnen krijgen. Nu moet bewijsmateriaal eerst naar het NFI worden opgestuurd. Als we ter plekke al aan de slag kunnen, zou dat een hoop tijd schelen.”

AI in de pathologie

Onderzoekers bij het NFI weten niet altijd alle details over een zaak. Dat is ook niet altijd nodig. Toch krijgen ze soms zaken op hun bureau die de meeste mensen liever niet zien. “Ik werkte een tijdje geleden vanuit mijn rol als data scientist samen met de afdeling pathologie”, vertelt Rolf. “Als er een lichaam binnenkomt met schot- of steekwonden, is het belangrijk om te weten vanaf welke kant er werd geschoten of gestoken. Dat is van de buitenkant niet altijd goed te zien aan de verwondingen. Inmiddels bestaan er AI modellen die dit goed kunnen berekenen. Zo’n model kan op basis van afbeeldingen zien hoe is geschoten of gestoken.”

“Hoe meer forensisch-medische informatie we gestructureerd opslaan, hoe beter we verwondingen tussen zaken met elkaar kunnen vergelijken. Dat is erg nuttig, bijvoorbeeld als we niet zeker weten of iemand is overleden door moord of zelfmoord. Met de computer kunnen we heel nauwkeurig de verwondingen met andere scenario’s vergelijken en zo een goede conclusie trekken.”

Leren loslaten

Werken bij het NFI heeft de blik op de wereld van Iris veranderd, vertelt ze. “Zeker toen ik hier net kwam werken, had ik best wel moeite met alle verhalen waar slachtoffers bij betrokken zijn. Binnen het team Verdovende Middelen komt het wel eens voor dat we bebloede kleding van een slachtoffer krijgen om te onderzoeken op sporen van drugs of grondstoffen daarvan. Dan realiseer je je dat wat je op tv ziet, ook in het echt gebeurt. Je moet leren om dat soort dingen los te kunnen laten.”