Evidence-based policing: als wetenschap en praktijk samen op pad gaan
Ministeries
Meer blauw op straat. Wat levert dat op? Wat is, in bredere zin, het effect van politieoptreden? Waarom zou je dat effect willen meten? En hoe onderzoek je het? Een politieman, een wetenschapper en een beleidsmaker over evidence-based policing in Nederland: “Om te weten of je lekker bezig bent, moet je eerst goed meten wat je doet en welke effecten dat heeft.”
Onderzoeken naar de effecten van politiewerk. In de jaren negentig van de vorige eeuw waren ze er volop. Daarna werd het langzamerhand een beetje stil, constateerden ze ook op het ministerie van Justitie en Veiligheid. Een gemis. En daarom organiseerden ze in 2019 een bijeenkomst, onder leiding van Michel Bravo, nu Hoofd Strategie, Kennismanagement, Innovatie en Onderzoek bij het Directoraat-generaal Politie en Veiligheidsregio’s bij dat ministerie. Decanen van diverse universiteiten, maar ook vertegenwoordigers van de Politieonderwijsraad, kennisinstituten als het Nivel en het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), kwamen bij elkaar en gaven als advies: start een meerjarig onderzoeksprogramma om je als ministerie, politieacademie en politie te kunnen voeden met informatie. Meet op een wetenschappelijke manier wat de effecten zijn van politieoptreden en zorg dat iedereen ervan kan leren. En zo werd in 2020 het programma What works in policing: Towards evidence-based policing in the Netherlands gestart, als een samenwerking tussen de Nationale Politie, het ministerie van Justitie en Veiligheid en het NSCR.
De start
Stijn Ruiter was er als senior onderzoeker en lead van het onderzoeksprogramma vanaf het begin bij. Ruben Boomsma, plaatsvervangend teamleider bij de politie in Amsterdam, haakte later aan. Hij kende Stijn als begeleider van zijn bachelorscriptie Criminologie, en benaderde hem opnieuw toen hij hulp nodig had bij een analyse om criminele netwerken inzichtelijk te maken. Stijn: “Die vraag paste perfect bij het onderzoeksprogramma waar we toen net mee gestart waren, en zo begon een bijzonder partnerschap. Oorspronkelijk begonnen we als een vijfjarig programma, en in het begin kreeg het vooral de vorm van promotieonderzoeken naar evidence-based policing (EBP). De meeste van die onderzoeken zijn nu (bijna) afgerond. Ze gaan bijvoorbeeld over hoe effectief de politie burgers aan de balie kan helpen, waarop een zaak na aangifte kan stranden, of over geweld dóór en tegen politiemensen.”
Vanuit de politie
Politiechef Ruben werd een van de connecties tussen de onderzoekswereld en de dagelijkse politiepraktijk, en later ook een van de initiatiefnemers van de Society of Evidence-based Policing Nederland (SEBP.nl). Die organisatie zou graag zien dat de hele Nationale Politie evidence-based gaat werken. Ruben: “Ik zie de Society als een soort Haarlemmerolie; we pakken verschillende rollen om evidence-based werken bij de politie te bevorderen: we geven er informatie over, zorgen voor meer bewustwording over de toegevoegde waarde, en bevorderen actief het gebruik van wetenschappelijke kennis en methoden bij het dagelijkse politiewerk. Daarnaast helpen we collega’s bij het gebruiken, opzetten of interpreteren van onderzoek, zodat de best beschikbare kennis (de ‘evidence’) tot effectief politiehandelen (‘policing’) leidt. En tot slot biedt SEBP een platform om kennis, ervaring en informatie op het gebied van EBP te delen via bijeenkomsten, nieuwsbrieven en op het internet. Allemaal taken die wat mij betreft, als we wat verder in het proces zijn, binnen de Nationale Politie belegd zouden moeten worden. Nu doen wij dit er vrijwillig bij.”
Momentum maken
Stijn: “Bij evidence-based policing gaat het er dus om dat politieprofessionals het best beschikbare bewijs gebruiken om beleid, praktijken en beslissingen op te baseren. Logischerwijs moeten politie en wetenschap daarvoor nauw samen optrekken. In de Angelsaksische landen heeft EBP zich al bewezen. En ook in Nederland mogen we trots zijn. We hebben vastgesteld wat EBP in het buitenland heeft gebracht, en onderzoeken nu hoe we daar in de Nederlandse context ons voordeel mee kunnen doen. Als beweging staan we in Nederland misschien nog in de kinderschoenen, maar we zijn wel gestart. Nu is er momentum, nu moet het gaan landen binnen de Nationale Politie, op de politieacademie en breder bij partnerorganisaties en in de politiek. Ik heb er alle vertrouwen in dat dat gaat gebeuren. Want wie wil er nu geen effectieve politie?”
Samen op onderzoek uit
Hoe de samenwerking in het onderzoeksprogramma er in de praktijk uitziet? Politie, wetenschappers en ministerie houden steeds onderling contact, ontmoeten elkaar regelmatig om vragen en resultaten uit te wisselen en organiseren ook een jaarlijkse EBP-conferentie. Stijn: “Veel casussen die we onderzoeken, komen uit onze bestaande netwerken. In het begin vroegen we wetenschappers om interessante onderwerpen aan te leveren, maar dan loop je toch kans dingen te gaan onderzoeken waar de politie bij het dagelijks werk weinig aan heeft. Tegenwoordig halen we dus graag onderzoeksvragen op uit de praktijk, bijvoorbeeld via de Society of vanuit de vele warme contacten die we de afgelopen jaren hebben gebouwd. Ruben: “Een interessant aspect daarbij is ‘snelheid’; wij politiemensen willen graag actie, we willen resultaat zien. Een promotieonderzoek duurt gemiddeld 4 jaar … Dat is voor ons dus lang. De uitdaging is om de balans te vinden tussen zorgvuldig onafhankelijk onderzoek en toch met enige snelheid resultaten opleveren voor de werkpraktijk. Ook als Stijn of zijn mensen een wetenschappelijk artikel over een onderzoek nog niet af hebben, kunnen we vaak al resultaten samenvatten en er op de werkvloer ons voordeel mee doen. Zo maken we het werkend voor de praktijk.”
Stijn: “Ik ben een onderzoeker, geen politieman. Het risico is dan dat je in een samenwerking als deze aan de zijlijn blijft staan met een opgeheven vingertje: ‘Jullie hadden het beter zo kunnen doen!’ Dat probeer ik niet te doen: we trekken echt samen op, ieder vanuit onze eigen expertise en door het leveren van opbouwende feedback. Soms komt er een vraag bij ons terecht over een bestaande werkwijze of pilotproject, of we die ‘even willen evalueren’. Achteraf is dat vaak enorm lastig. Het beste is het om als onderzoekers al aan het begin van een project betrokken te worden. Zo kunnen we een degelijk onderzoek inrichten en echt goed meten wat er gebeurt.”
Een voorbeeld: in Oost-Nederland kregen verkeersveelplegers een waarschuwingsbrief van de politie waarin ze gemeld werd dat ze in het vizier waren, welke risico’s ze liepen, in de hoop ze te overtuigen zich beter te gaan gedragen op de weg. Stijn: “De politiemensen vroegen ons te meten of die werkwijze effectief was. Een stoere stap, want zo’n aanpak is toch een soort kindje geworden waar je trots op bent, en een positief onderzoeksresultaat is niet gegarandeerd. Samen met collega’s Amina op de Weegh en Amy Nivette richtten we een onafhankelijk onderzoek in, en helaas kwam daar uit dat deze werkwijze niet tot minder verkeersovertredingen bij de doelgroep leidde. Dat is natuurlijk jammer, maar dán wordt het dus pas écht interessant: je hebt wetenschappelijk onderbouwd bewijs dat deze aanpak niet werkt, kun je dan als organisatie van die werkwijze afstappen, of die aanpak gaan finetunen, zodat hij wél werkt? Dan heeft EBP zin en succes.” Michel: “Leren doet soms pijn.”
Positieve resultaten
Het wetenschappelijk onderzoek hoeft dus niet per se een positief resultaat op te leveren om uiteindelijk tot nuttige gevolgen te kunnen leiden. Als is het natuurlijk motiverender als een aanpak wél blijkt te werken. Ruben: “Een mooi voorbeeld daarvan is het onderzoek onder veelplegers in Den Helder. We voerden een klassiek experiment uit, waarbij wijkagenten stopgesprekken gingen voeren met een willekeurig geselecteerde helft van de totale doelgroep van 246 personen. De boodschap: we hebben je nu al vaak gezien als verdachte van criminaliteit, het wordt tijd daarmee te stoppen. En als je ergens hulp bij nodig hebt, zijn er verschillende instanties waar je terechtkunt. De andere helft van de doelgroep kreeg geen bezoek. Ook al werd nog niet de helft van de bezochte groep uiteindelijk echt bereikt voor een stopgesprek, toch bleek die groep een jaar later 16% minder als verdachte te worden aangemerkt dan personen uit de groep die geen stopgesprek hadden gekregen. Weliswaar een klein onderzoek, dat je niet zomaar kunt doortrekken naar andere regio’s en onderwerpen, maar het mag zeker als ‘veelbelovend resultaat’ worden bestempeld. Ook omdat veel Angelsaksisch onderzoek resultaten in dezelfde richting heeft laten zien.”
Stijn: “Mooie bijvangst is dat Ruben en ik het onderzoek presenteerden op de politieacademie, waarop andere politiemedewerkers die zich bezighouden met de aanpak van andere vormen van criminaliteit (bijvoorbeeld het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme) ook interesse toonden in het evalueren van hun stopgesprekken. Daar ontstond dus weer een nieuwe samenwerking waarin we de effecten van het voeren van stopgesprekken gaan evalueren. Zo breidt het succes van EBP zich uit als een olievlek.” Ruben: “We noemen dit soort aanpakken focused deterrence, letterlijk in het Nederlands vertaald: ‘gerichte afschrikking’. In het Verenigd Koninkrijk zien we dat het ook met succes wordt toegepast om doelgroepen die tegen de georganiseerde misdaad aanschurken, via o.a. een stopgesprek aan te spreken. Resultaat: een daling van 30% bij de testgroep. Ook de Nederlandse politie heeft enorm veel data tot haar beschikking. Daar zouden we preventief veel mee kunnen bereiken via focused deterrence-aanpakken.
En nu dóór
Succesvol mogen we de eerste periode van het onderzoeksprogramma (2020 tot 2025) terugkijkend zeker noemen. En daarom is het onlangs verlengd. Stijn: “Voor de komende periode is de uitdaging niet alleen: doe nog eens zo’n studie. Er ligt ook een meta-opgave, namelijk evidence-based policing samen verderbrengen. Daarvoor moeten we bij politiehandelen steeds weer de evaluatievraag blijven stellen. Dus niet alleen vol enthousiasme doorgaan met de ene na de andere mogelijke oplossing proberen. Die passie is mooi, maar soms moeten we even op pauze drukken, liefst al voordat we aan een experiment beginnen, en bedenken hoe we het gaan evalueren.” Michel: “De kern is dat wetenschappers en politiemensen samen op pad gaan, en dat we hun bevindingen vervolgens ook weer meenemen in ons beleid. En dat zijn we op dit moment aan het doen!”
En om nog even terug te komen op de vraag helemaal aan het begin van dit artikel: uit het promotieonderzoek van Tim Verlaan binnen het onderzoeksprogramma EBP blijkt dat meer blauw op straat (in dit geval in de Haarlemmerbuurt in Amsterdam) niet per se tot hosanna leidt, maar eerder tot een waterbedeffect (hier meer blauw, elders meer criminaliteit) en tot negatieve publieksreacties. De wetenschappelijk bewezen feiten staan hier vrijwel lijnrecht tegenover de publieke opinie en berichtgeving in de media. Ruben: “Evidence-based Policing zorgt óók dat je verantwoording over je keuzes en je handelen kunt afleggen aan de samenleving. Heel belangrijk.”