Intieme terreur: een blinde vlek in het familierecht

Ministeries

#NietMijnRecht: dat is dit jaar het thema van internationale vrouwendag op 8 maart. De rechten van vrouwen staan wereldwijd onder druk. Ook de Nederlandse rechtspraak heeft blinde vlekken waar het om vrouwenrechten gaat. Familierechtadvocaten Ariane Hendriks en Ingrid Vledder ontdekten patronen in huiselijk geweldzaken die wijzen op zo’n blinde vlek: intieme terreur. Ze schreven erover in het boek ‘Met liefde heeft het niets te maken’.

Vergroot afbeelding Ingrid Vledder en Ariane Hendriks
Beeld: ©KekeKeukelaar
Ingrid Vledder en Ariane Hendriks vragen aandacht voor dwingende controle.

Ariane was zeventien jaar lang familierechtadvocaat met een praktijk gespecialiseerd in huiselijk geweldzaken. Na verloop van tijd begonnen haar bepaalde patronen op te vallen in deze zaken: vrouwen die bang waren in hun eigen huis, die psychisch kapot waren gemaakt in een relatie en ook na de scheiding werden bedreigd door hun ex-partner. Dat viel familierechtadvocaat Ingrid ook op. Ze deelden hun ervaringen met elkaar. Hoe kan het dat we zo veel zaken zien die jaren na een scheiding nog steeds spelen, vroegen ze zich af. Wat zien we precies gebeuren bij deze vrouwen en hoe gaan hulpverlening en rechtspraak om met hun situatie?

Ariane stond jarenlang de ex-partner van Wim Hof bij in rechtszaken tegen de ice man. “De zaak deed een hoop stof opwaaien”, herinnert ze zich. “De media hadden veel interesse in intieme terreur. Toen uitgevers me benaderden om een boek te schrijven over het onderwerp, vroeg ik Ingrid om dit samen te doen.” Intieme terreur of dwingende controle is voortdurend psychisch en soms ook fysiek geweld dat de partner in een relatie klemzet en haar daarin gevangen houdt. Bijna altijd is de pleger een man en het slachtoffer een vrouw.

Waar twee vechten, hebben twee schuld

In ‘Met liefde heeft het niets te maken’ schrijven Ingrid en Ariane dat intieme terreur in het familierecht slecht wordt herkend. “Sinds ongeveer twintig jaar is het vechtscheidingsframe dominant in het familierecht”, legt Ingrid uit. “Binnen deze manier van denken komt een scheiding altijd door een conflict tussen de partners. Zij hebben beiden een aandeel in het conflict, er is geen sprake van een pleger en een slachtoffer. Het conflict wordt door rechters behandeld als communicatieprobleem tussen de partners. Dus hup, in therapie, met elkaar om tafel en je best doen voor meer en beter contact. Met als gevolg dat de pleger invloed houdt op het slachtoffer, en zij niet veilig is.”

Bovendien gaat dit frame er vanuit dat beide ouders het beste willen voor de kinderen. Het gevolg is dat de rechten van vaders om hun kinderen te zien in het Nederlandse familierecht belangrijker worden gevonden dan de veiligheid van moeders en kinderen, stellen Ariane en Ingrid. “Het is in veel andere zaken absoluut in het belang van het kind dat beide ouders betrokken blijven”, stelt Ariane voorop. “Maar in een situatie van intieme terreur wil je de pleger juist op afstand houden. Plegers van intieme terreur gebruiken hun kind namelijk als pion om hun ex-partner kapot te maken. Het heeft niets te maken met de liefde die een ouder voelt voor zijn kind. Het is alleen maar schadelijk.”

Nederland loopt achter

Fysiek partnergeweld dat begint tijdens een zwangerschap: toen Ingrid dit voor het eerst tegenkwam in een zaak, vond ze het vooral heftig. Maar toen ze het steeds opnieuw zag in vergelijkbare zaken, besloot ze de literatuur in te duiken. “Dit patroon bleek in het buitenland, vooral in de Angelsaksische landen, allang onderzocht te zijn”, vertelt ze. “Het is zo’n pleger er bijvoorbeeld om te doen om al tijdens de zwangerschap te laten zien dat hij het kind iets kan aandoen, om zo de vrouw steviger in zijn greep te krijgen. Er is overtuigend wetenschappelijk bewijs voor de samenhang tussen partnergeweld en kindermishandeling. Er is ook veel bekend over de impact van intieme terreur op kinderen. Alleen wordt deze kennis in Nederland nog nauwelijks toegepast door hulpverleners, rechters en andere professionals rondom gezinnen. We lopen zeker vijftien jaar achter op bijvoorbeeld Canada.” De rechtspraak erkent dat de kennis over intieme terreur tekortschiet en werkt hieraan.

Daden zeggen meer dan woorden

Het strafrecht en het familierecht beoordelen huiselijk geweld anders, ziet Ariane. Ze werkt nu als docent familierecht aan de Universiteit Tilburg. “In het strafrecht speelt veiligheid een belangrijke rol”, legt ze uit. “Wie overtreedt hier de regels en schendt de rechten van de ander, en wat kunnen we daartegen doen? In het familierecht staat juist het contact centraal: hoe kunnen we ervoor zorgen dat partners weer met elkaar door één deur kunnen?” Deze andere blik zorgt er volgens Ingrid en Ariane voor dat familierechters hun oordeel anders wegen dan strafrechters. Ze hebben vaak dezelfde informatie, maar trekken er andere conclusies uit. En dat terwijl het vaak dezelfde mensen zijn; veel rechters behandelen gedurende hun loopbaan zowel straf- als familiezaken.

“Gek genoeg kijken we in het familierecht veel minder naar wat er daadwerkelijk gebeurt binnen een relatie of gezin”, legt Ingrid uit. “We beoordelen vooral hoe de partners met elkaar praten en of ze bijvoorbeeld meewerken aan hulpverlening. Een vrouw voor wie mediation schadelijk is, omdat dit haar weer onder controle van haar ex-partner brengt, zal daar niet graag aan meewerken. Dit werkt in de rechtszaal vaak in haar nadeel, terwijl haar partner niet wordt afgerekend op het psychische geweld dat hij pleegt. Familierechters zouden daden zwaarder moeten laten meewegen in hun beoordeling van een situatie.”

We kunnen veel meer doen

In hun boek geven Ariane en Ingrid slachtoffers en hun netwerk concreet advies over veilig weggaan bij een pleger, het vermijden van niet-helpende hulpverlening en het verkleinen van risico’s op slechte uitkomsten in de rechtszaal. Ook zien ze ruimte voor snelle verbeteringen in het familierecht én hulpverlening door een andere manier van denken over huiselijk geweld. “Dat is het goede nieuws: we denken dat het niet ingewikkeld is om slachtoffers van dwingende controle beter te kunnen helpen”, vertelt Ariane. “Het begint bij het erkennen van de omvang van het probleem en bij het verspreiden van kennis, zodat we die kunnen gaan toepassen in de praktijk.”

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voert gesprekken met partners als de Rechtspraak, de Raad voor de Kinderbescherming en andere betrokken partijen om de aandacht voor huiselijk geweld en intieme terreur in familierechtszaken, zoals gezag en omgang, te vergroten. Samen met deze partners werkt Justitie en Veiligheid onder meer aan het verbinden van het straf- en civielrecht, het verbeteren van de informatievoorziening aan familierechters en het delen van kennis met de betrokken professionals.

Ariane en Ingrid hopen dat hun verhaal bijdraagt aan het bestrijden van intieme terreur. Want een partner die een vrouw isoleert en manipuleert, doet dat niet omdat hij van haar houdt, maar omdat hij haar als bezit beschouwt. Met liefde heeft het niets te maken.