"Oekraïnehuizen zijn de schakel tussen ontheemden en de overheid"
Ministeries
In 2022 vluchtte Anna Bieliaieva samen met haar moeder en zoon uit Oekraïne. Ze kwam naar Nederland. In samenwerking met Utrechtse vrijwilligers richtte Anna Stichting Vital’nya op: een huiskamer voor en door Oekraïners. Het is een plek waar Oekraïense ontheemden samenkomen. Ze vieren er hun eigen cultuur en leren er Nederlands en Engels. Ook werkt Vital’nya samen met de provincie en de gemeente Utrecht, bijvoorbeeld op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg. In Nederland zijn er ruim 20 van zulke Oekraïnehuizen. De vertegenwoordigers van Oekraïnehuizen en andere Oekraïense organisaties zijn belangrijk voor het ministerie van Asiel en Migratie (AenM). Door goed contact te houden, helpen Oekraïners en de overheid elkaar.
Anna heeft regelmatig contact met Renke Edens, beleidsmedewerker bij de Programmadirectie Oekraïense Ontheemden van AenM. Renke spreekt met verschillende vertegenwoordigers van Oekraïnehuizen. Zo ziet ze wat Oekraïners in Nederland nodig hebben. “We kunnen helaas niet met élke Oekraïner praten”, zegt Renke. “Daarom is het fijn dat we goed contact hebben met een aantal vertegenwoordigers van Oekraïense gemeenschappen. Zij kunnen ons allerlei vragen stellen over beleid, zoals de plannen voor wonen en opvang in de toekomst. Die kunnen we vanuit het ministerie beantwoorden. Als we merken dat er over een onderwerp veel vragen zijn, weten we dat we daarmee aan de slag moeten.”
Een thuis ver weg van huis
Vital’nya betekent huiskamer in het Oekraïens. Dat gevoel wil Anna andere Oekraïense ontheemden geven. “De oorlog duurt nu al vier jaar”, vertelt ze. “Ik wil dat iedereen die zijn of haar huis is verloren of moest verlaten zich hier thuis voelt. Er is weinig hoop meer dat we snel terug kunnen. Ik wil de hoop levend houden dat alles weer goed komt.”
“In de tussentijd wil ik iedereen de kans geven om deel uit te maken van iets moois”, voegt Anna toe. “Wie ergens goed in is, kan die kennis delen met de rest. Een van de jongeren geeft hier les in Engels. Er is ook iemand die bijna op B1-niveau Nederlands spreekt. Zij geeft haar kennis door aan andere Oekraïners die de taal willen leren. Iedereen draagt op zijn of haar eigen manier bij aan de gemeenschap. Mensen kunnen hier zichzelf zijn en elkaar helpen.”
Antwoord op vragen uit de gemeenschap
De Nederlandse overheid deelt vaak informatie via websites zoals Rijksoverheid.nl en Government.nl. Voor Oekraïners zijn die websites niet de eerste plek waar zij informatie zoeken. Daarom delen Anna en Renke belangrijke informatie direct met de gemeenschap. Renke: “We hebben contact met verschillende Oekraïense vertegenwoordigers die kanalen hebben op Telegram, Instagram en YouTube. Daarop plaatsen zij de informatie die we vanuit AenM delen. Bijvoorbeeld over hoe Nederland straks het verblijf van ontheemden gaat regelen als de Europese Richtlijn die hen nu bescherming biedt, afloopt.”
Doordat Anna en Renke regelmatig contact hebben, kunnen ze elkaar goed helpen. Renke hoort van Anna welke vragen er zijn in de gemeenschap. Anna legt uit: “Soms komen er mensen naar me toe die op sociale media iets zagen over bepaalde wetten en regels. Ik kan dan rechtstreeks aan Renke vragen of die informatie klopt of niet. Klopt het niet? Dan kan ik mensen laten weten hoe het wel zit. Zo lopen we niet rond met informatie waarvan we niet zeker weten of het wel waar is.”
Van signalen naar concrete oplossingen
Het rechtstreekse contact tussen Anna en Renke zorgt voor snelle duidelijkheid bij vragen. Anna: “We zagen dat er op opvanglocaties vaak huisregels golden voor bewoners, maar dat bewoners andersom vaak niet wisten wat ze van locatiemanagers mochten verwachten. Ook hadden ontheemden veel vragen over de klachtenprocedures bij gemeenten. De onduidelijkheid zorgde soms voor vervelende misverstanden tussen ontheemden, locatiemanagers en gemeenten.”
“Dat gaf ik aan bij Renke. Voor de contactgroep met Oekraïense vertegenwoordigers heeft Renke toen een bijeenkomst georganiseerd met mensen van AenM. Met hen deelden we onze zorgen. Als gemeenten een opvanglocatie voor Oekraïense ontheemden willen starten, is daar een handleiding voor. Daarin staat door de bijeenkomst nu ook de aanbeveling om een bewonersraad in te stellen én een duidelijke klachtenprocedure in te richten. Zo kunnen gemeenten en ontheemden elkaar beter vinden en zijn de regels voor iedereen beter te begrijpen.”
Ook in de gezondheidszorg bleek directe input van ontheemden waardevol. "Oekraïense ontheemden vallen onder een speciale regeling voor de zorg: de RMO”, legt Renke uit. “Eerst was er alleen een samenvatting van de RMO beschikbaar in het Oekraïens. Maar ontheemden moeten precies weten hoe de verzekering werkt. Wij wisten niet dat zij veel informatie misten. Toen ze dat lieten weten, hebben we de volledige RMO laten vertalen in het Oekraïens, samen met een vertegenwoordiger uit de contactgroep.”
Regelmatig contact, ook zonder groot nieuws
Voor Anna en de Oekraïense gemeenschap is contact met de overheid altijd belangrijk, niet alleen bij grote besluiten. "We hadden een vergadering gepland, maar moesten langer wachten op nieuwe besluiten dan gehoopt”, vertelt Renke. “Toch lieten we de vergadering doorgaan. Er was geen groot nieuws. Maar iedereen was blij elkaar te zien en te horen hoe het proces verloopt." Anna vult aan: "Zelfs als er nog geen besluit is, is het belangrijk om verhalen en signalen te delen. Of om gewoon te vragen hoe het gaat. Na zo’n gesprek kan ik terug naar mijn gemeenschap en zeggen: ze zijn ermee bezig en zijn ons niet vergeten."
Voor Renke is de les duidelijk: "Stap uit je kantoor: het is zó belangrijk om goed in contact te staan met je doelgroep. Dat levert winst op voor beide partijen.”