Kennis der verplichtingen 2025
In 2025 is het jaarlijks terugkerende onderzoek ‘Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans’ uitgevoerd. Deze onderzoekscyclus wordt sinds 2021 uitgevoerd, waardoor een goede vergelijking met de resultaten over een periode van vijf jaar mogelijk is. Onderzocht is het kennisniveau van uitkeringsgerechtigden met betrekking tot de verplichtingen die aan hun uitkering verbonden zijn. Ook is in kaart gebracht hoe uitkeringsgerechtigden de kans op detectie en sanctionering inschatten bij het niet nakomen van hun verplichtingen. Tot slot zijn ook andere factoren die van invloed zijn op het nalevingsgedrag onderzocht.
Kennis der verplichtingen 2025
De doelgroep van het onderzoek bestaat uit uitkeringsgerechtigden die een WW-, ZW-, Wajong, WIA, WAO, AOW-, Anw-, AIO- of bijstandsuitkering ontvangen. De AKW is niet meegenomen, omdat die regeling zeer weinig verplichtingen kent.
Onderzoeksonderdelen
In 2025 bestond het onderzoek uit het jaarlijks gelijke kwantitatieve deel (vragenlijsten) en een verdiepend deel (focusgroepen). Door middel van de antwoorden op de vragenlijsten is geanalyseerd in welke mate uitkeringsgerechtigden op de hoogte zijn van de verplichtingen die horen bij de uitkering. En hoe hoog zij de kans inschatten dat een overtreding van deze verplichtingen leidt tot detectie en een daaropvolgende sanctie. Ook werd er gekeken naar hoe moeilijk of makkelijk mensen het vinden om zich aan de verplichtingen te houden en naar de ervaringen met de informatievoorziening door de uitkeringsinstantie. Daarnaast werd met de vragenlijsten een aantal andere factoren die van invloed zijn op het nalevingsgedrag onderzocht, zoals de steun voor de wet en het gevoel rechtvaardig behandeld te worden door de uitkeringsinstantie of gemeente. Het verdiepende onderzoek bestond uit acht focusgroepen. Daarin is onderzocht in hoeverre uitkeringsgerechtigden inzicht hebben in de informatie die over hen wordt geregistreerd, hoe controles werken en wat zij verstaan onder rechtvaardig handelen.
Resultaten onderzoek
De conclusie die na vijf jaar kan worden getrokken, is dat de meeste verplichtingen worden herkend wanneer deze aan de uitkeringsontvangers worden voorgelegd. Gemiddeld genomen herkent ongeveer negen op de tien uitkeringsontvangers deze verplichtingen. Sinds 2021 is hierin weinig verandering zichtbaar. Verplichtingen die minder vaak worden herkend, zijn met name verplichtingen die als vanzelfsprekend worden beschouwd, zoals het meewerken aan onderzoek. Ook plichten die te maken hebben met specifieke persoonlijke situaties, zoals in detentie gaan, worden niet altijd herkend omdat deze mogelijk niet altijd van toepassing zijn op alle uitkeringsgerechtigden. Plichten die gaan over de eigen situatie, zoals doorgeven van veranderingen in het eigen inkomen of een verhuizing, worden over het algemeen het best herkend.
Het verdiepende onderzoek met focusgroepen richtte zich op vier uitkeringen: de AOW, de Participatiewet, de Wajong en de WW. Ook dit jaar blijkt in algemene zin uit het onderzoek dat uitkeringsontvangers van een uitkeringsorganisatie vooral een menselijke benadering, maatwerk, vaste contactpersonen en duidelijke communicatie verwachten.
Ervaren rechtvaardigheid en tevredenheid en toegenomen sinds 2021
Uitkeringsgerechtigden geven gemiddeld genomen een (ruime) voldoende voor de uitkeringsinstanties en de mate waarin zij verwachten dat deze iedereen eerlijk behandelen. Tot slot is de tevredenheid van uitkeringsontvangers over de uitvoerder sinds 2021, het eerste jaar waarin dit in het onderzoek werd gemeten, over het algemeen toegenomen, met uitzondering van de WIA.