Aanschafbelasting (bpm)

U betaalt aanschafbelasting als u een auto of motor koopt of importeert. Dit geldt niet voor volledig elektrische voertuigen. De hoogte van de bpm wordt bepaald door de CO2-uitstoot. Hierop worden motorrijtuigen getest.

Elektrische auto: geen bpm

Voor volledig elektrische voertuigen betaalt u geen bpm. Dit blijft in elk geval zo tot en met 2024. Op deze manier stimuleert de Rijksoverheid volledig elektrisch rijden. Dat is beter voor het klimaat en het milieu.

U betaalt wel bpm voor andere motorrijtuigen

Motorvoertuigen testen: overstap van NEDC op WLTP

Motorvoertuigen geregistreerd vóór september 2018 zijn getest via de New European Driving Cycle (NEDC).
 
Sinds 1 juli 2020 wordt de CO2-uitstoot van nieuwe of importauto’s gemeten met een nieuwe testmethode: de Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure (WLTP). In de Europese Unie (EU) is afgesproken dat iedere lidstaat voor 1 januari 2022 overstapt op de WLTP.

De uitstootcijfers van de WLTP zijn nauwkeuriger dan de NEDC. Deze nieuwe meetmethode houdt bijvoorbeeld rekening met het weer en rijstijlen.

Bpm-tarieven aangescherpt per 1 januari 2022

Sinds 1 januari 2022 zijn de bpm-tarieven aangepast op de autonome vergroening. Dat houdt in dat auto’s steeds zuiniger worden als gevolg van technologische ontwikkelingen. Er wordt voor 2022 een autonome vergroening verwacht van gemiddeld circa 2,3%. De bpm-tabel is daarom aangepast door de schijfgrenzen te verlagen met 2,3% en de geïndexeerde tarieven te verhogen met 2,35%.

Bekijk de bpm-tarieven op de website van de Belastingdienst.

Afschaffen vrijstelling bpm voor bestelauto's voor ondernemers per 2025

Vanaf 2025 betaal je voor bestelauto’s dezelfde belastingheffing als voor personenauto’s. Ondernemers moeten dan ook belasting (bpm) betalen wanneer zij een bestelauto kopen. Hoeveel dat is hangt af van de CO2-uitstoot van de bestelauto.  

Waardeverliespercentage

Als een auto minder waarde heeft door schade, kan de bpm lager worden vastgesteld. Een taxateur moet dan bepalen wat de kosten zijn om de schade te herstellen. Voor de bpm geldt vanaf 1 januari 2023 als uitgangspunt dat 31% van getaxeerde herstelkosten op auto’s met schade als waardeverlies mag worden opgevoerd. Onder bepaalde voorwaarden mag een hoger percent.