Belastingmaatregelen voor ondernemers, werkgevers en consumenten

Er zijn verschillende tijdelijke maatregelen om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De meeste belastingmaatregelen golden tot 1 oktober 2020. De mogelijkheid om voor de eerste keer belastinguitstel aan te vragen of verlenging van dit uitstel is verlengd tot en met 30 september 2021. Het terugbetalen van de belastingschuld start vanaf 1 oktober 2022. En ondernemers krijgen maximaal 5 jaar de tijd om de belastingschuld af te lossen. De versoepeling van het urencriterium voor ondernemers geldt tot 1 juli 2021. Vanaf 1 juli rekent de Belastingdienst weer met het werkelijke aantal uren dat aan de onderneming wordt besteed.

Ondernemers: bijzonder uitstel van belasting

Kan ik nog uitstel van belastingbetaling aanvragen?

U kunt tot en met 30 september 2021 bijzonder uitstel van belasting aanvragen. Dit geldt zowel voor de eerste keer als u bijzonder uitstel aanvraagt maar ook voor de verlenging van uw huidige uitstel. 

Heeft u nog niet eerder uitstel van betaling aangevraagd? Sinds 12 maart 2020 hoeft u maar 1 uitstelverzoek te sturen voor alle aanslagen inkomstenbelasting, Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw). Voor alle andere belastingen waarvoor u bijzonder uitstel kunt vragen geeft u apart aan of u daarvoor uitstel wilt. Nadat uw verzoek is ontvangen krijgt u direct uitstel van betaling voor 3 maanden. Met het bijzonder uitstel krijgt u (voor de belastingen die eronder vallen) de ruime betalingsregeling van 60 maanden vanaf 1 oktober 2022 en soepelere voorwaarden.

Heeft u al eerder uitstel hebt gekregen, maar dit was niet voldoende? Dan kunt u tot en met 30 september 2021 verlenging van het uitstel aanvragen en krijgen.

Hoe vraag ik (verlenging van) bijzonder uitstel van belasting aan?

U kunt uitstel van betaling aanvragen bij de Belastingdienst. Voor verlenging van uitstel kunt u gebruikmaken van een online formulier.

Welke soepelere voorwaarden gelden bij bijzonder uitstellen?

  • De Belastingdienst rekent tijdens uitstel van betaling geen boete voor het niet (op tijd) betalen van uw aangiftebelasting, dit heet de betaalverzuimboete. Dit vervalt zodra uw uitstel van betaling afloopt, uiterlijk per oktober 2021.
  • Om ervoor te zorgen dat ondernemers gemakkelijk uitstel van betaling kunnen aanvragen, verlengt het kabinet de verlaagde invorderingsrente van 0,01% tot en met 31 december 2021. Het normale rentetarief is 4%. Vanaf 1 januari 2022 gaat de invorderingsrente stapsgewijs omhoog:
    • 1% vanaf 1 januari 2022;
    • 2% vanaf 1 juli 2022;
    • 3% vanaf 1 januari 2023; en
    • 4% vanaf 1 januari 2024.

Dit geldt voor alle belastingschulden. 

  • Sinds 1 oktober 2020 is de belastingrente terug naar het oorspronkelijke niveau van 4%, omdat de belastingrente een prikkel geeft om op tijd en juist aangifte te doen. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting is tot en met 31 december 2021 op 4%  gesteld, in plaats van op het oorspronkelijke niveau van 8%. Hierdoor worden ondernemers die te maken krijgen met belastingrente niet direct met hoge lasten geconfronteerd.

Gelden er extra voorwaarden voor het krijgen van verlenging van belastinguitstel?

Ja. De soepelere voorwaarden gelden ook voor langer uitstel, maar er gelden extra voorwaarden. Hoe u verlenging van uitstel aanvraagt, is afhankelijk van de hoogte van uw belastingschuld:

  • Heeft u een belastingschuld lager dan € 20.000? Dan hoeft u alleen bewijsstukken te sturen waaruit blijkt dat de omzetcijfers of de bestellingen/reserveringen aanzienlijk zijn gedaald ten opzichte van vorige maanden. 
  • Heeft u een belastingschuld hoger dan € 20.000? Dan heeft Belastingdienst nog wel een verklaring van een zogenaamde derde deskundige, zoals een accountant of brancheorganisatie, nodig. U kunt in het online formulier van de Belastingdienst de gevraagde informatie meesturen.

Bedrijven die langer dan 3 maanden belastinguitstel krijgen, moeten ook hun kaspositie kunnen verbeteren. Daar wil het kabinet voor zorgen. Daarom zijn er nog 2 extra voorwaarden gesteld:

  • er mogen geen bonussen of dividenden worden uitgekeerd;
  • er mogen geen eigen aandelen worden ingekocht.

Ondernemers: betalingsregeling na uitstel

Wanneer moet ik weer belasting betalen?

Per 1 oktober 2021 eindigt bijzonder uitstel van betaling. Alle ondernemers betalen dus vanaf 1 oktober 2021 weer belasting zoals voor de coronamaatregelen. Let op: het kan zijn dat uw uitstel van betaling eerder afloopt als u deze niet verlengt. Dan begint uw betalingsverplichting eerder dan 1 oktober 2021. De opgebouwde coronaschuld hoeft u pas vanaf 1 oktober 2022 terug te betalen.

Hoe ziet de terugbetalingsregeling van de belastingschuld eruit?

Als u uitstel heeft gekregen van betaling van belasting, dan biedt de Belastingdienst u een ruime regeling voor terugbetalen. Deze start vanaf 1 oktober 2022. U kunt vervolgens in maximaal 60 maandelijkse termijnen uw belastingschuld aflossen. Zo heeft u tot uiterlijk 1 oktober 2027 de tijd. 

Kan ik ook sneller aflossen dan in 60 maanden?

Ja, als u versneld wilt aflossen, kunt u ook extra betalingen doen. Neemt u hiervoor contact op met de Belastingdienst.

Heeft mijn corona-gerelateerde belastingschuld invloed op de verstrekking van een schone verklaring omtrent betalingsgedrag aan payroll-bedrijven en uitzend- of detacheringsbureaus?

Zolang u zich vanaf 1 juli 2021 aan de lopende betalingsverplichtingen en aflossingsverplichtingen houdt, zal de Belastingdienst op verzoek een schone verklaring omtrent betalingsgedrag blijven afgeven gedurende de looptijd van de betalingsregeling.

Ondernemers: saneringsverzoek

Wat doet het kabinet om soepel om te gaan met schulden?

Door de crisis is het mogelijk dat gezonde bedrijven niet genoeg hebben aan een terugbetalingsregeling van 60 maanden. Het kabinet spant zich daarom in om samen met de Belastingdienst en andere schuldeisers richtlijnen op te stellen voor een soepele en efficiënte behandeling van saneringsverzoeken van ondernemers. In afwachting van de uitkomsten van de gesprekken die het kabinet voert met andere schuldeisers, neemt de Belastingdienst  contact op met de ondernemer bij een voorgenomen afwijzing van het saneringsverzoek en bespreekt verschillende opties. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om de behandeling van het saneringsverzoek aan te houden.

Ondernemers in de horeca

Wat doet het kabinet om de horeca te ontzien?

Het kabinet stelt de opslag voorraad- en aanpassingskosten horeca vrij van inkomsten- en vennootschapsbelasting. Hiermee wordt nauw aangesloten bij de voorwaarden en uitvoering van de TVL, die ook is vrijgesteld.

Ondernemers: sportscholen en online sportles

Hoe komt het kabinet sportscholen en ondernemers tegemoet die digitale sportlessen aanbieden?

Bij sporten in een sportaccommodatie geldt het lage btw-tarief van 9%. Tijdens de verplichte sluiting van sportscholen bieden veel sportscholen en ondernemers online sportlessen aan. Het kabinet heeft besloten dat voor online sportlessen gedurende de verplichte sluiting het lage btw-tarief geldt. Deze tijdelijke maatregel is opgeheven nu groepslessen binnen weer zijn toegestaan. 

Ondernemers en zzp'ers: urencriterium

Houd ik recht op ondernemersfaciliteiten als ik niet kan voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur per jaar? 

Ondernemers en zzp’ers die het niet lukt om in de periode tussen 1 januari en 1 juli 2021 te voldoen aan het urencriterium van 24 uur per week, konden tot 1 juli 2021 aanspraak blijven maken op hun ondernemersfaciliteiten. Ook als u uw uren in deze periode niet heeft kunnen maken door de coronacrisis, gaat de Belastingdienst er in deze periode vanuit dat u deze uren wel heeft gewerkt. Vanaf 1 juli 2021 tellen enkel weer de uren die u daadwerkelijk aan uw onderneming besteedt mee voor het urencriterium.

Dit geldt ook voor het urencriterium van 800 uren per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Tot en met 31 juli 2021 wordt  er ook automatisch van uit gegaan dat de betreffende ondernemers ten minste 16 uren per week aan hun onderneming hebben besteed. Vanaf 1 juli 2021 geldt weer het daadwerkelijke aantal uren.

Deze regeling gold eerder ook over de periode tussen 1 maart en 1 oktober 2020.

Ondernemers en loon 

Moet ik als ondernemer en aanmerkelijkbelanghouder (ab-houder) in deze tijden belasting blijven betalen over mijn wettelijk vastgelegde passende arbeidsbeloning, het zogeheten gebruikelijk loon?

Wanneer u onderneemt via een vennootschap moet u zichzelf gebruikelijk loon uitkeren en daarover belasting betalen. Krijgt u als ondernemer te maken met een omzetdaling als gevolg van de coronacrisis, dan komt u in aanmerking voor een verlaging van de belastingafdracht door een verlaging van het gebruikelijk loon.

Hoeveel lager mag mijn gebruikelijk loon zijn als ondernemer? 

In de regeling voor 2021 wordt de omzet over heel het jaar 2021 vergeleken met de omzet over heel het jaar 2019. Als er sprake is van een omzetverlies van 30% ten opzichte van 2019, kan uw vennootschap gebruikmaken van de regeling. U vindt de precieze berekening hiervoor op de website van de Belastingdienst.

Ondernemers: g-rekening en ANBI-status

Wat kan ik doen met mijn g-rekening?

Bedrijven die personeel uitzenden, uitlenen of detacheren, kunnen aan de Belastingdienst vragen om hun g-rekeningen te laten deblokkeren. Zo kunnen dan tijdelijk bedragen worden vrijgegeven die zijn gereserveerd voor loonheffing of btw. U dient dan wel voor de loonheffing of btw uitstel van betaling te hebben aangevraagd. In normale situaties kan de Belastingdienst alleen het overschot op de g-rekening vrijgeven. Dit versoepelde beleid voor de g-rekening loopt definitief af op 1 januari 2023.

Zorgpersoneel, medische hulpgoederen en apparatuur

Wat doet het kabinet om het uitlenen van zorgpersoneel makkelijker te maken?

Tijdens de coronacrisis is het belangrijk dat zorginstellingen en -inrichtingen voldoende zorgpersoneel tot hun beschikking hebben. Daarom wordt op dit moment, meer dan normaal, zorgpersoneel in- en uitgeleend. Dit gebeurt niet alleen door zorginstellingen, zorginrichtingen en zorgverleners, maar ook door andere bedrijven zoals uitzendbureaus. Normaal gesproken wordt over het uitlenen van personeel btw geheven. In deze tijd is het ongewenst dat deze btw-regel leidt tot extra financiële of administratieve lasten. Daarom is van 16 maart 2020 tot en met 30 september 2021 het uitlenen van zorgpersoneel vrijgesteld van btw.

Er gelden een aantal voorwaarden:

  • De inlener is een zorginstelling of -inrichting die de btw-vrijstelling toepast.
  • De uitlener vermeldt op de factuur dat gebruik wordt gemaakt van deze goedkeuring, en legt de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van deze goedkeuring vast in de administratie.
  • De uitlener mag alleen de brutoloonkosten in rekening brengen aan de inlener, eventueel verhoogd met een administratieve kostenvergoeding van maximaal 5%.
  • Er mag met de uitleen geen winst worden beoogd of gemaakt.

Deze maatregel heeft géén invloed op de aftrek van voorbelasting van de uitlener. Bent u bijvoorbeeld een uitlener, en levert u normaal gesproken met btw belaste prestaties en kunt u daardoor de inkoop-btw aftrekken? Dan kunt u dat ook nu blijven doen.

Wat doet het kabinet om het schenken van medische hulpgoederen en apparatuur door bedrijven makkelijker te maken?

In de coronacrisis leveren veel bedrijven gratis medische hulpgoederen aan zorginstellingen, zorginrichtingen of huisartsen, zoals beschermende kleding of mondkapjes. Normaal gesproken wordt deze schenking met btw belast. Het kabinet vindt deze heffing onwenselijk in de coronacrisis, omdat dit kan zorgen voor extra financiële of administratieve lasten. Daarom was de schenking van medische hulpgoederen en apparatuur vrijgesteld van btw voor de periode van 16 maart tot en met 31 december 2020.

Btw-nultarief op mondkapjes, vaccins en testkits

Wat doet de overheid om het kopen van een mondkapje goedkoper te maken?

U betaalt tot en met 30 september 2021 geen btw over mondkapjes. Vanaf 1 juni 2020 werd het dragen van een niet-medisch mondkapje verplicht in het openbaar vervoer. Vanaf 1 december werd het dragen van een niet-medisch mondkapje verplicht in alle publiek toegankelijke gebouwen en overdekte gebieden. Om dit zo goedkoop mogelijk te maken, is de btw in elk geval tot en met 30 september 2021 0% voor zowel medische als niet-medische mondkapjes. 

Ik ben ondernemer en verkoop mondkapjes. Heeft het nultarief op mondkapjes invloed op het aftrekrecht van voorbelasting?

Nee, dit heeft geen invloed. Verkopers behouden het recht op aftrek van voorbelasting. Dit betekent dat ondernemers de btw die zij bij aanschaf betalen, nog wel kunnen verrekenen in de btw-aangifte.

Wat doet het kabinet om vaccins en testkits goedkoper te maken?

Het kabinet wil het testen op corona en het vaccineren tegen corona zo goedkoop mogelijk maken.

Daarom geldt tot en met 30 september 2021 een btw-tarief van 0% voor:

  •          corona-vaccins;
  •          testkits met CE-nummer, die vermeld staan op de lijst van de Europese Commissie;
  •          het laten afnemen en uitvoeren van de test;
  •          bepaalde zelftestkits die een ontheffing hebben.  

Werkgevers: vergoedingen voor medewerkers

De werkkostenregeling wordt tijdelijk verder verruimd. Tot welk bedrag mag ik mijn medewerkers straks vergoedingen, andere verstrekkingen en terbeschikkingstellingen geven?

Werkgevers mogen ook dit jaar maximaal 3% van de fiscale loonsom tot € 400.000 (de zogeheten vrije ruimte) onbelast besteden aan de werkkostenregeling. Boven deze € 400.000 geldt het percentage van 1,18%. Overstijgt de werkgever de vrije ruimte, dan is de werkgever over het bedrag van de overschrijding 80% eindheffing verschuldigd. 
Werkgevers die hier ruimte voor hebben, kunnen vrij beslissen waar ze de werkkostenregeling voor inzetten; de aard van de regeling verandert niet. De verruiming van de werkkostenregeling gaat gelden voor het hele fiscale jaar 2020 en 2021.

Als een werknemer met het openbaar vervoer naar het werk reist, vergoedt de werkgever dan het mondkapje als onderdeel van de reiskostenvergoeding?

Werkgevers mogen mondkapjes onbelast vergoeden als onderdeel van de reiskostenvergoeding. Omdat mondkapjes per 1 juni 2020 verplicht zijn in het openbaar vervoer, horen de kosten van een mondkapje tot de werkelijke kosten van reizen met het openbaar vervoer.

Hoe wordt omgegaan met de vaste (reis)kostenvergoeding vanwege het coronavirus?

Tussen werkgever en werknemer zijn vaak afspraken gemaakt over vaste vergoedingen. Bijvoorbeeld voor de reiskosten van en naar werk of een lunchvergoeding. 

Krijgen uw werknemers een vaste reiskostenvergoeding en werken zij vanwege het coronavirus (bijna) volledig thuis? Dan hoeft u als werkgever de vaste reisvergoeding niet aan te passen. Tot 1 oktober 2021 mag u blijven uitgaan van het reispatroon waarop de vergoeding was gebaseerd. Voorwaarde hierbij is wel dat het recht op de vaste reisvergoeding vaststond op uiterlijk 12 maart 2020. 

De goedkeuring om overige vaste vergoedingen ongewijzigd door te laten lopen liep tot 1 januari 2021. 

Werkgevers: administratieve verplichtingen loonheffingen

Hoe dienen werkgevers om te gaan met de administratieve verplichtingen loonheffingen?

Kunt u als werkgever niet voldoen aan alle administratieve verplichtingen voor de loonheffingen vanwege het voorgeschreven thuiswerken en de regel om 1,5 meter afstand te houden? Tot 1 oktober 2021 geldt dat de Belastingdienst daar geen consequenties aan verbindt. U moet deze administratieve verplichtingen alsnog nakomen zodra dit weer kan.

Consument: betalingen voor hypotheek pauzeren

Ik wil als consument graag tijdelijk de betalingen voor mijn hypotheek pauzeren. Maar ik moet ook verplicht aflossen om voor renteaftrek in aanmerking te blijven komen. Hoe werkt dit? 

Hypotheken die vanaf 1 januari 2013 zijn afgesloten en waarvoor een fiscale aflossingsverplichting geldt, moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen om voor renteaftrek in aanmerking te komen. Zo moet onder meer het totaalbedrag binnen maximaal 360 maanden ten minste annuïtair worden afgelost. Volgens de huidige regels moet een aflossingsachterstand die op 31 december 2021 (of 31 december 2020 als de eerste termijn van de betaalpauze betrekking heeft op een termijn van 2020) ontstaat door een pauze van de betalingsverplichtingen uiterlijk op 31 december van het jaar erop zijn ingelopen. Lukt dat niet? Dan blijft u onder voorwaarden recht op renteaftrek houden, als u met uw geldverstrekker een nieuw aflossingsschema afspreekt en dit op 1 januari 2023 (of 1 januari 2022 als de eerste termijn van de betaalpauze betrekking heeft op een termijn van 2020) ingaat.

Het kabinet heeft echter besloten om een goedkeuring te verlenen zodat de geldverstrekker samen met u al eerder dan 1 januari 2023 (of 1 januari 2022 als de eerste termijn van de betaalpauze betrekking heeft op een termijn van januari 2020) een nieuw aflossingsschema overeen kan komen. 

Deze goedkeuring geldt voor betaalpauzes die aan de volgende 3 voorwaarden voldoen:

  • U meldt zich in de periode van 12 maart 2020 tot en met 30 september 2021 bij uw geldverstrekker. 

  • De betaalpauze voor uw hypotheek gaat uiterlijk in op 1 oktober 2021.

  • Uw betaalpauze duurt maximaal 12 maanden. En u heeft een schriftelijke bevestiging van uw geldverstrekker. 

Loopt uw hypotheek bijvoorbeeld bij uw familie, uw bv of een buitenlandse bank? Dan moet u ook nog aan andere voorwaarden voor een betaalpauze voldoen.

Hoe moet ik de gemiste aflossingen weer inhalen?

Hiervoor zijn 2 mogelijkheden. Het bedrag van de gemiste aflossingen dat u niet betaald heeft tijdens de betaalpauze, mag u in overleg met de geldverstrekker over de hele resterende looptijd van de hypotheek waarvoor u de betaalpauze heeft gehad uitsmeren. Daarvoor dient u wel samen met de geldverstrekker tot een nieuw ten minste annuïtair aflossingsschema te komen. Dit nieuwe aflossingsschema heeft maximaal dezelfde resterende looptijd als de oorspronkelijke hypotheek en moet zo snel mogelijk na afloop van de betaalpauze en uiterlijk op 1 januari 2023 (of 1 januari 2022 als de eerste termijn van de betaalpauze betrekking heeft op een termijn van 2020) ingaan. 

Een andere mogelijkheid is om de resterende lening te splitsen. In dat geval geldt aan de ene kant uw ‘normale’ aflossing op de hoofdsom. Aan de andere kant dient u de gemiste aflossingen van de betaalpauze af te betalen. Daarvoor sluit u bij uw geldverstrekker een aparte (hypothecaire) lening af. U en uw geldverstrekker kunnen hierover naar eigen inzicht en draagkracht afspraken maken, maar deze lening mag maximaal dezelfde resterende looptijd als de oorspronkelijke hypotheek waarvoor de betaalpauze is overeengekomen hebben. De nieuwe lening moet zo snel mogelijk na afloop van de betaalpauze en uiterlijk op 1 januari 2023 (of 1 januari 2022 als de eerste termijn van de betaalpauze betrekking heeft op een termijn van 2020) ingaan. Deze lening kunt u ook in een korter tijdbestek aflossen, bijvoorbeeld in 5 jaar.

Uw geldverstrekker is op de hoogte van de mogelijkheden van de betaalpauze. Lees ook meer over de gevolgen van een betaalpauze voor bijvoorbeeld uw voorlopige teruggave of toeslag op de website van de Belastingdienst.