Wat verwachten jongeren van de democratie?

Het onderzoek ‘Wat verwachten jongeren van de democratie? En begrijpen jongeren en bestuurders elkaar?’ geeft zicht op hoe jongeren en bestuurders denken over democratie en inspraak. En hoe bestuurders inschatten wat jongeren ervan vinden.

Jongeren en bestuurders zijn verschillend in hoe zij de democratie zien en beleven. Bovendien kunnen bestuurders de opvattingen van jongeren vaak moeilijk inschatten. Dit blijkt uit een onderzoek van I&O Research in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze inzichten uit het onderzoek kunnen tot meer begrip leiden tussen jongeren en bestuurders. Wat is nodig om elkaars taal te spreken? En hoe kan jongereninspraak een structureel onderdeel worden van besluitvorming? Dit kan leiden tot een sterkere positie van jongeren in de democratie en vergroting van jongereninspraak.

Belangrijkste uitkomsten

Jongeren willen meer meebeslissen over Nederland dan bestuurders denken. Hun leefwereld is anders dan bestuurders inschatten. Deze kloof wordt zichtbaar door het verschil in onderwerpen; jongeren vinden actuele maatschappelijke onderwerpen belangrijk zoals Amerikaanse presidentsverkiezingen (63%), corona (54%) en het klimaat (48%). Bestuurders denken daarentegen dat jongeren zich vooral bezighouden met thema’s als vrede in de wereld (91%), werk en economie (83%) en democratie en inspraak (83%).
Jongeren en bestuurders begrijpen elkaar ‘niet zo goed’. Daar zijn beide groepen het over eens. Ze zien wel verschillende oorzaken van het wederzijds onbegrip. Jongeren zijn meer bereid dan bestuurders om elkaar beter te begrijpen; bestuurders spreken ook erg weinig met jongeren. Bestuurders en jongeren moeten naar elkaar toe en beter uitleggen wat belangrijk voor ze is, bijvoorbeeld elkaar ontmoeten op scholen.