Maatregelen voor minder of betere dierproeven

Een dierproef is een test met levende dieren, vaak muizen en ratten. Dierproeven zijn vaak nog nodig, omdat er geen andere onderzoeksmethode is. Bijvoorbeeld om de veiligheid van nieuwe medicijnen, stoffen en voeding te testen. De overheid weegt het dierenleed af tegen de risico’s voor de mens wanneer onderzoekers geen dierproeven zouden doen. Daarom zijn er regels voor dierproeven, en kijken overheid, onderzoekers en bedrijven naar andere oplossingen.

Dierproeven alleen als het niet anders kan

Een dierproef is alleen toegestaan als er geen andere manier is om het onderzoek te doen. Dieren mogen daarbij niet onnodig lijden.

In Nederland doen onderzoekers elk jaar ongeveer 500.000 dierproeven, ongeveer 70% daarvan is met muizen en ratten. Ook worden jaarlijks nog ongeveer 50.000 dieren gedood zonder te zijn gebruikt voor een dierproef. Bijvoorbeeld omdat ze niet de juiste genetische eigenschappen hebben voor het onderzoek.

Dierproeven voor nieuwe medicijnen en voedingsmiddelen

Ongeveer een derde van de dierproeven is bedoeld om de veiligheid van een product te testen. Voordat nieuwe medicijnen of stoffen voor bijvoorbeeld voeding of schoonmaakproducten gebruikt mogen worden, moet zeker zijn dat die goed werken en niet schadelijk zijn. Niet alleen voor mensen maar ook voor dieren en het milieu.

Dierproeven voor kennis over ziektes en voor onderwijs

Wetenschappers gebruiken dierproeven ook om meer te leren over het lichaam van mensen en dieren. Bijvoorbeeld over hoe het lichaam werkt en hoe ziektes ontstaan en verlopen. Voor onderwijs en training van bijvoorbeeld dierenartsen en chirurgen zijn dierproeven bijna niet meer nodig. Dat kan bijvoorbeeld ook met modellen van plastic en met virtual reality.

Dierproeven om gedrag van dieren te onderzoeken

Biologen doen dierproeven om het gedrag van dieren beter te begrijpen. Zij geven dieren in het wild dan bijvoorbeeld een zendertje mee en nemen bloed af om te kijken of de dieren gezond zijn. Ook dat zijn dierproeven. Ze zorgen voor kennis over het behoud van soorten en over de biodiversiteit.

Soms zijn huisdieren proefdier. Tijdens de coronapandemie lieten hondenbaasjes bloed afnemen bij hun hond om te onderzoeken of het Covid-19-virus ook huisdieren ziek kon maken.

Video: waarom dierproeven nog nodig zijn

[Wetenschapster in laboratorium zegt]

- Dit is een muis die we gebruiken voor kankeronderzoek.

Deze muis heeft kanker.

We kijken hier naar een proefdier dat gefokt is binnen het instituut.

We moeten op levende dieren testen omdat de uitzaaiingen van de tumor niet in een schaaltje te volgen zijn.

Dus daar hebben we echt een zoogdier voor nodig.

[Tekst in beeld:] Dierproeven zijn vaak nodig om nieuwe medicijnen te maken en ziekteverloop te bestuderen. Medicijnen moeten eerst op dieren getest zijn voordat ze voor mensen gebruikt worden.

[Henk Jan Ormel, van de Centrale Commissie Dierproeven zegt] 

- Als je kanker in de lever onderzoekt in een leverorgaantje wat je gekweekt hebt, kun je daar heel veel van leren.

Maar je kunt niet leren hoe zo'n kankercel dan van die lever naar de darm gaat, of naar de long of waar dan ook.

Dus daar heb je toch een heel organisme voor nodig.

Mensen denken nog dat dierproeven worden gedaan voor cosmetica. Dat is al verboden sinds 2013.

Er is hele strikte Europese regelgeving. Die regelgeving ligt vast in de Wet op de dierproeven in Nederland.

En daarin staat heel nauwkeurig omschreven wat mag en wat niet mag.

En iedere dierproef is vergunningplichtig.

[Tekst in beeld: Onderzoekers moeten het leed van proefdieren zoveel als mogelijk beperken. Goede voeding, huisvesting en behandeling zijn wettelijk vastgelegd.]

[Wetenschapster in laboratorium vertelt:]

-Onze proefdieren worden in natuurlijke behoefte voorzien.

Ze hebben nestmateriaal, knagen houtjes soms een huisje met een wieltje zodat ze kunnen rennen.

Ze hebben altijd bij voorkeur kooigenoten.

Deze muizen staan tussen de vier en zes weken in experiment en wordt na de behandeling geëuthanaseerd.

Als we echt zien dat een muis last krijgt, dan wordt er eerder actie ondernomen.

Want ze mogen echt niet onnodig lijden.

[Henk Jan Ormel vertelt:]

-Over het algemeen wordt er zeer deskundig en zeer nauwkeurig omgegaan met proefdieren.

We moeten wel snappen dat we lijden opleggen aan dieren die daar zelf niet om gevraagd hebben.

Maar we doen dat om het lijden van mens en dier te verminderen.

En die afweging is een hele moeilijke afweging.

[Wetenschapster zegt:]

- Het is een noodzakelijk kwaad.

Iedereen die hier werkt, houdt van dieren, en heeft thuis vaak dieren.

Die is echt betrokken bij dieren. Anders kan je dit ook gewoon niet doen.

We hebben liever minder proefdieren, of helemaal niet, maar op dit moment is dat nog niet mogelijk.

Dierproeven vervangen, verminderen en verfijnen

Onderzoekers moeten altijd bekijken of er andere mogelijkheden zijn dan dierproeven. Ze kiezen de beste methode. Dat kunnen dierproeven zijn, maar ook onderzoeken met menselijke cellen en weefsels. De resultaten van dierproeven voorspellen namelijk lang niet altijd iets voor de mens. Het lichaam van een muis bijvoorbeeld werkt anders dan van de mens.

Daarom wil de overheid dierproeven uiteindelijk vervangen, verminderen en verfijnen (verbeteren) door:

  • dierproeven zoveel mogelijk te vervangen door proefdiervrije methoden. Dit kan bijvoorbeeld met computerprogramma’s, gekweekte cellen of weefsels van mensen, of menselijke vrijwilligers;
  • zo min mogelijk dieren te gebruiken voor dierproeven. Bijvoorbeeld door proefdieren te gebruiken die ergens anders overgebleven zijn. Of door eerst een kleine test te doen om te weten of een groter onderzoek met meer dieren wel zin heeft; 
  • het leed van de proefdieren zoveel mogelijk beperken. Dit kan door ze goed te verzorgen en te voeden. En soms met goede pijnbestrijding.

De overheid stimuleert de ontwikkeling van testmethoden zonder proefdieren onder meer via het programma Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI).

Het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) is een onafhankelijk adviesorgaan van de Nederlandse overheid. Het is hun wettelijke taak om het welzijn van proefdieren te bevorderen.