Aanpak scheefwonen

De Rijksoverheid wil scheefwonen tegengaan. En ervoor zorgen dat er genoeg sociale huurhuizen beschikbaar zijn voor mensen met een laag inkomen. Blijft een huurder in een sociale-huurwoning zitten die gezien zijn inkomen eigenlijk te goedkoop is? Dan kan hij extra huurverhoging krijgen. Ook zijn er regels om te voorkomen dat mensen met weinig inkomen een te duur huis huren.

Goedkope en dure scheefhuur

De aanpak van scheefwonen hangt af van de manier van scheefwonen:

Goedkope scheefhuur

Woont iemand in een goedkope sociale huurwoning terwijl hij met zijn inkomen een duurdere woning kan betalen? Dan is er sprake van goedkope scheefhuur. Dit was in 2015 het geval bij ruim 500.000 sociale huurwoningen. Daardoor blijven minder huizen over voor mensen met een laag inkomen.

Daarom wil de Rijksoverheid dat mensen met een hoog inkomen meer huur betalen. Ze verhuizen dan vaker naar duurdere huurwoningen of naar koopwoningen. Daardoor komen weer goedkope huizen vrij. In 2012 waren er nog 685.000 goedkope scheefhuurders. De wet maakt inkomensafhankelijke huurverhoging mogelijk sinds 1 juli 2013.

Dure scheefhuur

Mensen met een laag inkomen die veel huur betalen zijn dure scheefhuurders. Zij ontvangen meer huurtoeslag dan nodig is. Dit geldt voor ongeveer 18% van de huurders met een sociale huurwoning. Sinds 2016 mogen woningcorporaties daarom aan huurders met een laag inkomen (onder de huurtoeslaggrens) alleen woningen aanbieden tot een bepaalde huur. Dit is ongeveer € 600, de zogeheten aftoppingsgrens.

Deze grens is bedoeld voor het toewijzen van betaalbare woningen aan huishoudens die recht hebben op huurtoeslag. Een woningcorporatie mag jaarlijks in maximaal 5% van de gevallen de aftoppingsgrens negeren.

De Woningwet 2015 regelt onder meer het passend toewijzen van woningen om dure scheefhuur tegen te gaan.

Belastingdienst verstrekt gegevens inkomen

Vraagt een verhuurder extra huurverhoging aan goedkope scheefhuurders? Dan moet hij een inkomensindicatie opvragen bij de Belastingdienst. Dit is een code waardoor de verhuurder weet of iemand genoeg verdient om een extra huurverhoging voor te stellen. Een verhuurder is niet verplicht om de inkomensafhankelijke (extra) huurverhoging toe te passen.

Maximale huursomstijging begrenst huurverhoging woningcorporaties

Om huurders met een laag inkomen te ontzien, mogen woningcorporaties de huur maar beperkt laten stijgen. Sinds 1 januari 2017 geldt een maximale huursomstijging van 1% + inflatie. De huursomstijging wordt berekend per kalenderjaar. Per 1 januari 2018 geldt een maximale stijging van de huursom van 2,4% over het gehele kalenderjaar. 

Bij het berekenen telt ook de huurverhoging mee van (op)nieuw verhuurde woningen (huurharmonisatie bij huurdersmutatie). De wijziging van de huursomstijging staat in de Wet doorstroming huurmarkt.

Lees verder hoe de huursomstijging in elkaar zit.