Hoe zit de stijging van de huursom voor woningcorporaties in elkaar?

De huursom is het bedrag van alle huren bij elkaar van de zelfstandige sociale-huurwoningen van een woningcorporatie. Per 1 januari 2019 geldt een maximale stijging van de huursom van 2,6% over het gehele kalenderjaar. Daarin telt ook de huurverhoging mee van (op)nieuw verhuurde woningen (huurharmonisatie bij huurdersmutatie).

Huursom in de praktijk

Huishoudens met een inkomen tot en met € 42.436 krijgen maximaal 4,1% huurverhoging vanaf 1 juli 2019. Maar door beperking van de huursomstijging kan een woningcorporatie deze verhoging niet bij alle huurders voorstellen. Huurverhogingen boven 2,6% moet de corporatie compenseren met huurverhogingen van minder dan 2,6% voor andere woningen.

Woningen die niet meetellen bij huursom

Bij het berekenen van de huursomstijging tellen geen woningen mee die:

  • Op 1 januari 2019 een geliberaliseerd huurcontract hebben (vrije-sectorwoningen).
  • Op 1 januari 2019 of op 1 januari 2020 niet verhuurd waren (geen huurprijs hadden).
  • In 2019 voor het eerst in de verhuur gingen (nieuwbouw). Of in 2019 voor het laatst zijn verhuurd (gesloopt of verkocht).
  • In 2019 een hogere huur kregen na woningverbetering of renovatie. Maar alleen als de woningverbetering/renovatie niet langer dan een jaar voor die huurverhoging heeft plaatsgevonden.
  • In 2019 een inkomensafhankelijke huurverhoging van meer dan 4,1% kregen. Maar alleen als gemeente, corporatie en huurdersorganisatie hebben afgesproken dat zij de meeropbrengsten van die hogere huurverhoging gebruiken voor investeringen. En die meeropbrengsten niet hoger zijn dan de investeringsbedragen volgens de prestatieafspraken.

Ook kamers, woonwagens en woonwagenstandplaatsen  tellen niet mee bij de berekening van de huursomstijging.