Klimaatbeleid

De overheid neemt maatregelen om Nederland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaast kan verdere opwarming van de aarde beperkt worden door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Hiervoor zijn nationale en internationale doelen afgesproken. De Rijksoverheid heeft met allerlei partijen afspraken gemaakt over hoe Nederland deze doelen gaat behalen.

Maatregelen om Nederland aan te passen aan klimaatverandering

Klimaatverandering raakt ons allemaal. Het is belangrijk dat Nederland is voorbereid op het veranderende klimaat. De Nationale Adaptie Strategie brengt in kaart wat de verschillende sectoren (zoals landbouw, gezondheid, infrastructuur en recreatie en toerisme) gaan merken van klimaatverandering en hoe zij hiermee kunnen omgaan. Het Deltaprogramma moet Nederland beschermen tegen overstromingen, zorgen voor voldoende zoetwater en bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland.

Internationale doelen voor het terugdringen broeikasgassen

Het broeikaseffect kan het beste worden aangepakt als landen samenwerken om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Nederland heeft zich verbonden aan verschillende internationale afspraken. Zoals het Klimaatverdrag van de VN uit 1992 (het allereerste klimaatverdrag) en het Kyoto-Protocol uit 1997, waarin staat dat de emissiereducties van land tot land verschillen en onderling verhandeld kunnen worden.

In 2015 was er een VN-klimaattop in Parijs: de Conference of Parties (COP21). Nederland heeft daar ingestemd met een nieuw VN-klimaatakkoord met als doel: de opwarming van de aarde beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius.

In 2016 heeft staatssecretaris Dijksma het Klimaatakkoord ondertekend namens de 28 lidstaten van de Europese Unie. Het akkoord gaat per 2020 in. Om dit doel te halen hebben EU-lidstaten met elkaar afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 40% minder moet uitstoten. De Europese Commissie toetst de klimaatplannen van de EU-lidstaten aan de gestelde doelen. Nederland werkt nu dus nationaal aan 49% minder uitstoot. Nederland wil, als andere landen meedoen, de Europese doelstelling verhogen. Daarom pleit Nederland in Europa voor een Europese emissiereductie van 55 % in 2030.

Nationale doelen voor het terugdringen van broeikasgassen

De Klimaatwet stelt vast met hoeveel procent ons land de CO2-uitstoot moet terugdringen. Deze wet bevat een streefdoel van 49% minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990, en een einddoel van 95% minder CO2-uitstoot in 2050. De Klimaatwet moet burgers en bedrijven zekerheid geven over de klimaatdoelen.

Naast de doelen voor 2030 en 2050 uit de Klimaatwet, is de Nederlandse staat verplicht eind 2020 met tenminste 25% minder broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 1990. Dat heeft het gerechtshof Den Haag op 9 oktober 2018 geoordeeld in een procedure van Urgenda tegen de Nederlandse Staat. Het gerechtshof bevestigt met de uitspraak in de klimaatzaak het vonnis van de rechtbank Den Haag. Het kabinet zal het vonnis uitvoeren.

Klimaatakkoord

Om voor groot maatschappelijk draagvlak te zorgen heeft het kabinet besloten om maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, vorm te geven in een Klimaatakkoord. Bedrijven en organisaties zijn gevraagd om antwoord te geven op de vraag: hoe kan Nederland in 2030 bijna de helft (49%) minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990? Dat gaat dus over nationale afspraken die de partijen ook zelf willen nakomen. Deze afspraken staan in het Nederlandse Klimaatakkoord.

In het Klimaatakkoord zijn de maatregelen per sector opgedeeld. De sectoren zijn:

  • Elektriciteit;
  • Industrie;
  • Mobiliteit;
  • Gebouwde Omgeving;
  • Landbouw en landgebruik.

Daarbij is ook nagedacht over sectoroverstijgende maatregelen, zoals financiering, ruimtelijke inrichting en arbeidsmarkt en scholing.

Klimaatplan

De Klimaatwet stelt, naast de doelstellingen, ook vast dat het kabinet een Klimaatplan moet maken. Dit plan bevat de hoofdlijnen van al het kabinetsbeleid dat er op gericht is om de doelstellingen uit de Klimaatwet te halen. Daarnaast bevat het plan een aantal beschouwingen, bijvoorbeeld over de laatste wetenschappelijke inzichten en over de economische gevolgen van het beleid. Het Klimaatplan wordt behandeld in de Eerste Kamer en in de Tweede Kamer. De Raad van State geeft onafhankelijk advies over het Klimaatplan.

Het eerste Klimaatplan wordt in 2019 gepubliceerd, en bevat de hoofdlijnen van het kabinetsbeleid voor de periode 2021-2030. Het eerste Klimaatplan is bijzonder, omdat de meeste maatregelen zijn afgesproken in het Klimaatakkoord. Elke 5 jaar wordt het Klimaatplan op basis van actuele inzichten bijgesteld.