Klimaatbeleid

De overheid neemt maatregelen om Nederland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaast kan verdere opwarming van de aarde beperkt worden door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Hiervoor zijn nationale en internationale doelen afgesproken. De Rijksoverheid heeft met allerlei partijen afspraken gemaakt over hoe Nederland deze doelen gaat behalen.

Maatregelen om Nederland aan te passen aan klimaatverandering

Het is belangrijk dat Nederland is voorbereid op het veranderende klimaat. We passen onze omgeving zo aan dat die geschikt is voor de gevolgen van het veranderende klimaat. Bijvoorbeeld door de omgeving bestand te maken tegen extreme regenval. Of door dijken te verstevigen en rivieren te verbreden. Dit is klimaatadaptatie.

In de Nationale Adaptie Strategie staat voor verschillende sectoren welke gevolgen klimaatverandering voor hen heeft. En hoe zij hiermee kunnen omgaan. Het gaat hier om gevolgen voor landbouw, gezondheid, infrastructuur, recreatie en toerisme.

Verder is er het Deltaprogramma. Dit programma moet Nederland beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van extreem weer. Ook zorg het Deltaprogramma voor voldoende zoetwater.

Internationale doelen voor het terugdringen broeikasgassen

Voorkomen van verdere klimaatverandering door de uitstoot van broeikgasgassen te verminderen, heet klimaatmitigatie. Dit kan het beste worden gedaan als landen samenwerken. Hiervoor maakt de overheid afspraken met andere landen.

Nederland heeft zich verbonden aan verschillende internationale afspraken.

  • Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (VN) uit 1992.
    Dit is het eerste klimaatverdrag.
  • Kyoto-Protocol uit 1997.
    Hierin staat dat de emissiereducties van land tot land verschillen en onder elkaar  verhandeld kunnen worden.
  • VN-klimaattop in Parijs: de Conference of Parties (COP21).
    Nederland heeft daar ingestemd met een nieuw VN-klimaatakkoord.  Doel van het akkoord: de opwarming van de aarde beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. Met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius.

VN-Klimaatakkoord van Parijs

In 2016 heeft staatssecretaris Dijksma het VN-Klimaatakkoord van Parijs ondertekend namens de 28 lidstaten van de Europese Unie. Het akkoord gaat per 2020 in. Om dit doel te halen hebben EU-lidstaten met elkaar afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 40% minder moet uitstoten. De Europese Commissie toetst de klimaatplannen van de EU-lidstaten aan de gestelde doelen.

Nederland werkt nu dus nationaal aan 49% minder uitstoot. Nederland wil, als andere landen meedoen, de Europese doelstelling verhogen. Niet 40% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030, maar 55 %.

Nationale doelen voor terugdringen van broeikasgassen

De Klimaatwet stelt vast met hoeveel procent ons land de CO2-uitstoot moet terugdringen. De Klimaatwet moet burgers en bedrijven zekerheid geven over de klimaatdoelen:

  • 49% minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990.
    Om dit doel te halen,  hebben de overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties een Klimaatakkoord gesloten. Er staan ook afspraken in die partijen onderling hebben gemaakt.
  • 95% minder CO2-uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990.

Daarnaast moet de Nederlandse staat eind 2020 ten minste 25% minder broeikasgassen uitstoten ten opzichte van 1990. Dat heeft de rechter in 2015 bepaald in de klimaatzaak van Urgenda tegen de Nederlandse Staat. Ook in het hoger beroep in 2018 en het cassatieberoep in 2019 heeft de rechter het vonnis bevestigd. De uitspraak is hiermee onherroepelijk geworden. Zoals het kabinet eerder heeft aangegeven, blijft het sturen op 25% minder uitstoot van broeikasgassen per eind 2020.

Klimaatplan

De Klimaatwet stelt ook vast dat het kabinet een Klimaatplan moet maken. Het eerste Klimaatplan, dat in het najaar van 2019 aan de Eerste en Tweede Kamer is aangeboden, geldt voor de periode tussen 2021 en 2030. Dit plan bevat:

  • de hoofdlijnen van het beleid waarmee het kabinet de doelstellingen uit de Klimaatwet wil halen;
  • een aantal beschouwingen, bijvoorbeeld over de laatste wetenschappelijke inzichten op het gebied van klimaatverandering en over de economische gevolgen van het beleid.

De Raad van State geeft onafhankelijk advies over het Klimaatplan. Het kabinet heeft een reactie op het eerste advies van de Raad van State gegeven.
Het Klimaatplan wordt elke 5 jaar op basis van actuele inzichten bijgesteld. Na 10 jaar wordt een nieuw Klimaatplan gemaakt.