Doelen passend onderwijs

Alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden. Dit heet passend onderwijs. Deze vorm van onderwijs moet ervoor zorgen dat elk kind het beste uit zichzelf haalt. Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen.

Met passend onderwijs wil de overheid bereiken dat:

  • alle kinderen een passende plek in het onderwijs krijgen;
  • een kind naar een gewone school gaat als dat kan;
  • een kind naar het speciaal onderwijs gaat als intensieve begeleiding nodig is;
  • scholen de mogelijkheden hebben voor ondersteuning op maat;
  • de mogelijkheden en de onderwijsbehoefte van het kind bepalend zijn, niet de beperkingen;
  • kinderen niet meer langdurig thuis komen te zitten.

Passende plek voor leerlingen door zorgplicht

Scholen hebben een zorgplicht. Dat betekent dat de school verantwoordelijk is om een passende onderwijsplek te bieden. Deze plicht helpt mee het doel voor het passend onderwijs te bereiken.

Scholen bieden basisondersteuning

Scholen moeten in ieder geval de basisondersteuning bieden. Dit is de ondersteuning die alle scholen in een regio bieden. Bijvoorbeeld hulp voor leerlingen met dyslexie.

Scholen bieden extra begeleiding

Naast de basisondersteuning bieden scholen extra begeleiding aan leerlingen. Bijvoorbeeld aan leerlingen met een gedragsstoornis. Een persoonlijk ontwikkelingsperspectief draagt bij aan de kwaliteit van deze begeleiding.

Doorontwikkeling passend onderwijs in de praktijk

De Wet passend onderwijs is onder het kabinet Rutte II ingevoerd. Sindsdien is veel in gang gezet en zijn er positieve resultaten behaald. Er wordt meer samengewerkt tussen regulier en speciaal onderwijs, er is meer aandacht voor thuiszitters en scholen zijn intensiever op zoek naar hoe zij een passend aanbod kunnen bieden voor elke leerling. Het bovenstaande betekent niet dat alles overal goed loopt. Passend onderwijs is nog in ontwikkeling.

Dit geldt zeker in combinatie met de gelijktijdige invoering van de transities van de jeugdhulp en de zorg, die sterk samenhangen met passend onderwijs. Deze nieuwe stelsels moeten zich nog verder door-ontwikkelen en veranderde werkwijzen moeten beter op elkaar aansluiten. Dat kost tijd. Extra inzet van alle betrokkenen blijft nodig om ervoor te zorgen dat alle leerlingen een zo passend mogelijke plek in het onderwijs krijgen: leraren, scholen, ouders, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden, gemeenten, de landelijke organisaties en het Rijk.