Toelating voortgezet onderwijs gebaseerd op definitief schooladvies

Scholen voor voortgezet onderwijs (of: middelbare scholen) baseren de toelating van leerlingen op het schooladvies dat de basisschool geeft. Niet op het resultaat van de eindtoets of op eigen, extra toetsen.

Schooladvies: waar kijkt de school naar?

Basisscholen geven in een schooladvies aan welk type voortgezet onderwijs het beste bij een leerling past. Daarbij kijkt de school onder andere naar:

  • aanleg en talenten van een leerling;
  • leerprestaties;
  • de ontwikkeling tijdens de hele basisschoolperiode;
  • concentratie, motivatie en doorzettingsvermogen van een leerling.

Schooladvies eventueel bijgesteld na eindtoets

Basisscholen geven een schooladvies aan alle leerlingen vóór 1 maart. Tussen 15 april en 15 mei vindt vervolgens de eindtoets plaats. Als een leerling op basis van de eindtoets een hoger advies krijgt dan het schooladvies, moeten scholen het schooladvies heroverwegen.

Een heroverweging kan leiden tot een bijstelling van het advies (naar boven), ook als het om ‘half’ schoolniveau gaat. Bijvoorbeeld: een havo-advies kan een havo/vwo-advies worden, indien dat het advies is op basis van de eindtoets. Met dit definitieve schooladvies kan een leerling naar een middelbare school van het hogere schooltype.

Als het resultaat op de eindtoets lager of gelijk is aan het schooladvies, kan het schooladvies niet naar beneden bijgesteld worden. Het schooladvies wordt dan automatisch een definitief advies.

Als ouders bezwaar willen maken tegen het schooladvies kunnen zij dit doen bij de school zelf. Scholen zijn verplicht een bezwaarprocedure te hebben, deze staat vaak vermeld in de schoolgids.

Middelbare school neemt advies basisschool over

Als een middelbare school een leerling plaatst, baseert de school zich op het schooladvies van de basisschool.

Een middelbare school mag een leerling niet weigeren, omdat de school de toetsscores te laag vindt. Een school moet bijvoorbeeld een leerling die havo-advies krijgt minimaal op havo-niveau plaatsen. Heeft de school een vmbo-tl/havo-klas, een havo-klas en een havo/vwo-klas? Dan kan de school zelf bepalen in welk van deze klassen de leerling komt.

Plaatsingsadvies is toelichting op schooladvies

Sommige basisscholen geven naast het schooladvies ook een plaatsingsadvies mee aan de middelbare school. Bijvoorbeeld een schooladvies havo en een plaatsingsadvies vmbo-tl/havo. Het plaatsingsadvies is een nadere toelichting op het schooladvies. De middelbare school kan er rekening mee houden bij het plaatsen van de leerling, maar dit hoeft niet.

Extra toetsen door middelbare school verboden

De school voor voortgezet onderwijs mag leerlingen geen extra toetsen laten afleggen om het niveau te bepalen. Ook mag de school zich bij de toelating niet baseren op andere toetsen die leerlingen op de basisschool maken (bijvoorbeeld toetsen van het leerlingvolgsysteem of een IQ-test). De basisschool betrekt deze gegevens wel bij het maken van het schooladvies.

Uitzondering: scholen waarvoor bijzondere kennis of vaardigheden nodig zijn

Scholen waarvoor leerlingen bijzondere kennis of vaardigheden nodig hebben, vormen een uitzondering. Zoals een school met tweetalig voortgezet onderwijs of een Topsport Talentenschool. Deze scholen mogen wel extra toetsen of onderzoeken afnemen, maar alleen om na te gaan of een leerling beschikt over de bijzondere vaardigheden die nodig zijn voor de school.

Toelating tot leerwegondersteuning (lwoo) of tot praktijkonderwijs (pro)

Indicatiestellingen voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) of praktijkonderwijs (pro) staan los van het schooladvies en eindtoetsadvies. De basisschool kan dus niet via het schooladvies bepalen of een leerling in aanmerking komt voor lwoo of pro. Om deze reden is er ook geen eindtoetsadvies ‘praktijkonderwijs’.

Als een basisschool bijvoorbeeld het schooladvies ‘vmbo met lwoo’ geeft, dan is het deel ‘met lwoo’ geen onderdeel van het schooladvies. Het geeft alleen aan dat de school verwacht dat de leerling lwoo nodig heeft op het vmbo.

Ook passende plek voor leerling die ondersteuning nodig heeft

Soms heeft een leerling extra ondersteuning nodig. Extra ondersteuning kan bijvoorbeeld nodig zijn voor leerlingen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, chronische ziekte, gedragsproblemen of  een leerstoornis. Als een middelbare school de extra ondersteuning zelf niet kan bieden, moet de school een andere school zoeken voor de leerling. Een school moet een leerling die extra ondersteuning nodig heeft namelijk altijd een passende plek bieden. Dit heet de zorgplicht in passend onderwijs.