Welke voorbehouden handelingen mag een zorgverlener uitvoeren?

Of u een voorbehouden handeling mag uitvoeren, hangt af van uw functie. Er zijn 14 categorieën voorbehouden handelingen. Voor elke categorie staat in de wet welke beroepsgroep die handeling zelfstandig mag uitvoeren. Het gaat om 5 beroepsgroepen, namelijk artsen, tandartsen, verloskundigen, physician assistants en verpleegkundig specialisten.

Daarnaast zijn er 3 beroepsgroepen die bepaalde voorbehouden handelingen mogen uitvoeren. Dit doen zij in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener zonder toezicht door en tussenkomst van de opdrachtgever. Dit heet de functioneel zelfstandige bevoegdheid. De 3 beroepsgroepen zijn verpleegkundigen, ambulanceverpleegkundigen en mondhygiënisten.

Overzicht voorbehouden handelingen en beroepsgroepen

Hieronder vindt u een overzicht van alle voorbehouden handelingen en welke beroepsgroep deze uit mag voeren. De beroepsgroepen mogen niet binnen elke voorbehouden handeling ‘alles’ uitvoeren. Zij mogen alleen handelingen zelfstandig uitvoeren die horen tot hun deskundigheidsgebied. Zo mag een verloskundige hechten na een bevalling en een tandarts na het trekken van een kies.

Voorbehouden handelingen staan in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. Deze wet is ook bekend onder de naam Wet BIG.

1. Verrichten van heelkundige handelingen

Heelkundige handelingen zijn bijvoorbeeld ingrepen zoals een operatie. Hierbij herstelt het lichaamsweefsel zich niet direct.

Artsen, tandartsen, verloskundigen, physician assistants en verpleegkundig specialisten mogen heelkundige handelingen uitvoeren. 

Verpleegkundig specialisten preventieve zorg en verpleegkundig specialisten geestelijke gezondheidszorg mogen deze handeling niet zelfstandig uitvoeren.

Ambulanceverpleegkundigen mogen binnen hun deskundigheidsgebied functioneel zelfstandig een coniotomie verrichten. Hierbij wordt met een ingreep de luchtweg vrijgemaakt zodat de patiënt kan ademen.

2. Verloskundige handelingen

Dit zijn bijvoorbeeld handelingen tijdens een bevalling. Of verloskundige nazorg, zoals hechten.

Artsen en verloskundigen mogen verloskundige handelingen uitvoeren.

3. Verrichten van endoscopieën

Een endoscopie is een onderzoek waarbij in lichaamsholten wordt gekeken. Bijvoorbeeld een darmonderzoek.

Dit mogen artsen, physician assistants en verpleegkundig specialisten doen. 
Verpleegkundig specialisten preventieve zorg en verpleegkundig specialisten geestelijke gezondheidszorg mogen deze handeling niet zelfstandig uitvoeren.

4. Verrichten van catheterisaties

Bij een catheterisatie worden stoffen met een buisje in lichaamsholten ingebracht of verwijderd. Een bekend voorbeeld is een infuus.

Artsen, verloskundigen, physician assistants en verpleegkundig specialisten mogen catheteriseren. 
Verpleegkundig specialisten preventieve zorg en verpleegkundig specialisten geestelijke gezondheidszorg mogen deze handeling niet zelfstandig uitvoeren.

Verpleegkundigen mogen binnen hun deskundigheidsgebied functioneel zelfstandig catheterisaties van de blaas bij volwassenen verrichten. Ook mogen zij een maagsonde of infuus inbrengen. 

Ambulanceverpleegkundigen mogen binnen hun deskundigheidsgebied functioneel zelfstandig een beademingsbuis via neus of mond in de luchtpijp aanbrengen of verwijderen (in- en extuberen). Dit geldt ook voor het toepassen van drainagepunctie bij een complexe klaplong (spanningspneumothorax). 

Mondhygiënisten mogen binnen hun deskundigheidsgebied functioneel zelfstandig een eerste beginnend gaatje (primaire caviteit) behandelen door deze uit te boren en te vullen.

5. Injecties geven

Bij injecties krijgt een patiënt met een holle naald een middel ingespoten. Dit kan in lichaamsweefsel of een bloedvat. Een middel kan een medicijnen zijn, maar bijvoorbeeld ook een filler of zoutoplossing.
Artsen, tandartsen, verloskundigen, physician assistants en verpleegkundig specialisten mogen injecteren.

Verpleegkundigen mogen binnen hun deskundigheidsgebied functioneel zelfstandig injecties in aders, in spierweefsel en onderhuids geven. Mondhygiënisten mogen binnen hun deskundigheidsgebied functioneel zelfstandig lokaal verdoven door het geven van een injectie.

6. Verrichten van puncties

Bij een punctie haalt een zorgverlener met een naald vocht of weefsel uit een orgaan. 

Artsen, verloskundigen, physician assistants en verpleegkundig specialisten mogen puncties doen.
Verpleegkundig specialisten preventieve zorg mogen deze handeling niet uitvoeren.

Verpleegkundigen mogen binnen hun deskundigheidsgebied functioneel zelfstandig bloed afnemen met een holle naald (venapunctie) en een hielprik bij pasgeborenen verrichten.

7. Onder narcose brengen

Narcose is een verdoving waarbij de patiënt het bewustzijn verliest.

Artsen en tandartsen mogen deze handeling uitvoeren.

8. Radioactieve stoffen of ioniserende straling gebruiken

In de gezondheidszorg wordt soms straling of radioactiviteit gebruikt. Bijvoorbeeld om een diagnose te stellen of om te genezen. Voorbeelden zijn een röntgenfoto, een CT-scan of bestraling tegen kanker (radiotherapie).

Artsen en tandartsen mogen deze handeling uitvoeren.

9. Verrichten van een electieve cardioversie

Bij electieve cardioversie keert een zorgverlener een onregelmatig hartritme om naar een regelmatige hartslag.

Artsen, physician assistants en verpleegkundig specialisten mogen deze handeling uitvoeren.
Verpleegkundig specialisten preventieve zorg, verpleegkundig specialisten geestelijke gezondheidszorg en verpleegkundig specialisten chronische zorg mogen deze handeling niet zelfstandig uitvoeren.

Ambulanceverpleegkundigen mogen binnen hun deskundigheidsgebied functioneel zelfstandig electieve cardioversie toepassen. 

10. Toepassen van defibrillatie

Bij defibrillatie krijgt een patiënt een elektrische schok zodat het hart weer normaal gaat kloppen.

Artsen, physician assistants en verpleegkundig specialisten mogen defibrilleren.
Verpleegkundig specialisten preventieve zorg, verpleegkundig specialisten geestelijke gezondheidszorg en verpleegkundig specialisten chronische zorg mogen deze handeling niet zelfstandig uitvoeren.

Ambulanceverpleegkundigen mogen binnen hun deskundigheidsgebied functioneel zelfstandig defibrillatie toepassen. 

11. Toepassen van elektroconvulsieve therapie

Met elektroconvulsieve therapie veroorzaakt een zorgverlener met elektriciteit een epileptische toeval. Deze therapie wordt soms binnen de psychiatrie toegepast. 

Alleen artsen mogen deze handeling uitvoeren.

12. Verrichten van geneeskundige steenvergruizing

Bij steenvergruizing verwijdert een zorgverlener bijvoorbeeld een niersteen met schokgolven uit het lichaam 

Alleen artsen mogen deze handeling uitvoeren.

13. Kunstmatige bevruchting toepassen

Hierbij verricht een zorgverlener handelingen om een zwangerschap tot stand te brengen als dit niet op natuurlijke wijze kan.

Alleen artsen mogen deze handeling uitvoeren.

14. Voorschrijven van geneesmiddelen op recept

Artsen, tandartsen, verloskundigen, physician assistants en verpleegkundig specialisten mogen medicijnen op recept voorschrijven. Dit mogen zij binnen hun deskundigheidsgebied.

Medicijnen voorschrijven is ook een voorbehouden handeling op basis van de Geneesmiddelenwet

Andere regels voor toediening medicijnen

Voor het toedienen van medicijnen gelden andere regels. Geven zorgverleners medicijnen via een injectie? Dan is dit een voorbehouden handeling. Een pil geven is geen voorbehouden handeling. Het hangt er dus af van op welke manier de zorgverlener het medicijn geeft.