Meer mogelijkheden oprichting nieuwe school

Iedereen is in Nederland vrij om een school op te richten. De nieuwe wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen biedt nieuwe scholen de mogelijkheid op bekostiging door de overheid. Dan moeten zij onder meer aantoonbaar voldoende interesse van ouders en leerlingen hebben.

Vanaf 1 juni 2021 meer ruimte voor nieuwe scholen

Op 12 mei 2020 stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Iemand die een nieuwe school wil starten kan dit vanaf 1 juni 2021 melden op duo.nl.

Veranderingen oprichten nieuwe school

In de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen:

  • moet een initiatiefnemer voldoende interesse voor een nieuwe school aantonen;
  • wordt beoordeeld of de nieuwe school voldoende kwaliteit kan bieden;
  • worden meer eisen aan bestuurders en intern toezichthouders gesteld. Bijvoorbeeld het aanvragen van een VOG.

Het kabinet wil zo het aanbod van scholen beter laten aansluiten bij de wensen van ouders en leerlingen.

Rekening houden met bestaande scholen

De nieuwe wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen houdt ook rekening met het bestaande aanbod van scholen. Wie plannen heeft voor een nieuwe school, nodigt de onderstaande partijen uit voor een gesprek. Als dit gesprek plaatsvindt, kan worden besproken of de ideeën ook binnen een bestaande school vorm kunnen krijgen. De betrokken partijen zijn:

  • bestaande schoolbesturen;
  • het samenwerkingsverband;
  • de gemeente.

Richting school niet meer doorslaggevend

Volgens de nieuwe wet hoeft een nieuwe school niet meer te horen bij een erkende richting. Bijvoorbeeld Rooms-Katholiek of algemeen bijzonder onderwijs.

Wat verandert er bij het oprichten van een nieuwe school?

Huidige situatie Wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen
Wat verandert er bij het oprichten van een nieuwe school?

Wie een nieuwe school wil starten, moet er rekening mee houden dat er:

  • voldoende leerlingen nodig zijn (op basis van voorspellingen).

De initiatiefnemer hoeft de betrokkenen niet uit te nodigen voor overleg.

Wie een nieuwe school wil starten moet eerst de betrokkenen uitnodigen voor overleg:

  • de bestaande schoolbesturen;
  • het samenwerkingsverband;
  • de gemeente.

Een overleg kan ertoe leiden dat een bestaande school de wensen van ouders en leerlingen inpast. Het starten van een nieuwe school is dan niet meer nodig.

Het starten van een bijzondere school kan alleen op basis van een erkende richting. Een school hoeft geen richting meer te hebben om te kunnen starten.

Bij de aanvraag voor een nieuwe school wordt de belangstelling berekend met een voorspelling. Deze voorspelling:

  • veronderstelt de belangstelling van ouders op basis van het bestaande onderwijsaanbod;
  • houdt geen rekening met de kenmerken van een school, zoals nabijheid, kwaliteit en onderwijsconcept.

Een aanvraag voor een nieuwe school moet in ieder geval bevatten:

  • een belangstellingsmeting, via ouderverklaringen of marktonderzoek. Op basis van de resultaten en demografische gegevens, wordt een voorspelling voor de lange termijn gemaakt. Zo kan de daadwerkelijke belangstelling preciezer worden berekend.
  • informatie over de te verwachten kwaliteit. De onderwijsinspectie toetst de aanvraag op eisen die inzicht geven in de te verwachten kwaliteit van de school.
Bestuurders en toezichthouders hoeven voor de start van een school geen VOG aan te leveren. Bestuurders en toezichthouders van een nieuwe school hebben een VOG nodig. En er wordt gekeken of de bestuurders in het verleden nooit een school hebben gehad die door zeer zwakke kwaliteit is gesloten.

De nieuwe regels gelden in heel Nederland. Dus ook in regio’s die kampen met leerlingendaling. Scholen die willen starten in gebieden waar het aantal leerlingen daalt, moeten een relatief grote belangstelling aantonen.

Meer informatie over aanmelding nieuwe scholen

In de periode tot 1 juni 2021 komt er op duo.nl meer informatie over de aanpak en aanmelding van een nieuwe school.