2.4 Economie, innovatiebeleid en vestigingsklimaat

Ondernemers zijn van onschatbare waarde. Ze zijn de motor van onze economie. Onze banen, welvaart mogelijkheden om ons te ontwikkelen, danken we voor een groot deel aan creatieve zelfstandigen, innovatieve startups, trotse familiebedrijven, mondiale ondernemingen en een groot, gevarieerd en robuust midden- en kleinbedrijf. Zij verdienen ruimte. We investeren in onderzoek en innovatie, omdat we zien dat Nederland alles in huis heeft om als beste oplossingen te vinden voor digitalisering en globalisering. We kunnen sociaal, economisch en digitaal de Europese koploper worden. Daar hoort een goed vestigingsklimaat bij voor de bedrijven en onderzoekers die ook echt iets toevoegen aan onze economie en samenleving. Naast goed (internationaal) onderwijs, betrouwbare en veilige (digitale) infrastructuur, goede zorg en een divers cultureel aanbod werken we daarom aan een aantrekkelijk financieel investeringsklimaat.

Ruimte voor ondernemers

  • Wet- en regelgeving wordt gemoderniseerd zodat bedrijven met hun diensten en producten beter kunnen inspelen op maatschappelijke en technologische veranderingen. Regeldruk en administratieve lasten worden beperkt, bijvoorbeeld door de huidige bedrijfs-effectentoets uit te breiden met een MKB-toets.
  • De diverse inspecties gaan beter samenwerken zodat betere handhaving gepaard gaat met minder administratieve lasten en toezichtlasten.
  • Er komen passende regels en meer ruimte voor ondernemingen met sociale of maatschappelijke doelen met behoud van een gelijk speelveld.
  • De mogelijkheden voor regionale en sectorale proefprojecten, wettelijke experimenteerruimte, testlocaties (bijvoorbeeld voor drones) en regelvrije zones worden vergroot. Daarbij gelden minimumvereisten en passend toezicht.
  • Om regionale kansen te benutten sluit de Rijksoverheid ¡§deals¡¨ met decentrale overheden, waarin de partijen zich verplichten om samen aan nieuwe oplossingen te werken.
  • Na evaluatie van de huidige tijdelijke ¡§gebruikelijk-loon-regeling¡¨ zal het kabinet bezien of de regeling moet worden aangepast. Daarbij zal ook worden bezien of de regelgeving ten aanzien van het uitbetalen in aandelen voor start-ups en scale-ups moet worden verruimd.
  • De overheid gaat zijn inkoopkracht beter benutten voor het versnellen van duurzame transities, inschakelen van kwetsbare groepen en om innovatief in te kopen.
  • Bij de keuze tussen het al dan niet uitbesteden van activiteiten door de Rijksoverheid zullen bedrijfseconomische en maatschappelijke overwegingen in beschouwing genomen worden.
  • Aanbesteden door de overheid moet toegankelijker worden voor het MKB. De Rijksoverheid betaalt altijd binnen 30 dagen en stimuleert bedrijven en andere (semi-)overheden het betaalgedrag overeenkomstig te verbeteren.

Versterken innovatiekracht

  • In het beroepsonderwijs krijgen vakmensen, techniek en ambacht prioriteit, herwaardering en een nieuwe impuls. Het Techniekpact en het Platform Betatechniek worden voortgezet.
  • Het kabinet investeert 200 miljoen euro per jaar in fundamenteel onderzoek. Daarnaast komt 200 miljoen euro per jaar extra beschikbaar voor toegepast onderzoek. Onderdeel daarvan is een extra investering bij grote technologische instituten die aantoonbaar aan marktbehoeften tegemoet komen en publiek-private samenwerking bij universiteiten en hogescholen met focus op beta en techniek.
  • Het topsectorenbeleid, gericht op samenwerking van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid zal sterker worden gefocust op de economische kansen die de volgende drie grote maatschappelijke thema's bieden: energietransitie/duurzaamheid; landbouw/water/voedsel; en quantum/hightech/nano/fotonica.
  • De mainport-status van de regio Eindhoven wordt samen met de regio uitgewerkt.
  • ESTEC in Noordwijk is de grootste locatie van het European Space Agency. Gezien het grote belang voor het internationaal aanzien van de Nederlandse hightech-industrie zet het kabinet - zonodig met middelen uit de regionale envelop - in op behoud van deze locatie,.
  • De overheid gaat als launching customer innovatie aanjagen door meer gebruik te maken van de Small Business Innovation Research regeling (SBIR), bijvoorbeeld vanuit Defensie en Rijkswaterstaat.
  • Het MKB verdient een krachtiger rol in het innovatiebeleid. De MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) en de innovatiekredieten voor het MKB worden uitgebreid.
  • Om de (grens)barrieres voor digitaal ondernemerschap weg te nemen zal het kabinet zich in Europa inzetten om te komen tot een Europese digitale markt.

Kredieten en bankensector

  • Het kabinet zet de oprichting van een Nederlandse financierings- en ontwikkelingsinstelling, InvestNL, door, conform de reeds in gang gezette opzet met drie hoofddoelen (Zie Kamerstuk 28165-nr266) en stelt 2,5 miljard euro beschikbaar als eigen vermogen.
  • Financiele technologische innovaties (Fintech) dragen bij aan innovatie en concurrentie in de financiele sector. De toetreding van deze innovatieve bedrijven wordt vereenvoudigd door invoering van een bank- en overige vergunning in lichtere vorm, met inachtneming van voldoende bescherming van de klanten.
  • Goed gekapitaliseerde banken zijn cruciaal voor de kredietverlening. Zodra de zwaardere eisen van Basel IV van kracht worden, wordt de eis voor de leverage ratio in overeenstemming gebracht met de Europese eisen.
  • Om te zorgen voor voldoende eerlijke concurrentie in de financiele sector wordt na a.s.r. ook ABN-AMRO zo snel als verantwoord mogelijk is, volledig naar de markt gebracht. Ten aanzien van Volksbank (het voormalige SNS) wordt momenteel geinventariseerd wat de toekomstopties buiten de overheid zijn. Hierna neemt het kabinet een besluit, rekening houdend met de gewenste diversiteit van het bankenlandschap.

Een goed en gelijk speelveld voor ondernemers

  • Een open economie verhoudt zich slecht tot de barrieres waar Nederlandse ondernemers te vaak op stuiten in andere landen buiten de Europese Unie. Dat geldt ook voor buitenlandse bedrijven die (deels) staatseigendom zijn of staatssteun genieten. Nederland wil op Europees niveau en met derde landen afspraken maken voor een betere balans.
  • Vitale sectoren krijgen specifieke bescherming. Na zorgvuldige analyse van risico¡¦s voor nationale veiligheid kunnen aangewezen bedrijven uit vitale sectoren alleen met actieve goedkeuring worden overgenomen, zo nodig onder voorwaarden, of beschermd worden door het vastleggen van de andere, juiste waarborgen. Onderzocht wordt of naast de bestaande lijst vitale sectoren ook voor landbouwgronden en bepaalde regionale infrastructurele werken dit beschermingsregime noodzakelijk is. Indien nodig worden er maatregelen genomen.
  • We nemen maatregelen voor de verschuiving van invloed van bepaalde activistische aandeelhouders die vooral gericht zijn op de korte termijn naar aandeelhouders en andere stakeholders die belang hebben bij waardecreatie op de lange termijn:
    • Een beursgenoteerde onderneming die op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) te maken krijgt met voorstellen voor een fundamentele strategiewijziging kan een bedenktijd van maximaal 250 dagen inroepen, mits deze het kapitaalverkeer niet raakt. In deze periode dient verantwoording te worden afgelegd aan de aandeelhouders over het gevoerde beleid en dienen alle stakeholders die betrokken zijn bij de onderneming, geraadpleegd te worden. Deze maatregel kan niet worden ingezet in combinatie met beschermingsconstructies van bedrijven zelf, zoals de uitgifte van preferente aandelen of prioriteitsaandelen.
    • Beursgenoteerde bedrijven met een jaaromzet van meer dan 750 miljoen euro krijgen de mogelijkheid om aandeelhouders te vragen, wanneer zij meer dan 1% van het aandelenkapitaal bezitten, zich als grootaandeelhouder te laten registreren bij de Autoriteit Financiele Markten
  • De Autoriteit Consument en Markt (ACM) wordt gevraagd een speciaal team op te richten op het gebied digitale mededinging. Door opbouw van kennis van digitale innovaties en digitale markten kan effectiever en doelgerichter opgetreden worden tegen misbruik van marktmacht door dominante spelers in de interneteconomie. Om oneerlijke handelspraktijken en verstoorde marktmacht in de voedselketen aan te pakken komt er bij de ACM ook een speciaal team voor de agro-nutriketen. De ACM krijgt zonodig extra, specifieke bevoegdheden ten aanzien van geschillen met betrekking tot de gedragscode voor eerlijke handelspraktijken.
  • De mededingingswet wordt aangepast zodat samenwerking in de land- en tuinbouw expliciet wordt toegestaan. Dit om de ongelijke machtsverhoudingen in de keten te compenseren.
  • Op verzoek van branche- of producentenorganisaties kan de overheid sectorale afspraken in de land- en tuinbouw algemeen verbindend verklaren (AVV-en), bijvoorbeeld voor de financiering van onderzoek naar innovatieve producten en het verplichten van duurzamere standaarden. Hierbij wordt rekening gehouden met Europese kaders en de Nederlandse exportpositie.
  • Om oneigenlijke en ongewenste concurrentie tussen overheden en private partijen te voorkomen, zal de algemeen belang bepaling in de Wet Markt en Overheid worden aangescherpt. Voor activiteiten die door overheden ontplooid worden en die anders niet of onvoldoende door marktpartijen worden aangeboden, zoals sport, cultuur, welzijn en reintegratiediensten, blijft er een mogelijkheid om deze door overheden te verzorgen.
  • Er komt aanvullende wetgeving op het gebied van franchise om de positie van franchisenemers in de pre-competitieve fase te versterken.
  • De markt van brievenbuspost krimpt al jaren. Steeds minder consumenten sturen fysieke post. Het kabinet wil de universele postdienst op het huidige kwaliteitsniveau, op het platteland en in krimpregio's verankeren. Onderzocht wordt of aanbesteding van de universele postdienst al dan niet de voorkeur verdient boven het huidige model waarbij de overheid PostNL compenseert voor de verlieslatende activiteiten.

Een concurrerend vestigingsklimaat

  • Wij willen dat Nederland een land is waar het voor ondernemingen aantrekkelijk is om zich te vestigen en van waaruit Nederlandse bedrijven handel kunnen drijven over de hele wereld. Daar profiteert Nederland van, want deze bedrijven voegen werkgelegenheid, innovatie en kracht toe aan onze economie. Heel veel mensen werken bij internationaal opererende bedrijven en bij bedrijven die daaraan toeleveren. Voor veel internationaal opererende bedrijven is Nederland een aantrekkelijk vestigingsland. Om dat zo te houden in een steeds verder globaliserende wereld zijn maatregelen nodig. We richten ons op bedrijven die echt een toegevoegde waarde hebben in plaats van bedrijven die Nederland alleen als postbus gebruiken:
    • We willen een eind maken aan de situatie dat firma’s zich alleen op papier in Nederland vestigen om belastingvrij miljoenen te kunnen rondpompen. Wij gaan bij hen belasting heffen, net als bij ieder ander bedrijf. Internationaal zetten wij ons ervoor in dat belastingparadijzen worden aangepakt. Zelf gaan we het goede voorbeeld geven via een bronheffing op rente en royalty’s op uitgaande stromen naar landen met zeer lage belastingen (low tax jurisdictions).
    • We bevorderen het ondernemen met meer eigen vermogen en beperken de belastingvoordelen voor vreemd vermogen. Dat levert stabielere bedrijven en gezondere economische verhoudingen op, zeker bij tegenslag. Dit geldt nog extra voor banken, die bij de eurocrisis een groot beroep op de overheid gedaan hebben.
    • Wij verlagen de Vennootschapsbelasting (VPB) en schaffen de dividendbelasting af waardoor bedrijven gemakkelijker eigen kapitaal uit het buitenland kunnen aantrekken en minder kwetsbaar worden voor vijandige overnames. Ter financiering daarvan beperken we de renteaftrek en versoberen we de mogelijkheid in de VPB om met verliezen te schuiven over de jaren heen. Daarnaast beperken we de belastingvoordelen voor expats.

2.5 Hervorming belastingstelsel