3.1 Klimaat en energie

Het klimaatverdrag van Parijs is een doorbraak. 195 landen hebben ervoor getekend de mondiale temperatuurstijging tot ruim onder 2 graden Celsius te beperken, en daarbij te streven naar een verdere beperking van de opwarming tot maximaal 1,5 graad Celsius. Het is onze plicht er alles aan te doen die doelstelling te halen. Daarmee worden we ook minder afhankelijk van olie uit het Midden Oosten en gas uit Rusland. De Europese Unie heeft namens alle lidstaten harde toezeggingen gedaan om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minstens 40 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Die toezegging is winst, maar onvoldoende om de doelstellingen van 2 graden Celsius te halen, laat staan de ambitie van 1,5 graad Celsius. Daar is meer voor nodig.

We leggen daarom de lat hoger dan de toezegging die de EU gedaan heeft. In Nederland nemen we maatregelen die ons voorbereiden op een reductie van 49 procent in 2030. We maken een nationaal klimaat- en energieakkoord dat sectoren de zekerheid geeft aan welke doelstellingen voldaan moet worden op de langere termijn. Voor de korte termijn nemen we maatregelen als vergroening van het belastingstelsel, meer kavels op zee voor windenergie, de introductie van een minimumprijs van CO2 voor de elektriciteitssector.
In de EU nemen we het voortouw om het doel op 55 procent te krijgen. In 2019, vijf jaar na het verdrag van Parijs, is de eerste van de vijfjaarlijkse mogelijkheid om internationaal de doelen aan te scherpen. Daarvan maken we gebruik. Als de EU als geheel onvoldoende ambitieus is, trekken we samen met buurlanden op om gezamenlijk een extra inzet af te spreken bovenop de EU-afspraken.

Internationale strategie

 

  • We pleiten in Europa voor een emissiereductie van 55 % in 2030. Het jaar 2018, wanneer de EU besluit over de inbreng tijdens de mondiale review van de Parijs-afspraken in 2019, is daarvoor het geëigende moment.
  • Mocht een aangescherpte doelstelling in de EU niet haalbaar blijken, dan zal Nederland ernaar streven om met gelijkgestemde Noordwest-Europese landen tot ambitieuzere afspraken te komen dan de door de EU-toegewezen landenallocatie. Door samen op te trekken met onze buurlanden voorkomen we grote concurrentienadelen voor de Nederlandse economie.
  • Beleid dat ambitieuzer is dan de landenallocatie van de EU, mag niet tot hogere uitstoot elders leiden. Om dat te voorkomen zal in de kopgroep flankerend beleid gevoerd moeten worden, bijvoorbeeld het opkopen van ETS-rechten.
  • Omdat de uitkomst van de internationale gesprekken in 2019 nog niet vaststaat, kan de uiteindelijke doelstelling voor 2030 afwijken van de 49% waar het kabinet nu van uit gaat.

Nationale strategie

 

  • Er komt een nationaal Klimaat- en energieakkoord. Als uitgangspunt geldt de doelstelling van 49 %-reductie in 2030. Een eventuele bijstelling van de opgave voor 2030 wordt verdisconteerd in dit akkoord.
  • De hoofdlijnen van de afspraken op het terrein van klimaat en energie in dit regeerakkoord, worden verankerd in een Klimaatwet.
  • Het nationaal Klimaat- en energieakkoord geeft maatschappelijke partijen (bedrijven, bestuurlijke partners, milieubeweging) meer zekerheid over langetermijndoelen. Tegelijkertijd creëert het akkoord een platform om voortdurend met elkaar in gesprek te blijven en te reageren op nieuwe (technologische) ontwikkelingen. Het akkoord bevat tevens concrete afspraken over de institutionele verankering.
  • Een emissiereductiedoelstelling van 49% in 2030 impliceert een additionele reductie ten opzichte van ongewijzigd beleid van 56 Mton CO2. In onderstaande tabel is deze opgave, in lijn met verkenningen van het PBL, indicatief vertaald in een opgave op sectorniveau. In het nationaal Klimaat- en energieakkoord worden met alle sectoren afspraken gemaakt over het tijdpad.
Tabel: Indicatieve toedeling 49%-reductieopgave in 2030
Domein Reductie in 2030 (Mton) Maatregelen
Industrie 1 Recycling
Industrie 3 Procesefficiency
Industrie 18 Afvang en opslag koolstofdioxide
Transport 1,5 Zuiniger banden, Europese normen, elektrische auto’s
Transport 2 Biobrandstoffen en maatregelen steden
Gebouwde omgeving 3 Optimalisatie energiegebruik kantoren
Gebouwde omgeving 2 Isolatie woningen, warmtenetten en warmtepompen
Gebouwde omgeving 2 Zuiniger nieuwbouw
Elektriciteit 1 Zuiniger verlichting
Elektriciteit 12 Sluiten kolencentrales
Elektriciteit 2 Afvang en opslag koolstofdioxide in AVI’s
Elektriciteit 4 Extra wind op zee
Elektriciteit 1 Extra zonne-energie
Landgebruik en landbouw 1,5 Slimmer landgebruik
Landgebruik en landbouw 1 Minder methaanuitstoot
Landgebruik en landbouw 1 Kas als energiebron

 

  • Relatief veel emissiereducties vinden plaats in de industrie omdat daar een groot (technisch) besparingspotentieel is dat tegen relatief lage kosten benut kan worden. Een passend, op innovatie gericht beleidspakket kan ervoor zorgen dat de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie niet in gevaar komt en dat voortgebouwd wordt op de kracht die Nederland heeft. Goed en slim klimaatbeleid biedt kansen voor economische groei en werkgelegenheid.

Financiering van de klimaat- en energietransities

  • Met partijen wordt verkend hoe het toekomstig beleid succesvol is in te richten, expertise is op te bouwen en proefprojecten zijn uit te voeren. Hiervoor is in de begroting 300 miljoen euro per jaar vrijgemaakt.
  • Met de SDE+-middelen, die oplopen tot 3,2 miljard euro per jaar, zal een kostenefficiënt klimaatpakket worden vormgegeven dat stuurt op emissiereductie.
  • De verhuurdersheffing zal mede afhankelijk worden gemaakt van de investeringen in energiebesparing door de corporaties. Het kabinet reserveert hier100 miljoen per jaar voor.
  • De salderingsregeling duurzame elektriciteit wordt in 2020 omgevormd in een nieuwe regeling. De verwachting is dat de kosten van zonnestroom zullen dalen en met dezelfde middelen meer duurzaamheidswinst geboekt kan worden.
  • Opgeteld is er per jaar uit Rijksmiddelen een budget van bijna 4 miljard euro beschikbaar. Dat is exclusief de middelen in het topsectorenbeleid en het innovatiebeleid die sterker gericht zullen worden op de energie- en klimaatopgaven. Daarnaast zal ook een aanzienlijk deel van de extra middelen voor decentrale overheden ten goede komen aan klimaatbeleid volgens te maken afspraken. De verduurzamingsopgave van de gebouwde omgeving vindt immers met name plaats onder verantwoordelijkheid van decentrale overheden. In een bestuursakkoord wordt dit nader uitgewerkt. Met InvestNL komt er voorts meer risicodragend kapitaal beschikbaar, ook voor energietransitieprojecten.

Maatregelen

  • De stimuleringsregeling voor duurzame energieproductie (SDE+) wordt verbreed om ook andere emissiereductietechnologieën te stimuleren, onder andere afvang en opslag van koolstofdioxide. Dit kan een grote bijdrage leveren aan het terugdringen van emissies in de industrie, de elektriciteitssector en afvalverbrandingsinstallaties.
  • Door aanpassing van de energiebelasting wordt belasting op gas en elektriciteit vanuit CO2-optiek evenwichtiger. Onderdeel hiervan is de introductie van een minimumprijs van CO2 voor de elektriciteitssector. Hierdoor ontstaan prikkels voor energiebesparing en emissiereductie. We vergroenen de belastingen voor burgers en bedrijven
  • De kolencentrales worden uiterlijk in 2030 gesloten. In een te sluiten Nationaal klimaat en energieakkoord zullen met de sector afspraken worden gemaakt over het tijdpad.
  • De subsidiëring van bijstook biomassa in kolencentrales wordt na 2024 stopgezet.
  • In navolging van omringende landen wordt zo spoedig mogelijk een kilometerheffing voor vrachtverkeer (“Maut”) ingevoerd. Het daarvoor te introduceren registratie- en betalingssysteem wordt gelijk aan dat in de buurlanden, zodat voor vrachtauto’s geen extra apparatuur benodigd is. De inkomsten uit de heffing zullen in overleg met de sector worden teruggesluisd naar de vervoerssector door verlaging van de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s en gelden voor innovatie in en verduurzaming.
  • Het innovatiebeleid wordt sterker gefocust op grote maatschappelijke thema’s als de energietransitie.
  • We vergroten het aanbod van kavels voor windenergie op zee.
  • We onderzoeken of en hoe de mededingingswetgeving kan worden aangepast als deze samenwerking met het oog op duurzaamheid, tussen bedrijven en in ketens, in de weg staat.
  • Het kabinet zal in overleg treden met het Havenbedrijf Rotterdam en de in het havengebied actieve bedrijven om het grote potentieel dat er in de regio Rijnmond is voor koolstofdioxide-afvang en -opslag en restwarmte te benutten. Soortgelijke verkenningen zullen ook plaatsvinden voor het Amsterdamse havengebied en het Westland.
  • We verlengen de subsidieregeling voor energiebesparing bij sportverenigingen.
  • Aan het eind van de kabinetsperiode zullen nieuwe woningen en andere nieuwe gebouwen in de regel niet meer op gas verwarmd worden. Stapsgewijs zal ook de markt voor verduurzaming van de bestaande woningvoorraad op gang gebracht worden. Naarmate de expertise en ervaring in de bouwsector toenemen, zullen de kosten dalen en kan de verduurzamingsmarkt meer op eigen benen staan.
  • Uitgewerkt wordt welke vormen van gebouw-gebonden financiering gebruikt kunnen worden om besparingsopties aantrekkelijk te maken voor particuliere woningeigenaren.
  • Met gemeenten, provincies, waterschappen en netbeheerders maken we per regio een plan voor verduurzaming van de gebouwde omgeving om te komen tot een programmatische aanpak met een optimale mix van energiebesparing, duurzame warmte en duurzame opwekking. (zie ook het hoofdstuk wonen).
  • De aansluitplicht van gas wordt vervangen door een warmterecht, waarmee eindgebruikers aanspraak kunnen maken op een aansluiting op een (verzwaard) elektriciteitsnet of een warmtenet.
  • In lijn hiermee worden de energieprestatie-eisen voor nieuwbouw verder aangescherpt en zal in nieuwbouwwijken niet meer standaard een gasnet worden aangelegd.
  • Er komt een aparte regeling voor energiecoöperaties die het mogelijk maakt dat omwonenden makkelijker kunnen participeren in duurzame energieprojecten in hun directe omgeving.
  • In een bestuursakkoord met medeoverheden worden afspraken gemaakt over klimaatadaptatie.