Samenvatting hoofdstuk 3

1.    Klimaat en energie

Het klimaatverdrag van Parijs is een doorbraak. 195 landen hebben ervoor getekend de mondiale temperatuurstijging tot ruim onder 2 graden Celsius te beperken, en daarbij te streven naar een verdere beperking van de opwarming tot maximaal 1,5 graad Celsius. Het kabinet doet er alles aan om die doelstelling te halen.

Een greep uit de maatregelen op klimaatgebied:

  • Het kabinet neemt in Europa het voortouw voor een emissiereductie van 55 % in 2030. Het jaar 2018, wanneer de EU besluit over de inbreng tijdens de mondiale review van de Parijs-afspraken in 2019, is daarvoor het geëigende moment.
  • Mocht een aangescherpte doelstelling in de EU niet haalbaar blijken, dan zal Nederland ernaar streven om met gelijkgestemde Noordwest-Europese landen tot ambitieuzere afspraken te komen dan de door de EU toegewezen landenallocatie. Door samen op te trekken met onze buurlanden worden grote concurrentienadelen voor de Nederlandse economie voorkomen.
  • Er komt een nationaal Klimaat- en energieakkoord. Het nationaal Klimaat- en energieakkoord geeft maatschappelijke partijen (bedrijven, bestuurlijke partners, milieubeweging) meer zekerheid over langetermijndoelen. Tegelijkertijd creëert het akkoord een platform om voortdurend met elkaar in gesprek te blijven en te reageren op nieuwe (technologische) ontwikkelingen.
  • Vanaf 2021 worden jaarlijks 50.000 nieuwbouwwoningen aardgasloos opgeleverd; bij bestaande bouw worden dan 30.000 tot 50.000 woningen gasvrij  gemaakt.
  • Het aanbod van kavels voor windenergie op zee wordt vergroot.
  • In navolging van omringende landen wordt zo spoedig mogelijk een kilometerheffing voor vrachtverkeer (“Maut”) ingevoerd. De inkomsten uit de heffing zullen in overleg met de sector worden teruggesluisd naar de vervoerssector door verlaging van de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s en gelden voor innovatie en verduurzaming.
  • De kolencentrales worden uiterlijk in 2030 gesloten. In het te sluiten Nationaal klimaat en energieakkoord zullen met de sector afspraken worden gemaakt over het tijdpad.

2.    Mobiliteit

Het kabinet streeft naar een mobiel en bereikbaar Nederland door een slim en duurzaam vervoerssysteem waarvan de delen naadloos op elkaar aansluiten. Nu de economie weer goed draait, is daarbij een extra investering in infrastructuur nodig en mogelijk om toenemende drukte op de weg, het spoor, het water en in de lucht te verminderen.

Concrete maatregelen:

  • Er komt extra geld voor de aanleg en het onderhoud van wegen; 2 miljard euro in komende 3 jaar voor een inhaalslag, daarna 100 miljoen euro structureel.
  • Waar het milieutechnisch en verkeersveilig kan, worden spitsstroken vaker opengesteld.
  • Daar waar verlichting op de snelwegen bijdraagt aan verhoging van de verkeersveiligheid gaat deze ’s avonds en ’s nachts weer aan.
  • Omdat fietsen een goed alternatief voor het OV en de auto kan zijn, trekt het kabinet eenmalig een bedrag van 100 miljoen euro uit voor gemeentelijke en provinciale investeringen in fietsinfrastructuur en fietsenstallingen bij OV-knooppunten.
  • De bestaande maximumsnelheden blijven in stand, waarbij de geldende veiligheids- en milieunormen steeds leidend zijn.

3.    Gaswinning

De impact van de aardbevingen in Groningen is enorm. Alle facetten daarvan blijven hoog op de agenda. Bij alles geldt: veiligheid staat voorop. Het kabinet neemt maatregelen om de behoefte aan Groningengas te verminderen. Dit maakt de verdere stapsgewijze verlaging van de winning mogelijk, die noodzakelijk is voor de veiligheid in het gaswinningsgebied én de veiligheid bij afnemers.

Wat betreft de gaswinning gaat o.a. het volgende gebeuren:

  • Er zullen deze kabinetsperiode geen opsporingsvergunningen worden afgegeven voor nieuwe gasvelden op land. Bestaande vergunningen blijven van kracht binnen de bestaande wet- en regelgeving.
  • Doel is om in de periode tot 2021 de vraag naar Groningengas met 3 miljard kubieke meter (bcm) te verminderen ten opzichte van 2017. Volgens de huidige inzichten verkleint zowel minder winning als een vlakkere winning het aardbevingsrisico.
  • Aan het eind van de kabinetsperiode zal de winning naar verwachting circa 1,5 miljard kubieke meter lager kunnen liggen dan volgens het meest recente winningsbesluit van per oktober 2017. Het verschil in de daling van de vraag (3 miljard kubieke meter) en de daling van de winning (1,5 miljard kubieke meter) geeft de buffer die nodig is om veiligheid in de ondergrond te combineren met een stabiele en veilige gasvoorziening bij de mensen thuis.
  • De afhandeling van schade en herstel wordt onafhankelijk van de NAM. Voor de investeringen in de leefbaarheid en economie van de regio wordt een fonds ingesteld.
  • De schade in het gaswinningsgebied is groter dan alleen materieel. Veel mensen zijn geconfronteerd met onzekerheid, waar perspectief op een nieuwe toekomst nodig is. Competentieconflicten tussen publieke en private partijen verergeren deze situatie. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) krijgt in overleg met de regio een wettelijk verankerde onafhankelijke positie
  • Met ingang van 2018 valt een jaarlijks bedrag ter grootte van 2,5  % van de aardgasbaten ten deel aan een fonds voor de regio, hetgeen op dit moment neerkomt op 50 miljoen euro per jaar. In het fonds komt geld beschikbaar voor zorgprofessionals en geestelijke verzorgers voor de begeleiding van mensen die psychische klachten hebben overgehouden aan de aardbevingsproblematiek.

4.    Landbouw

Nederland is de tweede voedselexporteur ter wereld. Onze agro-foodsector kan een belangrijke bijdrage leveren aan een duurzame voedselvoorziening voor de groeiende wereldbevolking. Het beleid is er op gericht dit potentieel te benutten, binnen de geldende natuur- en milieunormen. Innovatie en ondernemerschap zijn daarbij cruciaal, net als aandacht voor de continuïteit van gezinsbedrijven die een grote rol spelen in de sector.

Een greep uit de maatregelen:

  • Het laatste decennium is Nederland geconfronteerd met de gezondheids- en leefomgevingsrisico’s in gebieden met een zeer hoge veedichtheid. Het kabinet zal met de sector en de betreffende provincies bezien hoe deze problematiek kan worden aangepakt. In samenspraak met de provincies (met name Noord Brabant) wordt bezien hoe een warme sanering van de varkenshouderij in belaste gebieden kan worden vormgeven. Het rijk stelt hiervoor in 2018 en 2019 100 miljoen euro per jaar beschikbaar.
  • Nederland zal zich inzetten voor een EU-verbod op pulskorvisserij. De aanlandplicht moet worden versoepeld zodra er alternatieven zijn die hetzelfde doel dienen.
  • Om het dierenwelzijn en de voedselveiligheid te borgen en de reputatie van de Nederlandse agrofoodsector te beschermen word het toezicht aangescherpt. Er wordt hiervoor structureel 20 miljoen euro geïnvesteerd voor versterking van de NVWA.
  • Er komt een bedrijfsovernamefonds waaruit jonge boeren worden ondersteund om de overname van het gezinsbedrijf en investeringen in innovatie te financieren. Hiervoor wordt 75 miljoen euro gereserveerd.
  • In samenwerking met boeren wordt in de directe omgeving van Natura-2000 gebieden bekeken of agrarisch natuurbeheer een bijdrage kan leveren aan minder intensief landgebruik en daarmee aan de klimaatopgave en natuurherstel. Het kabinet gaat betrokken boeren hier dan voor compenseren.