4.5 Menswaardig en effectief migratiebeleid

In deze tijden is een ongekend aantal mensen in beweging. Zowel mensen die vluchten voor oorlog en instabiliteit in diverse regio’s als migranten met een economisch motief. De wegen die zij zoeken naar met name Europa hebben talloze menselijke drama’s tot gevolg en mensensmokkelaars maken misbruik van de situatie. Tegelijkertijd zetten de asielstroom en opvangvraagstukken in combinatie met integratieproblemen de verhoudingen binnen de Nederlandse samenleving en tussen de Europese lidstaten op scherp. Onderling vertrouwen en sociale cohesie dreigen bij al te grote migratieschokken af te kalven.

Het kabinet zet zich daarom in voor een effectief en menswaardig migratie- en integratiebeleid op nationaal en Europees niveau. Dat omvat de aanpak van de oorzaken van vluchtelingenstromen, het verbeteren van opvang in de regio, het opvangen van vluchtelingen conform internationale verdragen en het tegengaan van irreguliere migratie. Wie mag blijven, moet snel meedoen. Daarmee vergroten we kansen van nieuwkomers. Wie niet mag blijven, moet snel vertrekken.

Internationaal: migratieovereenkomsten

  • Vluchtelingen die aan het noodlot willen ontsnappen, moeten bescherming krijgen. Dat hebben we verankerd in internationale verdragen. Nederland houdt die bescherming in ere en vindt dat andere landen, zeker EU-lidstaten, dat ook moeten doen, het is immers een gedeelde internationale verantwoordelijkheid.
  • Door veilige plaatsen te creëren die vluchtelingen en ontheemden dichtbij huis bescherming, hulp en kansen bieden, nemen we de noodzaak weg om verder te migreren. Hiervoor zijn structurele investeringen in politieke en economische samenwerking met die landen vereist door middel van ontwikkelingssamenwerking in aanvulling op noodhulp. Daarbij wordt samenwerking gezocht met de internationale organisaties IOM en UNHCR.
  • Er dient daarnaast geïnvesteerd te worden in het wegnemen van de grondoorzaken van migratie, zowel door Nederland als de EU. Deze investeringen zijn nodig om economische en rechtsstatelijke omstandigheden in landen van herkomst te verbeteren (om kansen in eigen land te verbeteren). Verder zal Nederland investeren in landen en regio’s waar grote aantallen vluchtelingen worden opgevangen, zoals de nieuwe partnerlanden Jordanië en Libanon, met het doel om daar de bescherming te verbeteren en vluchtelingen zelfredzaam te maken.
  • Vluchtelingen verdienen bescherming, maar dat omvat geen recht te mogen kiezen welk land dan die bescherming moet bieden. Het heeft de voorkeur de bescherming te bieden in de regio van het thuis dat men noodgedwongen moet ontvluchten. Nederland levert een actieve bijdrage aan het creëren en in stand houden van veilige en adequate opvang in de regio. Om de ongecontroleerde migratiestroom naar Europa te reguleren, het verdienmodel van mensensmokkelaars te breken en vooral een einde te maken aan de talloze verdrinkingen op de Middellandse Zee, kunnen, bij voorkeur in Europees verband, overeenkomsten met betrekking tot migratie gesloten worden met veilige derde landen, die materieel voldoen aan de voorwaarden van het Vluchtelingenverdrag.
  • Via deze overeenkomsten moeten in EU-verband afspraken worden gemaakt met transitlanden en landen in de regio van brandhaarden over de opvang en het terugnemen van asielzoekers, zowel van eigen onderdanen als van andere landen uit de regio.
  • Via een asielprocedure op grond van internationale wet- en regelgeving wordt beoordeeld of iemand toegang krijgt tot deze veilige opvang in de regio. Waar mogelijk wordt deze procedure georganiseerd door het land van opvang en anders bijvoorbeeld door de UNHCR. Eenmaal toegelaten tot deze veilige opvang is het mogelijk in aanmerking te komen voor hervestiging. Ook na het sluiten van een migratieovereenkomst met een veilig derde land worden de waarborgen daartoe onafhankelijk gemonitord . Ten behoeve van het zicht op de leefomstandigheden en bescherming zullen UNHCR en Unicef worden gefaciliteerd met middelen voor en toegang tot opvang en onderwijs.
  • Nadat deze maatregelen zijn gerealiseerd neemt de noodzaak af om met gevaar voor eigen leven door te migreren. Wie desondanks toch doormigreert komt daardoor in principe niet in aanmerking voor bescherming in het land van voorkeur. Men kan na een korte procedure worden teruggestuurd naar de opvang in de regio conform het ‘veilig derde land’ principe. Men kan immers daar (als de asielprocedure tot inwilliging leidt) gebruik maken van het recht op bescherming dat in internationale verdragen beschreven staat. Tijdens deze korte procedure heeft de asielzoeker wel de gelegenheid individuele omstandigheden naar voren te brengen indien men van mening is specifieke onaanvaardbare risico’s te lopen in de regionale opvang. Er is daarbij nadrukkelijk oog voor specifieke kwetsbare groepen. De praktijk blijft dat de immigratiedienst bepaalt of men al dan niet toegang krijgt tot de reguliere asielprocedure .
  • Naarmate het realiseren van deze maatregelen een lagere instroom naar Nederland bewerkstelligen, is Nederland ook bereid in toenemende mate hervestiging aan te bieden om de opvang in de regio te ontlasten. Hierover worden bij voorkeur in Europees verband verplichtende afspraken gemaakt. Het Nederlandse hervestigingsquotum bij de UNHCR gaat van 500 naar 750. In ons hervestigingsbeleid geeft het kabinet speciale aandacht aan kwetsbare minderheden en vluchtelingen met zicht op succesvolle integratie in de Nederlandse samenleving.
  • Migratieovereenkomsten met veilige derde landen maken het ook beter mogelijk in een vroeg stadium terroristen of oorlogsmisdadigers op te sporen.
  • Het internationale asielrecht is gebaseerd op het VN Vluchtelingenverdrag uit 1951. Dat blijft ook het kader voor dit kabinet. Maar de aard en omvang van de wereldwijde asielmigratie is in de afgelopen decennia drastisch veranderd. Het kabinet laat daarom onafhankelijk onderzoek doen of en zo ja op welke wijze het verdrag bij de tijd moet worden gebracht om een duurzaam juridisch kader te kunnen bieden voor het internationale asielbeleid van de toekomst.

Europees asielbeleid

  • Nederland streeft naar een volwaardig Europees asielbeleid. Alleen gezamenlijk kunnen wij het grote vraagstuk van migratie aan.
  • Hoewel de verplichtingen op grond van internationaal recht voor alle lidstaten gelijk zijn, wordt de naleving gecompliceerd door regionale en landelijke verschillen in de asielprocedures. De Nederlandse wet- en regelgeving moet gelijk zijn aan de Europese wet- en regelgeving. Het geboden beschermingsniveau en het kader voor de asielprocedures moeten in alle EU-lidstaten gelijk zijn. Nederland streeft naar harmonisatie op dit terrein om zo ook concurrentie door middel van verslechtering in leefomstandigheden en wetgeving voor asielzoekers te verhinderen.
  • In de tussentijd is het streven om de volgende nationale koppen op Europese wet- en regelgeving te schrappen.
    • Een asielvergunning wordt in eerste instantie voor drie jaar verleend en niet langer voor vijf jaar. Daarna kan men in aanmerking komen voor een vergunning voor nog eens twee jaar. Wie na deze twee tijdelijke verblijfsvergunningen nog steeds voldoet aan de eisen voor een vluchtelingenstatus krijgt een vergunning voor onbepaalde tijd.
    • Indien op basis van de stukken bij een herhaalde aanvraag blijkt dat deze aanvraag geen kans van slagen heeft, wordt het gehoor achterwege gelaten.
    • Rechtsbijstand wordt in lijn met EU-regelgeving na een voornemen tot afwijzing van een asielaanvraag verstrekt, mede ter ontlasting van de justitiële keten. Hierdoor komt capaciteit bij de IND vrij die elders wordt ingezet.
  • Het is niet altijd eenvoudig om in EU-verband aanpassingen van wet- en regelgeving te bereiken. Op een aantal specifieke terreinen kan echter wel degelijk succes geboekt worden. Nederland spant zich daar actief voor in. Het is noodzakelijk het concept van ‘veilig derde land’ nader te specificeren om het uitgangspunt van opvang in de regio effectief te kunnen realiseren. Ook een juridisch noodmechanisme dat ingezet kan worden in tijden van hoge instroom dient beschikbaar te zijn zodat er binnen een duidelijk Europees kader vluchtelingen op kunnen worden gevangen in locaties in de regio waar men o.a. veiligheid, onderdak en medische zorg ontvangt. Nederland wil daarin binnen de EU een voortrekkersrol blijven vervullen.
  • De Europese Commissie spoort terecht landen aan effectiever te zijn in het doen terugkeren van migranten die na een asielprocedure afgewezen zijn. Om dat te realiseren moet ook Europese wet- en regelgeving, bijvoorbeeld op bestuursrechtelijke vreemdelingendetentie, worden aangepast en geïntensiveerd om terugkeer effectief te laten zijn. Gezinnen met kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen worden net als nu op een kindvriendelijke wijze opgevangen.

Europese buitengrenzen

  • Goed bewaakte Europese buitengrenzen zijn een voorwaarde voor open binnengrenzen. Om drama’s op zee en de bloei van de mensensmokkel een halt toe te roepen is in aanvulling op bovenstaande nodig dat we onze EU-buitengrenzen stevig bewaken. Om de Nederlandse bijdrage hieraan te vergroten breiden we onze capaciteit ten behoeve van grensbewaking uit en zetten we waar nodig (ook binnen Europa) noodhulpmiddelen in. Aan de Europese buitengrens dienen ook procedures plaats te vinden voor terugkeer naar het land van herkomst of veilige opvanglocaties. Met name Griekenland en Italië verdienen ondersteuning bij hun asielproces en opvang. Nederland zal hieraan additionele capaciteit bijdragen via de Border Security Teams.
  • Samenwerking met landen van waaruit migranten vertrekken moet worden geïntensiveerd. Onder meer op het terrein van maritieme Search and Rescue in territoriale wateren. Drenkelingen dienen conform de bestaande internationaalrechtelijke kaders naar de dichtstbijzijnde veilige haven te worden gebracht, ook al is dat aan de kant van waaruit men vertrokken is. Het non-refoulement principe is hierbij leidend. Het overbrengen van migranten naar Europees grondgebied terwijl de dichtstbijzijnde veilige haven in Afrika dan wel het Midden-Oosten ligt, faciliteert mensensmokkel en moet worden tegengegaan. Versterking van de (internationale) aanpak van de leiders van de organisaties die zich met migratiecriminaliteit bezighouden moet worden bereikt door structurele inzet van sancties, bijvoorbeeld door berechting voor een internationaal hof en het toepassen van het EU sanctie-instrumentarium zoals dat ook tegen terroristen wordt ingezet.
  • Voor de internationale samenwerking ten aanzien van veilige havens in derde landen is, net als bij medewerking aan gedwongen terugkeer, het principe van ‘more for more en less for less’ leidend. Zowel positieve als negatieve prikkels worden aangewend om landen van herkomst te bewegen tot het terugnemen van onderdanen. Hierbij zijn onder andere het verstrekken of onthouden van OS-gelden, maar ook het verstrekken of weigeren van visa voor inwoners, in het bijzonder voor overheidsbeambten en hooggeplaatsten, van het betreffende land of het verstrekken of intrekken van landingsrechten van vluchten vanuit dat land, mogelijke drukmiddelen.

Tegengaan asielopvangshoppen binnen de EU

  • Binnen de onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Europees Asiel Systeem wordt stevig ingezet op het effectief tegengaan van doorreizen binnen de EU en/of “asielshoppen” tussen EU-lidstaten. Elke EU-lidstaat moet eraan bijdragen dat zelfstandig reizen naar de EU in plaats vaneen aanvraag te doen via de veilige opvang in de regio, zonder effect blijft.
  • Informatie over eerder verblijf in een ander land moet eerder kunnen leiden tot overdracht aan het betreffende land binnen Europa. Wanneer een asielzoeker aan de grens wordt tegengehouden wordt hem de toegang tot Nederland ontzegd en wordt hij overgedragen aan de Belgische of Duitse autoriteiten. Hetzij via een Dublin-claim omdat betreffende persoon in EURODAC geregistreerd staat, hetzij door directe attendering van de autoriteiten dat een persoon ten onrechte door hen niet geregistreerd is.
  • Ook het binnen de EU doorreizen uit het land dat, bijvoorbeeld na hervestiging of eerste asielaanvraag in een ander Europees land (‘Dublin’), bescherming biedt, naar een andere EU-lidstaat moet via korte procedures worden ontmoedigd door die doorreizigers geen recht te geven op verblijf en voorzieningen.
  • Ondertussen zal Nederland voor alle asielaanvragers die in aanmerking komen voor relocatie zijn fair share blijven nemen conform oorspronkelijke relocatiebesluiten zoals ook door de Europese Commissie gevraagd. Daarmee toont Nederland zich solidair met zijn Europese partners. Lidstaten die hierbij niet aan hun verplichtingen voldoen moeten worden gekort op Europese subsidies.

Opvang en draagvlak in Nederland

  • Schommelingen in de hoogte van de instroom die leiden tot het in korte tijd moeten realiseren van extra opvang, ondermijnen het draagvlak voor opvang. Daarnaast is er in onze samenleving weinig begrip voor de instroom van asielzoekers uit veilige landen van herkomst, zeker als zij (lange tijd) opgevangen worden in asielzoekerscentra in woonwijken.
  • Nederland moet blijvend flexibel kunnen reageren op schommelingen in de omvang en/of samenstelling van de instroom. Hiervoor hebben we een flexibel asielsysteem nodig, dat zowel maatschappelijk als financieel effectiever is dan het nemen van ad hoc maatregelen. Binnen dit systeem moeten opvang, de asielprocedure en integratie dan wel terugkeer integraal worden benaderd en de samenwerking in de vreemdelingenketen en met gemeenten worden versterkt. Op een beperkt aantal plaatsen in het land gaan de ketenpartners onder één dak werken met middelgrote opvangcentra op en/of nabij hetzelfde terrein. Daar wordt een eerste selectie gemaakt in een snelle efficiënte procedure die bepaalt in welk spoor de asielzoeker verder in procedure gaat. Asielzoekers met een grote kans op asiel gaan naar kleinere opvangcentra in de buurt van de gemeente die hen later zal huisvesten. Daar begint men direct met taalles en kan al tijdens de asielopvang begonnen worden met integratie door de gemeente waar men later gehuisvest zal worden. De overheid houdt bij de plaatsing van kansrijke asielzoekers rekening met hun werkkwalificaties en het lokale baanaanbod. Het aantal verhuisbewegingen wordt door deze integrale opzet tot een minimum beperkt, zeker waar het schoolgaande kinderen betreft, van hen wordt in principe niet verlangd elders binnen Nederland te verhuizen. Asielzoekers van wie de aanvraag een kleine tot geen kans van slagen heeft, blijven in de middelgrote centra. Zij komen daar direct in de snelle procedure. Een afwijzing leidt vervolgens meteen tot een uitzettingsprocedure.
  • Dit betekent dat in de nabijheid van die behandellocaties dus ook ruimte moet zijn voor VBL’s (vrijheidsbeperkende locaties) en EBTL’s (extra begeleiding en toezicht locaties) voor overlastgevende asielzoekers.
  • Stapeling van aanvragen wordt zoveel mogelijk verminderd door zeker te stellen dat de asielprocedure acht dagen duurt en dat de eendagstoets bij een herhaalde aanvraag binnen twee dagen plaatsvindt. Om deze procedures snel te laten verlopen gebruikt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de extra capaciteit.
  • Nederland wil alleen bescherming bieden aan mensen die het verdienen. Oorlogsmisdadigers moeten geen gebruik kunnen maken van onze bescherming. Het team internationale misdrijven van de IND (1F-unit) wordt daarom versterkt om potentiële oorlogsmisdadigers in de asielstroom te signaleren.

Effectieve terugkeer

  • Als in rechte vaststaat dat iemand geen verblijfsrecht in Nederland heeft wordt hij teruggebracht naar het land van herkomst. Dat kan in de praktijk op problemen stuiten, omdat de bereidheid van de uitgeprocedeerde om mee te werken ontbreekt, dan wel omdat de bereidheid van landen van herkomst om mee te werken ontbreekt. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) krijgt extra capaciteit met als doel een hoger aandeel aantoonbaar vertrek te realiseren. Intensiever case management kan leiden tot hoger zelfstandig vertrek. Bijvoorbeeld door terugkeerbereidheid van groepen te stimuleren waarvan die bereidheid nu laag is. Samenwerking met gemeenten is hiervoor ook cruciaal.
  • Ook gedwongen vertrek, zoals bij criminele vreemdelingen, wordt vergroot door mogelijkheden om vreemdelingen in bestuursrechtelijke vreemdelingenbewaring te stellen, te verruimen binnen de kaders van Europese wet –-en regelgeving. De DT&V krijgt daarnaast budget om aan capaciteitsopbouw te doen bij zusterautoriteiten in derde landen om zo operationele samenwerking te stimuleren
  • Speciale aandacht hierbij gaat uit naar minderjarige migranten. Het gebeurt te vaak dat kinderen in levensgevaarlijke situaties belanden. Het kabinet realiseert adequate opvang voor minderjarigen in het land van herkomst waardoor zij veilig kunnen opgroeien als zij daardoor terug kunnen keren naar het thuisland. Dit geldt dus niet bij thuislanden die als zodanig onveilig zijn (zoals bijvoorbeeld nu Syrië).

Opvang vertrekplichtigen

  • Uitgeprocedeerde asielzoekers moeten Nederland zelfstandig en zo snel mogelijk verlaten. Wie dat niet direct doet kan een beperkte periode worden opgevangen in een van de acht op te richten LVV (Landelijke vreemdelingenvoorziening)-locaties onder toezicht van DT&V en in samenwerking met gemeenten. De eerste twee weken geldt geen voorwaarde tot meewerken aan terugkeer naar land van herkomst, daarna moeten zij meewerken aan terugkeer, tenzij blijkt dat zij toch in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Wanneer zij niet serieus werken aan terugkeer naar land van herkomst wordt hen opvang en ondersteuning ontzegd.
  • Hiertoe wordt een akkoord gesloten met de VNG. Gemeenten kunnen vertrekplichtigen vervolgens naar de LVV locaties verwijzen. Daarbij blijft individuele noodopvang voor enkele dagen op basis van de openbare orde mogelijk, maar niet eigen bed-bad-brood voorzieningen.

Kinderpardon

De permanente regeling voor langdurig in Nederland verblijvende kinderen (kinderpardon) blijft in haar huidige vorm gehandhaafd.

Legale migratie

Asielmigratie dient om bescherming te bieden, niet om het verkrijgen van arbeid te faciliteren. De asielprocedure is niet bedoeld voor mensen die om economische redenen naar Nederland willen komen. Die vermenging is onwenselijk en moet worden tegengegaan. Er zijn echter ook arbeidsmigranten die een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse economie en samenleving. Voor Nederland gunstige arbeidsmigratie wordt dus gefaciliteerd. Het kan de (kennis)economie, innovatieve slagkracht en concurrentiepositie van Nederland versterken. Daarom voeren wij naar rato van de behoefte van de arbeidsmarkt een positief legaal migratiebeleid. De tewerkstellingsvergunning zal ook voor drie jaar kunnen worden verleend. Uitbuiting van migranten wordt actief bestreden.