Gezonde overheidsfinanciën

Gezonde overheidsfinanciën zijn belangrijk voor macro-economische stabiliteit en zorgen voor een goed investeringsklimaat. Door prudent begrotingsbeleid is de kredietwaardigheid van Nederland hoog. Hierdoor betaalt Nederland een lage rente op leningen en ontstaat ruimte om te investeren. Dit draagt bij aan economische groei, wat nodig is om onze voorzieningen te kunnen betalen. We vinden het daarom belangrijk dat de overheidsfinanciën op orde blijven en dat er geen rekeningen worden doorgeschoven naar de toekomst. Houdbare overheidsfinanciën zijn immers een belangrijke randvoorwaarde voor de brede welvaart van toekomstige generaties. Het is ook een belangrijke verzekering tegen onvoorziene situaties als een pandemie of crises, zodat mensen en bedrijven in tijden van nood kunnen worden beschermd. We stellen daarom maatregelen voor om de houdbaarheid van de begroting te verbeteren. We doen dat door het beheersen van de zorguitgaven en de uitgaven aan sociale zekerheid en we nemen maatregelen voor een efficiëntere en slagvaardige overheid. We willen het verdienvermogen versterken met gerichte investeringen om knelpunten weg te nemen die duurzame economische groei beperken. Samen met voldoende ruimte voor de marktsector stimuleren deze gerichte investeringen een lagere regeldruk en versterking van de Europese kapitaalunie, gericht op een hogere structurele en duurzame economische groei. Met duurzame economische groei verbeteren ook de overheidsfinanciën.

Begrotingsregels

De begrotingsregels worden gevolgd zoals voorgesteld door de 18e Studiegroep Begrotingsruimte en vastgelegd in de Wet houdbare overheidsfinanciën. Dat betekent dat een trendmatig begrotingsbeleid wordt gevoerd met onder andere een scheiding van inkomsten en uitgaven, een vooraf vastgesteld uitgaven- en inkomstenkader en 1 hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar. Tegenvallers worden conform de regels voor budgetdiscipline in eerste instantie opgevangen binnen de eigen begroting. Meevallers kunnen voor tegenvallers worden ingezet of vloeien terug naar de algemene middelen. Als tegenvallers niet worden opgevangen binnen het uitgavenkader, kunnen geplande uitgaven niet doorgaan of moet aanvullend worden omgebogen. In het uiterste geval kan loon- en prijsbijstelling worden ingehouden om te voorkomen dat het uitgavenkader wordt overschreden. Aan de inkomstenkant van de begroting worden tegenvallers eveneens gedekt. Voor intensiveringen aan zowel de uitgaven- als inkomstenkant moet worden geëxtensiveerd. Conform het advies van de studiegroep begrotingsruimte wordt het uitgavenkader gecorrigeerd voor de conjunctuurgevoelige uitgaven aan WW en bijstand die niet het gevolg zijn van beleid.

Indien in het financiënbeeld per saldo meevallers structureel van aard zijn en het EMU-saldo zich meerjarig onder het geadviseerde tekort van de Studiegroep Begrotingsruime bevindt (-2,0% bbp), kunnen deze per saldo meevallers voor 1/3 ingezet worden voor lastenverlichting, 1/3 voor investeringen die het verdienvermogen van Nederland verder versterken en voor 1/3 voor aflossing van de staatsschuld, zolang eveneens de Europese grenswaarde voor de staatsschuld niet wordt overschreden (meevaller-formule).

In de begrotingstukken wordt meer onderscheid aangebracht tussen uitgaven aan consumptie en investeringen, zodat de baten van investeringen duidelijker zichtbaar worden. Ook wordt conform de aanbevelingen van de Studiegroep Begrotingsruimte een voorstel uitgewerkt om de begrotingshorizon naar 8 jaar te verlengen, zodat de lange termijn beter tot uitdrukking komt in het begrotingsbeleid.

Europese overheidsfinanciën

Nederland houdt zich tevens aan de Europese begrotingsafspraken die zijn vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact, waaronder de vastgestelde grenswaarden voor het begrotingstekort en de overheidsschuld. Afwijking van het voorgeschreven (netto) uitgavenpad kan alleen wanneer het EMU-saldo en de EMU-schuld binnen de Europese grenswaarden blijven. Dit gaat gepaard met hervormingen die zorgen voor structurele uitgavenbesparingen en verbetering van de schuldhoudbaarheid op de langere termijn.

Nederland profiteert van een sterke Europese economie en een stabiele eurozone. Alle Europese lidstaten dienen zich te houden aan de afgesproken grenswaarden van het Stabiliteits- en Groeipact. Lidstaten die dit niet doen, betalen een hogere rente en beschikken over een lagere kredietwaardigheid. Lidstaten zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun begroting. Nederland staat daarom niet garant voor de nationale schulden van andere landen (eurobonds). Nederland staat onder voorwaarde wel constructief tegenover het gebruik van reeds bestaande instrumenten voor gemeenschappelijke investeringen, zoals dat plaatsvindt via de Europese Investeringsbank (EIB), macrofinanciële bijstand (MFA) en de Oekraïne-faciliteit waarbij landen alleen garant staan voor hun eigen kapitaalaandeel (BNI-sleutel). Gezamenlijke defensie-investeringen kunnen worden vormgegeven via het bestaande Europees Defensiefonds en het Europese ‘Security Action for Europe’-instrument (SAFE). Daarnaast verkent Nederland de mogelijkheden voor intergouvernementele samenwerking gericht op gezamenlijke inkoop van defensiematerieel, harmonisatie van productstandaarden en gezamenlijke defensieprojecten. Hierbij wordt opgetrokken met NAVO-partners zoals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Canada.

Er wordt verder toegewerkt naar een moderne en toekomstgerichte Europese begroting. De begroting moet meer gericht worden op het versterken van het Europees concurrentievermogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie. Om de Nederlandse netto-betalingspositie niet te laten verslechteren, moet de nationale korting op de EU-afdrachten behouden blijven. 
 

Investeringen

Om de Nederlandse kapitaalmarkt te versterken wordt een nationale investeringsinstelling (NII) opgericht. De investeringsinstelling staat op afstand van de politiek, is gericht op private (co-)investeringen of leningen en verdringt privaat kapitaal niet. De investeringsinstelling werkt met marktconforme rendementseisen en richt zich derhalve op projecten met een positieve businesscase waarvan financiering op de markt niet tot stand komt, bijvoorbeeld door hogere risico’s of een gebrek aan beschikbaar durfkapitaal. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij grotere financieringsrondes van start- en scale-ups. Aan het NII wordt een onderdeel toegevoegd dat kan dienen als de opvolger van het huidige Nationaal Groeifonds. Het kernkapitaal van de investeringsinstelling kan verschaft worden door de opbrengst uit (voorgenomen) privatiseringen van staatsdeelnemingen. Op basis van bovenstaande criteria zijn deze kapitaalstortingen in beginsel niet EMU-saldo-relevant, maar verhogen wel de EMU-schuld. Het saldo wordt enkel belast via het exploitatiesaldo van de instelling.

Herziening belasting- en toeslagenstelsel

Ons belasting- en toeslagenstelsel en andere inkomensregelingen en -verzekeringen zijn aan herziening toe. Door de stapeling aan inkomensafhankelijke regelingen, met verschillende definities en voorwaarden, is het geheel ondoorzichtig en onvoorspelbaar geworden. We gaan door met vereenvoudigen en verbeteren waar mogelijk en zorgen dat we de basis op orde brengen. Maar we zorgen ook dat een stip op de horizon wordt gezet om naartoe te werken. Daarom worden meerdere sporen parallel bewandeld:

  1. Stapsgewijze vereenvoudigingen in het fiscale, sociale zekerheids- en toeslagenstelsel, en verder werken aan meer eenvoud in de uitvoering. Dat betekent onder andere:
    • Harmonisering van begrippen en voorwaarden voor inkomensondersteunende regelingen inclusief sociale zekerheid en toeslagen.
    • De uitvoering van toeslagen onder de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) brengen, zodat tussen uitvoeringsinstanties gegevens kunnen worden uitgewisseld en dienstverlening kan worden verbeterd.
    • Verkleinen van niet-gebruik en het risico op terugvorderingen door proactieve dienstverlening, waaronder toewerken naar automatisch uitkeren van toeslagen.
    • Stapsgewijs beperken van de veelheid aan inkomensafhankelijke regelingen in de fiscaliteit, te beginnen met de heffingskortingen.
    • De kinderbijslag en het kindgebonden budget samenvoegen in 1 kindregeling met een hoger vast en lager variabel bedrag.
    • Onderzoeken hoe de complexiteit van 21 samenlevingsvormen in de Algemene Ouderdomswet (AOW) op te lossen.
    • Afschaffen kinderopvangtoeslag door directe financiering.
  2. Het kabinet geeft prioriteit aan het afronden van de modernisering van het ICT-landschap binnen de Belastingdienst en Dienst Toeslagen en het op orde krijgen van het personeelsbestand. Dit moet de weg vrijmaken voor het daadwerkelijk kunnen uitvoeren van een concreet hervormingsscenario.
  3. Het kabinet komt voor het einde van 2026 met een hervormingsagenda met concrete mijlpalen in de tijd op verschillende onderdelen, beginnende met de herziening van het inkomstenbelastingstelsel en stappen in het stelsel van toeslagen, overige inkomensregelingen en sociale zekerheid. De uitgangspunten zijn eenvoud in de uitvoering, duidelijkheid en voorspelbaarheid voor mensen en werken moet lonen, waar belastingen niet verder worden genivelleerd.

De voortgang op de hervormingsagenda gebeurt onder primaire verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van fiscaliteit in samenwerking met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). 
 

Toeslagen

Het vertrouwen in de overheid van ouders die slachtoffer zijn geworden van de Ttoeslagenaffaire is ernstig geschaad. Herstel van de financiële en emotionele schade is nodig en urgent. De lessen uit de parlementaire enquête en ondervraging verdienen daarom opvolging. Om de hersteloperatie rond de kinderopvangtoeslagaffaire zo spoedig mogelijk af te ronden, wordt maximaal ingezet op: 

  • het afhandelen van financiële schade;
  • gemeenten ondersteunen bij de uitvoering van hun taken richting ouders in het kader van brede ondersteuning;
  • inrichten van een ‘plek’ voor emotioneel herstel;
  • beter richten van de kindregeling zodat kinderen een goede (door)start krijgen.

Om de hersteloperatie rond de kinderopvangtoeslagaffaire zo spoedig mogelijk af te ronden, wordt voor de duur van de afwikkeling een staatssecretaris benoemd.
 

Bekijk de andere hoofdstukken uit het regeerakkoord.