Goed onderwijs en wetenschap

Onderwijs is de basis voor een leven in vrijheid en verbondenheid. Kinderen en jongeren leren in het onderwijs vaardigheden die hun zelfvertrouwen en kansen om volwaardig mee te doen in de samenleving ten goede komen. Goed onderwijs is bovendien noodzakelijk om onze welvaart te behouden en het verdienvermogen te verbeteren.

Er moet iets veranderen. We zien dat kinderen steeds minder goed kunnen lezen, schrijven en rekenen. Op internationale (PISA-)lijsten blijft Nederland achter. Dit gaat ten koste van de talenten en kansen van onze kinderen, en heeft daarmee ook effect op onze toekomstige economie en op de krappe arbeidsmarkt, die juist talent nodig heeft. We hebben nu al niet genoeg vakmensen die onze huizen kunnen bouwen, zonnepanelen aanleggen en zorg verlenen. Onze universiteiten dalen op de wereldranglijsten, terwijl ze een cruciale rol vervullen in innovatie-ecosystemen en het creëren van start-ups en scale-ups.

We willen dat Nederland met goed onderwijs aan een sterke economie en een sterke samenleving bouwt. Want scholen zijn meer dan plekken van onderwijs – het zijn gemeenschappen en ankerpunten in de buurt. Elke dag zetten talloze leerkrachten, docenten, onderwijsassistenten en andere mensen in het onderwijs zich met passie in. Maar juist die docenten verlaten nu te vaak het onderwijs vanwege een gebrek aan professionele uitdaging en ontwikkelmogelijkheden. Vooral het vmbo vraagt aandacht, omdat hier de lerarentekorten en taalachterstanden het grootst zijn, terwijl we deze jongens en meisjes hard nodig hebben in tekortsectoren. Daarnaast moeten we zorgen dat ons vervolgonderwijs, onderzoek en wetenschap op orde zijn, om als Nederland koploper te blijven. Dat gaat niet alleen over innovatie, maar ook juist over de aanwas van nieuwe ideeën via fundamenteel onderzoek, het behoud en aantrekken van (internationaal) toptalent en ervoor zorgen goede ideeën uit kunnen groeien tot succesvolle ondernemingen.

Kwaliteit in de klas: investeren in leraren en basisvaardigheden

Kwaliteit begint voor de klas. De overheid moet de juiste randvoorwerpen scheppen en meer regie pakken, zorgen dat de kwaliteit verbetert en het mogelijk maken dat onze kinderen les krijgen van de allerbeste docenten. Dit willen we doen:

  • Focus op taal en rekenen. We gaan door met gericht investeren in lezen, schrijven en rekenen. Dit doen we zodat kinderen niet met een achterstand beginnen en zodat het mbo meer tijd heeft voor beroepsvaardigheden in plaats van het inhalen van achterstanden.
  • We gaan leerachterstanden vroeg aanpakken. We investeren in bewezen aanpakken zoals de rijke schooldag en voor- en vroegschoolse educatie via de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen We gaan ook door met een aanmeldplicht voor de basisschool vanaf 4 jaar.
  • We investeren structureel in vakmanschap voor de klas. Leraren krijgen aantoonbaar meer tijd voor professionele ontwikkeling en voor werken met bewezen effectieve kennis om de basisvaardigheden duurzaam te verbeteren, met duidelijke doelen voor leerprestaties. De beroepsgroep zorgt op termijn voor verplichte continue professionele ontwikkeling, zodat kwaliteit blijvend wordt versterkt en de middelen voor onderwijskwaliteit benut.
  • We maken het leraarschap en schoolleiderschap toekomstbestendig. We versterken de rol van schoolleider als onderwijskundig leider met heldere bekwaamheidseisen, verbeteren loopbaanpaden, doorgroeimogelijkheden en inhoudelijke specialisaties voor leraren, en zorgen dat expertise wordt beloond en topleraren behouden blijven. Dit zorgt er ook voor dat meer academisch geschoolde leraren kiezen voor het basisonderwijs.
  • We zorgen dat onderwijsinvesteringen effectief en doelmatig worden ingezet. Leraren zijn te veel tijd kwijt aan regeldruk en administratie. De inspectie gaat elke school minimaal eens in de 4 jaar onderzoeken, en krijgt daarbij opdracht ook toezicht te houden op de regeldruk. Hierbij kijken we naar het voorbeeld van de ‘planlastcalculator’ van de Vlaamse onderwijsinspectie, als instrument om regeldruk structureel te verlagen. Tegelijkertijd bieden we het onderwijs ruimte en stabiliteit met structurele financiering via de lumpsum en zetten we subsidies om in structurele financiering. Dit doen we met gerichte bekostiging en oormerking, om zo de kwaliteit te verhogen.
  • We gaan het lerarentekort tegen door het aantrekkelijker te maken om later in je carrière leraar te worden als zij-instromer, op basis van plannen uit de sector. We stimuleren contractuitbreiding, kortere opleidingsroutes, voeren een pilot met beperkte klassengrootte uit en beperken externe inhuur.
  • De ene leerling weet heel vroeg wat hij of zij wil, de ander heeft meer tijd nodig om de eigen talenten te ontdekken. Daarom zorgen we voor keuzevrijheid door een goede regionale mix aan brede brugklassen en onderwijs in 1 richting. We hervormen daarvoor de subsidie brede brugklassen om een voldoende dekkend aanbod te garanderen.
  • We hanteren hoge verwachtingen van iedereen. Van leerlingen en leraren tot schoolbestuurders en adviseurs. Wie invloed heeft op de klas, draagt verantwoordelijkheid. Daarom gaan schoolbestuurders verder met het door de sector ontwikkelde beroepsprofiel. Zo wordt accreditatie de norm. In aansluiting op het kwaliteitskader voor leermiddelen komt er een keurmerk voor lesmethoden op het gebied van basisvaardigheden, waaronder de taalrijke vakken. In overleg met de sector leggen we kwaliteitskaders vast voor onderwijsadviseurs. Deze voorwaarden gaan ook gelden voor zelfstandigen.
  • We stellen naast deze maatregelen een staatscommissie in die de crisis in de leerprestaties van onze leerlingen op taal, lezen, schrijven en rekenen onderzoekt en aanbevelingen doet voor langetermijnoplossingen.
  • Er komt 1 stevig fundament voor de lerarenopleiding. Leraren en wetenschappers stellen samen landelijk de kern van het curriculum vast, met meer aandacht voor basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen. Voor lerarenopleidingen gaat landelijk dezelfde toetsing gelden, zodat iedere startende leraar beschikt over dezelfde stevige basis. Om meer mannen voor de klas te krijgen, gaan we samen met de sector maatregelen nemen. We gaan in goed overleg met het onderwijsveld verder aan de slag met het wetstraject differentiatie pabo en de lessen uit de pilot, met als doel meer aanmeldingen te realiseren en met oog voor de inzetbaarheid van leraren.
  • We zetten in op passend onderwijs voor alle kinderen, met inclusief onderwijs waar dat mogelijk is en speciaal onderwijs voor wie dat nodig heeft. We gaan meer kijken naar wat kinderen nodig hebben om zich te ontwikkelen en we gaan flexibeler om met kinderen die dreigen uit te vallen. We stimuleren dat er in elke regio voldoende hoogbegaafdheidsonderwijs is.
  • De vrijheid van onderwijs, zoals verankerd in artikel 23, biedt ouders en leerlingen de mogelijkheid om een school te kiezen die past bij hun overtuiging. Deze vrijheid is een fundament in onze grondwet.
  • De vrijheid van onderwijs mag niet misbruikt worden om de kernwaarden van onze democratische rechtsstaat te ondermijnen. Persoonlijke vrijheid en de gelijkwaardigheid van alle mensen komen tot uitdrukking in de burgerschapsopdracht van het onderwijs.
  • De Wet meer ruimte voor nieuwe scholen zorgt voor onvoorziene problemen en wordt daarom zo snel mogelijk herzien.
  • We zorgen via de Wet vrij en veilig onderwijs dat elke school veilig is. Waar nodig kan en zal de inspectie optreden indien hier geen sprake van is. Daarnaast gaan we pesten tegen met effectief bewezen methoden. We zorgen voor een effectieve handhaving van deze uitgangspunten.
  • We gaan scholen beter ondersteunen bij de renovatie en verbetering van schoolgebouwen. We benutten daarvoor bestaande mogelijkheden en middelen, zoals het groeifondsproject, en onderzoeken publiek-private samenwerking naar Vlaams voorbeeld.
  • We versterken burgerschap en maatschappelijke weerbaarheid onder jongeren door de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) te behouden voor jongeren tussen 12 en 30 jaar die niet deelnemen aan het militair dienjaar.

Beroepsonderwijs als ruggengraat van de regionale economie

Het mbo en hbo vormen het kloppend hart van onze regionale economieën. Daar leiden we de vakmensen op die Nederland draaiende houden. Daarom zorgen we voor de stabiliteit en waardering die het beroepsonderwijs verdient. Dit willen we doen:

  • We zorgen voor stabiele en voorspelbare financiering van mbo en hbo. Instellingen worden minder kwetsbaar en minder afhankelijk van fluctuaties in (internationale) studenteninstroom.
  • De samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven wordt verder versterkt. Het Regionaal Investeringsfonds mbo wordt doorgezet en uitgebouwd, voor goede aansluiting op de arbeidsmarkt. Ook maken we samenwerking tussen praktijkonderwijs, vmbo, mbo en het bedrijfsleven makkelijker door wet- en regelgeving te moderniseren en gelijk te trekken.
  • We zetten bevoegde leraren in voor taal-, reken- en burgerschapslessen in het mbo. We behouden daarvoor de subsidie praktijkleren en we stimuleren bedrijven die investeren in eigen, gespecialiseerde opleidingen. We maken de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) aantrekkelijker met betere begeleiding, meer instroommomenten en flexibeler wisselen tussen beroepsopleidende leerweg (bol) en bbl. Ook leiden we meer bollers op in de praktijk
  • We willen meer praktijkgericht onderzoek. We versterken samenwerking tussen mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten zodat kennis sneller wordt toegepast. We gaan door met het pact ‘Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst’.
  • Studeren in het mbo staat gelijk aan studeren in hbo of wo. Mbo-studenten krijgen gelijke toegang tot voorzieningen zoals huisvesting, sport en cultuur en tot mogelijkheden zoals een bestuursjaar bij een vereniging. Stagediscriminatie wordt actief bestreden.

Wetenschap en onderzoek als fundament voor vooruitgang

Nederlandse hogescholen, universiteiten en onderzoeksinstellingen zijn een cruciale schakel in innovatie-ecosystemen. Om internationaal toonaangevend te blijven investeren we gericht in wetenschappelijk onderzoek dat aansluit bij de grote uitdagingen van deze tijd, versterken we samenwerking en bieden we talent perspectief. Dit willen we doen:

  • Structurele investering in wetenschap en onderzoek. We investeren structureel in onderzoek en wetenschap en bewegen richting de Lissabon-doelstelling van 3% bruto binnenlands product aan publieke en private R&D-investeringen. Hierbij levert de overheid ook een grotere bijdrage door investeringen in wetenschap en innovatie.
  • Er komt een talentstrategie om ervoor te zorgen dat we het juiste talent gericht selecteren en voor Nederland behouden. Zo zorgen we voor genoeg vakmensen in de sectoren waar de uitdagingen het grootst zijn en halen we het wetenschappelijk toptalent in huis, dat nodig is voor baanbrekend onderzoek en innovaties.
  • Universiteiten en hogescholen krijgen gericht meer mogelijkheden om internationaal toptalent aan te trekken en eigen talent te behouden. We schrappen de toets anderstalig onderwijs voor nieuwe opleidingen en houden het huidige anderstalige aanbod in stand. Om grip te houden op de komst van internationale studenten maken we tegelijk bindende bestuurlijke afspraken met onderwijsinstellingen over capaciteit van anderstalige opleidingen en regionale draagkracht, waar nodig met een numerus fixus voor Engelstalige bachelors. Met de Wet internationalisering in balans leggen we naast deze afspraken onder andere een numerus fixus vast voor niet-EER-studenten (Europese Economie Ruimte) en de optie van een noodfixus bij onverwacht hoge aanmeldingen.
  • Hogescholen en universiteiten hebben internationaal talent nodig om bedrijfs- en kennisclusters in de regio te behouden, met name rond kennisecosystemen in de regio (zoals Brainport Eindhoven, Wageningen Foodvalley, Noviotechcampus in Nijmegen). Daar geven we ze ruimte voor.
  • We versterken campussen als motoren voor start-ups, scale-ups en samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven. Valorisatie krijg een prominentere plek, zodat kennis vaker naar de markt wordt gebracht in de vorm van nieuwe bedrijfjes.
  • Universiteiten gaan samenwerken aan de uitdagingen van de toekomst. We investeren in onderzoek en innovatie. Daarbij vragen we wel om meer samenwerking en specialisatie van universiteiten en minder concurrentie op studentenaantallen. Bij de periodieke her-accreditatie van hbo- en wo-opleidingen wordt steviger getoetst in hoeverre opleidingen aansluiten op de arbeidsmarkt.
  • Kennis moet veilig zijn. Onderzoeksfinanciering uit onvrije landen kan een risico vormen voor onze kennisveiligheid. Kennisinstellingen, veiligheidsdiensten en de overheid gaan daarom samenwerken om Nederlandse kennis veilig te houden. Er komt een screeningswet kennisveiligheid die mogelijk maakt dat we waar nodig onderzoekers en PhD-studenten van buiten de Europese Unie die met onze kennis werken kunnen screenen. We trekken daarbij gelijk op met het kennisintensieve bedrijfsleven en houden rekening met de internationale praktijk.

Een goede studietijd voor het talent van de toekomst

Alle studenten verdienen een fijne studietijd die hen voorbereidt op een mooie toekomst. We stimuleren excellentie en moedigen studenten aan het maximale uit hun studietijd te halen. Ook van instellingen verwachten we dat ze kwaliteit leveren en studenten uitdagen om zich optimaal te ontwikkelen. Een groeiend aantal studenten wordt geconfronteerd met financiële onzekerheid en prestatiedruk, met als gevolg hoge uitval in het mbo en zorgen om mentaal welzijn. Zo dreigen we studenten te verliezen, terwijl de arbeidsmarkttekorten groot zijn. Daarom investeren we in de financiële zekerheid van studenten en hebben we aandacht voor mentaal welzijn. Dit willen we doen:

  • We versterken de financiële positie van studenten. De uitwonende beurs gaat omhoog, we maximeren de rente voor studenten op 2,5% en verbeteren de financiële positie van bbl-studenten.
  • Met de talentstrategie gaan we meer sturen op studiekeuze, met betere voorlichting over baankansen, betere aansluiting op de arbeidsmarkt en met het mbo als volwaardig eindstation.
  • We investeren in het mentaal welzijn en de weerbaarheid van studenten. Onderwijsinstellingen krijgen ruimte om goede ondersteuning te bieden en studentpsychologen in te zetten. Initiatieven van studenten en jongeren zelf worden actief gestimuleerd. We gaan de uitval in het mbo tegen.
  • Er komt een wettelijke stagevergoeding. We onderzoeken samen met de instellingen de mogelijkheid van een stagefonds voor tekortsectoren en maken afspraken voor baangaranties.
  • Werkgevers krijgen de ruimte om werknemers te helpen met het sneller aflossen van hun studieschuld door gebruik van de werkkostenregeling.

Media en cultuur

Zonder vrije pers en vrije kunsten geen vrije democratie. We staan pal voor onafhankelijke journalistiek, veiligheid van journalisten en artistieke vrijheid. Dit willen we doen:

  • Er komt een integraal mediabeleid, uitgaande van een pluriform media-aanbod en bestaande uit zowel commerciële spelers als de publieke omroep. In reactie op het dalende aantal lineaire tv-kijkers zet de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) vol in op digitalisering om jongere doelgroepen te bereiken, met meer aandacht voor samenwerking met commerciële partijen en coproducties. We zetten de hervormingen door naar een transparantere en efficiënte NPO als coördinator. De omroepen gaan samenwerken in 4 omroephuizen met daarnaast 1 apart omroephuis voor NOS/NTR.
  • We vereenvoudigen de bestuurlijke inrichting door dubbelfuncties uit te sluiten en bestuurstermijnen te maximeren op tweemaal 4 jaar. Omroepverenigingen worden verankerd in de governance van omroephuizen, waarbij hun maatschappelijke verankering naast ledenaantallen voortaan mede wordt gewogen op (digitaal) bereik en publieke waarde. We versterken regionale en lokale omroepen door meer samenwerking met de NPO.
  • We blijven gericht investeren in de professionalisering van de publieke omroep, onafhankelijke en regionale journalistiek en persveiligheid.
  • Om het gelijke speelveld voor commerciële en publieke omroepen en media te beschermen, compenseren we de opgave die de NPO heeft voor extra reclame-inkomsten.
  • We herzien de financieringsstructuur in de culturele sector en geven makers en culturele instellingen langjarige zekerheid, met oog voor de regionale spreiding. We verminderen regeldruk in de culturele sector.
  • We koesteren onze cultuur, van orkesten en musea van wereldklasse tot een bruisende volkscultuur. Bij cultuurbeleid hebben we extra aandacht voor talentontwikkeling, muziekscholen en landelijke dekking van cultuurvoorzieningen.
  • We versterken bibliotheken in heel Nederland, waar mensen niet alleen terechtkunnen voor boeken, maar ook voor hulp bij laaggeletterdheid, digitale hulp en taallessen.
  • We zijn trots op onze talen en dialecten. Daarom ondersteunen we en stimuleren we de rijkstalen, regionale talen, streektalen en dialecten.

Emancipatie

Nederland heeft een trotse traditie van tolerantie en gelijkwaardigheid. We blijven werken aan de vrijheid van iedereen om zichtbaar zichzelf te zijn. Dit willen we doen:

  • We blijven werken aan de acceptatie, veiligheid en emancipatie van de lhbti+-gemeenschap, op straat, op school, op de werkvloer en overal in binnen- en buitenland. Het Regenboogakkoord is hiervoor de basis. We voeren dit akkoord zorgvuldig uit met (initiatief)wetgeving en beleid.
  • Mensen met een beperking zijn te vaak afhankelijk van de overheid. Door als overheid het goede voorbeeld te geven zorgen we voor een toegankelijke samenleving waarin iedereen zijn eigen talenten kan ontwikkelen en gelijkwaardig deel kan nemen aan de samenleving.
  • Met een Nationaal Actieplan Stop Geweld tegen Vrouwen zetten we specifiek in op de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag, femicide en vrouwenhaat.
  • We zetten de behandeling van een goede regeling voor draagmoederschap voort, met respect voor de aanbevelingen uit het rapport ‘Het gedragen kind’ van het Wetenschappelijk Onderzoek en Datacentrum en de aandachtspunten uit het rapport van de commissie onderzoek interlandelijke adoptie.
  • De Wet loontransparantie wordt ingevoerd, waarbij we onnodige administratieve lasten voor ondernemers voorkomen. 
  • We hechten grote waarde aan onze kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid. Zij worden waar nodig betrokken bij nieuw beleid.
  • We bouwen voort op de Nationale Strategie Vrouwengezondheid die zich richt op zowel vrouwspecifieke als vrouwsensitieve gezondheid.
  • We blijven werken aan de gelijkwaardige positie van vrouwen in onze samenleving, onder andere door steun aan initiatieven als ‘Vrouwen naar de top’ en de inzet van vrouwelijke rolmodellen.

Bekijk de andere hoofdstukken uit het regeerakkoord.