Werk en zekerheid

Werk is voor de meeste Nederlanders de basis voor inkomen, ontwikkeling, sociaal contact en zingeving. Het is het fundament onder gezinnen, gemeenschappen en onze economie. We vinden het belangrijk dat werk meer gaat lonen en perspectief biedt: een fatsoenlijk inkomen, zekerheid bij tegenslag en kansen om mee te groeien in een economie en arbeidsmarkt die snel veranderen. We hebben oog voor de koopkracht van mensen. En wie niet kan werken, moet kunnen vertrouwen op een goed stelsel van sociale zekerheid. Dit hoort bij een samenleving met een sterke middenklasse, waarin mensen zoveel mogelijk bijdragen en daarvoor beloond worden, maar waarin ze ook geholpen worden als het tegenzit. Dit kan immers iedereen overkomen.

De economie verandert snel, mede door de opkomst van AI en andere technologische veranderingen, en daarmee verandert ook de arbeidsmarkt. Dit leidt tot onzekerheid bij mensen over hun werk en inkomen. Tegelijkertijd hebben werkgevers grote personeelstekorten en zien ze dat cruciale vacatures open blijven staan. Talent komt te vaak niet op de plek terecht waar het de meeste waarde toevoegt. Meer beweging is nodig om onze economie concurrerend te houden en mensen werk- en inkomenszekerheid te kunnen bieden. Daar komt bij dat Nederland vergrijst en het aantal arbeidsongeschikten toeneemt. Dit zet druk op de houdbaarheid van onze waardevolle sociale voorzieningen.

Tijd voor keuzes

Daarom is het nodig om nu keuzes te maken. Keuzes die op korte termijn al nodig zijn, maar ook keuzes voor de middellange termijn om belangrijke hervormingen door te voeren. Daadkracht en ambitie gaan niet zonder maatschappelijk draagvlak en samenwerking. In Nederland werken werknemers, werkgevers en de overheid altijd samen en tonen lef in moeilijke tijden. We vinden samen oplossingen die nodig zijn voor onze toekomstige welvaart. Die samenwerking zetten wij graag voort. De structurele uitdagingen van vergrijzing, arbeidstekorten en toenemende druk op de sociale zekerheid vragen om ambitieuze keuzes die bijdragen aan economische groei en financiële houdbaarheid. Het is belangrijk om te werken aan een toekomstbestendige en wendbare arbeidsmarkt. Juist ook om onze banen te beschermen. De rapporten van Wennink en Draghi vormen daarbij een belangrijke inspiratiebron.

Wij nodigen sociale partners uit om samen met ons te werken aan een ambitieuze samenwerkingsagenda, waarbij fundamentele oplossingen voor de (middel)lange termijn centraal staan. Op verschillende onderwerpen zijn dergelijke keuzes nodig, tegelijkertijd beseffen we ook dat dit tijd kost. Deze tijd is echter niet voor alle onderwerpen nodig, en bovendien zijn veel keuzes ook te urgent om onnodig te laten liggen. Daarom presenteren wij aanvullend een werkagenda voor de korte termijn met verschillende concrete en urgente acties.

In het licht van ons streven naar een gezamenlijke sociale agenda hecht het kabinet aan constructieve samenwerking met de sociale partners. We willen met hen in gesprek over de invulling en uitwerking van de maatregelen van de werkagenda in het bijzonder van de maatregelen inzake WW, transitievergoeding en van werk naar werk en loondoorbetaling bij ziekte en WIA, binnen de financiële kaders.

In dit driehoeksoverleg werkt het kabinet, vertegenwoordigd door de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Economische Zaken (EZ), met de werkgeversorganisaties en vakbonden aan concrete doelen voor een beter werkende arbeidsmarkt en beter stelsel van werk en inkomen. Snelheid is daarbij wel een cruciale voorwaarde, want we willen snel, concreet en praktisch komen tot oplossingen voor vraagstukken die niet kunnen wachten. Dit vraagt serieuze inspanningen van alle betrokken partijen.

Hierbij geven we ook vrijwel volledig gehoor aan de aanbevelingen die de Sociaal-Economische Raad (SER) aan de 3 partijen gedaan heeft:

  1. Afronding van het arbeidsmarktpakket dat voorkomt uit het MLT-advies 2021-2025 van de SER.
  2. Implementatie van het pensioenakkoord en het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’.
  3. Het verbeteren van de positie van internationale arbeidskrachten, en het verminderen van de vraag naar laagbetaalde arbeid.
  4. Het verhogen van de arbeidsproductiviteit.

Meer ruimte op de arbeidsmarkt

Werkagenda korte termijn

  • De lange en hoge loondoorbetaling bij ziekte wordt door werkgevers als een grote last ervaren. Hierdoor durven kleine ondernemers mensen niet in vaste dienst te nemen, wat zeer nadelig is voor werknemers of mensen die werk zoeken. Vooral het midden- en kleinbedrijf (mkb) wordt hierdoor geraakt. Aan de andere kant zien we ook dat loondoorbetaling in het tweede jaar een effectieve prikkel is tot re-integratie bij de eigen werkgever. Het kabinet werkt daarom aan voorstellen om loondoorbetaling bij ziekte meer werkbaar te maken voor werkgevers, met name in het mkb.
  • Om de administratieve lasten te beperken nemen we (bureaucratische) belemmeringen weg die nu in de Wet verbetering poortwachter zitten, zoals bepaalde rapportageverplichtingen, nemen we aan de voorkant zoveel mogelijk de onzekerheid weg over sancties, verschaffen meer helderheid in verplichtingen en staan meer maatwerk en contactmogelijkheden tussen werkgever en werknemer toe. Doel hiervan is ook om snelle re-integratie te bevorderen en werkgevers en werknemers stimuleren te werken aan herstel.
  • De collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is en blijft een belangrijke pijler onder arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Daarom vinden we het belangrijk om het draagvlak voor cao’s te vergroten en het instrument te moderniseren. In de brede aanpak om regeldruk te verminderen bespreken we samen met de sociale partners hoe we onnodige regeldruk binnen de cao’s kunnen verminderen. Ook kijken we naar waar de dispensatiemogelijkheid knelt met nieuwe innovatieve bedrijfstakken en naar het breder betrekken van niet-vakbondsleden waarbij we concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen. Het advies van de Stichting van de Arbeid inzake cao’s dient hierbij als vertrekpunt.
  • Helaas komt arbeidsmarktdiscriminatie in Nederland nog te vaak voor. We gaan actief aan de slag om hier een einde aan te maken. Van werkgevers vragen wij dat zij hun verantwoordelijkheid nemen in het beëindigen van discriminatie op de werkvloer en bij werving en selectie. Het kabinet gaat zo snel mogelijk hierover in gesprek met de Kamer.
  • We starten een pilot van 3 jaar voor een programma dat gericht is op het, onder strenge voorwaarden, actief en gericht naar Nederland halen van goed geschoolde krachten die hier toegevoegde waarde in vooraf afgebakende sectoren hebben. Onderdeel van deze voorwaarden zijn een salariseis en huisvestingseis, en een maximale termijn van 3 jaar. Voor deze pilot komen in ieder geval kandidaat EU-lidstaten in aanmerking.
  • We willen de productiviteit in belangrijke sectoren verhogen, van koplopers tot mkb. Ook sectoren die nu niet productief werken hebben onze aandacht. Via publiek-private samenwerking ondersteunen we bedrijven bij digitalisering, automatisering en slimmer werken. We gaan verder op het ingeslagen pad van de productiviteitsagenda.

Zelfstandig werkenden

  • Een steeds groter wordende groep zelfstandig werkenden hoort bij de moderne arbeidsmarkt waarin de wens naar autonomie toeneemt. Deze groep willen wij de ruimte en duidelijkheid geven die ze verdienen. Daarom voeren we de Zelfstandigenwet zo snel mogelijk in. Dat doen we gefaseerd om in het tijdpad rekening te houden tijdpad met Europese verplichtingen. We beginnen met het invoeren van het rechtsvermoeden van werknemerschap uit de Vbar (het verduidelijkingsdeel wordt dus geschrapt), samen met de sectorale rechtsvermoedens en toetsingscommissie uit de Zelfstandigenwet. Daarna dient het kabinet zo snel mogelijk de rest van de Zelfstandigenwet in.
  • We zetten de behandeling van de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) voort met de mogelijkheid om privaat te verzekeren (opt-out), zoals afgesproken in het pensioenakkoord.
  • We willen stimuleren dat mensen in dienst blijven in (semi)publieke sectoren zoals zorg en onderwijs. Daarom bevorderen we goed werkgeverschap, onder andere door sociale innovatie. En nemen het SER-advies hierover als uitgangspunt.

Van werk naar werk in een veranderende arbeidsmarkt

  • In een snel veranderende arbeidsmarkt moet de stap van werk naar werk vlotter gemaakt kunnen worden, zodat werknemers niet achterblijven in een veranderende economie en werkgevers wendbaarder zijn in een bewegelijke wereld. Zo bieden we meer ruimte voor de menselijke maat in het afspiegelingsbeginsel bij ontslagprocedures waarbij persoonlijke omstandigheden meer meegewogen kunnen worden. In dit kader doen we ook een beroep op werkgevers door het concurrentiebeding te moderniseren zodat werknemers meer ruimte krijgen.
  • Arbeidsmarkten verschillen per regio: daarom blijven we inzetten op een aanpak via arbeidsmarktregio’s en werkcentra waarin onder meer gemeenten, UWV en sociale partners samenwerken om gedifferentieerde dienstverlening en maatwerk te bieden die aansluit bij lokale arbeidsmarkt en inwoners.
  • We gaan investeren in Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Zo zorgen we ervoor dat werknemers sterk staan in een snel veranderende economie. Op de korte termijn doen we dit door een nieuwe regeling op te richten die gericht wordt ingezet door te kijken naar bijvoorbeeld tekortsectoren en kansrijke beroepen (zoals bijvoorbeeld het UWV in beeld brengt). Ondertussen werken we toe naar een stelsel van individuele leerrechten. We zorgen ervoor dat de mensen die het meest baat hebben bij om- en bijscholing (zoals mbo’ers en mkb’ers) daar ook het meest gebruik van kunnen maken.
  • We hervormen de bestaande transitievergoeding zodat deze doet waar hij voor bedoeld is, namelijk de transitie van werk naar werk. De transitievergoeding wordt daarom in ieder geval qua besteedbaarheid gekoppeld aan de (nieuwe) LLO-infrastructuur. Werkgevers die tijdig en voldoende hebben geïnvesteerd in bijscholing, omscholing of zich maximaal inzetten rondom de re-integratieverplichtingen uit de Wet poortwachter hebben lagere tot helemaal geen verplichtingen ten aanzien van de nieuwe transitievergoeding. We verwachten dat werkgevers en werknemers ook hun steentje bijdragen onder andere door de middelen in de Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen breder en flexibeler in te zetten. We schaffen de compensatie voor de transitievergoeding na 2 jaar ziekte voor alle werkgevers af.
  • In dat kader maken we ook de WW meer activerend en passend bij een nieuw stelsel van werk naar werk en leven lang ontwikkelen. De WW-uitkering wordt daarom hoger in het begin en verkort naar 1 jaar. Zo hebben werkenden meer financiële zekerheid en rust om snel passend nieuw werk te vinden. Wel staat daartegenover dat de eisen qua opbouw van rechten en verzilvering wat aangescherpt worden.
  • Het arbeidsongeschiktheidsstelsel is vrijwel onuitvoerbaar en loopt vast, waardoor veel kwetsbare mensen niet (tijdig en goed) geholpen worden. Dit pakken we aan. Hierbij maken we een onderscheid tussen de korte en lange termijn. Allereerst geven we opvolging aan adviezen van experts op het gebied van de uitvoerbaarheid en menselijke maat van het stelsel. Zo investeren we in taakherschikking, meer handhaving op preventie door de Arbeidsinspectie, betere samenwerking tussen verzekerings- en bedrijfsarts, meegroeiende re-integratie en gaan we meer voorwaarden stellen aan WIA-herbeoordelingen. Ook volgen we het advies op door de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) voor nieuwe gevallen af te schaffen, zodat de WIA niet op korte termijn onuitvoerbaar wordt. Ook voor het arbeidsgeschiktheidsstelsel geldt dat we het activerender willen maken waar dat op een menselijke manier mogelijk is.

Samenwerkingsagenda middellange termijn

Naast de voorstellen die we op korte termijn willen invoeren, gaan we met sociale partners aan de slag voor een arbeidsmarkt op middellange termijn. Dit willen we doen:

  • We willen werkzekerheid voor mensen met een baan en wendbaarheid voor ondernemers. We kijken waar flex momenteel té flex is en waar vast nu belemmerend vast is, en hervormen dit waar nodig. Belangrijke randvoorwaarden zijn dat er voor werkgevers, met name in het mkb en start-ups, meer wendbaarheid is om mee te bewegen met economische ontwikkelingen.
  • Voor werknemers en mensen die werk zoeken stellen we de randvoorwaarde dat een arbeidsmarktpakket het voldoende aantrekkelijk moet maken om nieuwe banen te creëren om werkzekerheid te bevorderen, met name in het mkb en in de sectoren van de toekomst.
  • We werken samen aan een sociale zekerheid die begrijpelijk en betrouwbaar is voor mensen, en werkbaar en robuust voor de uitvoering. Daarom kiezen wij voor een fundamentele herziening van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. We willen toewerken naar een stelsel waarin de primaire focus ligt op goede en snelle begeleiding naar werk. Uitgangspunt hierbij is dat investeren in re-integratie gaat lonen en we een zeker en fatsoenlijk vangnet bieden aan iedereen die dat niet kan. Deze re-integratie begint al tijdens de eerste ziekteperiode. Ook hoort hier een beter aanbod en betere integratie van regionale werkcentra bij.
  • Samen met werkgevers en werknemers zetten we in op preventie om gezond werken te stimuleren en de instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen te verkleinen. Belemmeringen tot werken of bijverdienen worden weggenomen, zoals door de uitwerking van een terugvaloptie. Dit nieuwe stelsel moet ook werkgeverschap aantrekkelijker maken.
  • We willen ook de route van werk naar werk stimuleren. Bij (dreigend) ontslag, maar ook als het werk te zwaar wordt of mensen een andere loopbaanstap willen nemen, wordt dit de hoofdroute.
  • We worden ook steeds gezonder ouder. Dit is een positieve ontwikkeling, die tegelijkertijd ook vraagt om verstandige keuzes over hoe en hoelang we werken. In dit kader koppelen we de AOW-leeftijd per 1 januari 2033 direct aan het stijgen van de levensverwachting om de AOW ook in de toekomst betaalbaar te houden. Uiteraard hebben we daarbij oog voor de mensen met een zwaar beroep die niet in staat zijn om langer door te werken. Tot slot verminderen we de komende 6 jaar de fiscale subsidiëring van het aanvullend pensioen voor de hoogste inkomens. Zo vragen we van iedereen een bijdrage bij het in stand houden van onze sociale voorzieningen.

Een goede balans tussen werk en privé

  • We gaan ongewijzigd door met bijna gratis kinderopvang voor werkende ouders. Met het afschaffen van de grootste toeslag nemen we de grootste onzekerheid in de portemonnee van werkende ouders weg.
  • In datzelfde kader moet het ook kunnen lonen om meer uren te werken. We onderzoeken onorthodoxe maatregelen om dit te realiseren, zoals het versoepelen van de Wet onderscheid arbeidsduur (voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel.
  • Het moet eenvoudiger worden om werk met een gezin en zorg te kunnen combineren. We vereenvoudigen het verlofstelsel met het SER-advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’ als startpunt.

Meer ondersteuning voor gezinnen met kinderen

  • We willen gezinnen ondersteunen en meer zekerheid geven. Daarom werken we toe naar het verminderen van de veelheid aan regelingen en het risico op terugvorderingen. We beginnen door de kinderbijslag en het kindgebonden budget samen te voegen in 1 kindregeling met een hoger vast en een lager variabel bedrag. Dat verhoogt zekerheid. Door de regeling bij 1 uitvoerder neer te leggen, wordt de regeling ook makkelijker. Ouders doen maar 1 aanvraag, en de bedragen worden maandelijks gezamenlijk gestort.

Een goed inkomen

  • Vanuit de noodzaak om tot een toekomstbestendige sociale zekerheid en zorg te komen, zijn hervormingen nodig die niet altijd voor iedereen direct een voelbare verbetering zijn. Het is voor ons belangrijk dat niemand daarbij door het ijs zakt. Daarom zetten we ambitieus in om zoveel mogelijk mensen uit de armoede te halen of te voorkomen dat ze erin komen. We zien ook dat hoewel het aantal mensen in armoede daalt en historisch laag is, de intensiteit van de resterende armoede toeneemt. Dit vinden we een zorgelijke ontwikkeling en daarom nemen we gerichte maatregelen om die kwetsbare groep, die voor een groot deel bestaat uit werkende armen, te helpen. We investeren in armoedebeleid en een effectieve aanpak en preventie van schulden. Ook komen we chronisch zieken tegemoet voor hun ziektekosten.
  • We willen dat meer mensen de weg naar werk vinden vanuit de Participatiewet, zeker in deze krappe arbeidsmarkt. Daar staat tegenover dat we van de kleine groep die echt niet kan werken ook niet constant zullen vragen dit toch te doen. De Participatiewet hervormen we met inzet op zeer intensieve begeleiding, investeren in gemeenschappen en een goede samenwerking met (sociale) werkgevers. We gaan door met het ingeslagen pad waarin we meer uitgaan van vertrouwen, waarbij we ook effectief handhaven op de plichten die erbij horen zoals de taaleis of de aanpak van fraude. We kijken hierbij naar bewezen succesvolle modellen, zoals in Rotterdam.
  • We werken aan financiële weerbaarheid. Om grip te krijgen op de portemonnee zorgen we dat alle regelingen van de overheid op een vast moment in de maand worden uitbetaald. Ook streven we samen met aanbieders van vaste lasten zoals banken, zorgverzekeraars en energiemaatschappijen naar 1 vaste betaaldag voor de maandlasten indien de klant dit wenst. In overleg met gemeenten werken we aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen, zodat je kan rondkomen ongeacht je postcode. Dit maakt voor mensen het aanbod en de aanvraag van regelingen overzichtelijker. Armoede-, schulden- en re-integratiebeleid van gemeenten wordt hierbij ook meer geüniformeerd.

Bekijk de andere hoofdstukken uit het regeerakkoord.