Nederland moet goed voorbereid zijn als er weer een grote uitbraak is van een besmettelijke ziekte, zoals corona. De overheid wil de kans op zo’n uitbraak verkleinen. En als die er toch komt, de gevolgen ervan zoveel mogelijk beperken. Het kabinet trekt jaarlijks € 300 miljoen uit voor extra maatregelen.
Video: hoe de overheid zich voorbereidt op een pandemie

Voice-over tekst pandemische paraatheid
Corona vóélt misschien als lang geleden.
Maar een nieuwe pandemie ligt altijd op de loer.
En daarom bereiden we ons nú voor.
We doen alles om de kans op een pandemie te verkleinen
Het aantal zieken zo laag mogelijk te houden.
En de gevolgen voor mens en economie te beperken.
Dat doen we door de zorg sterker en flexibeler te maken, met een groot pakket aan maatregelen.
We investeren bijvoorbeeld bij de GGD’en in extra personeel, scholing en onderzoek, voor de bestrijding van infectieziekten.
We doen meer om te voorkomen dat infectieziekten overgaan van dier op mens.
We bieden opleidingsplekken aan om verpleegkundigen flexibel inzetbaar te maken in acute zorg.
En we zorgen dat medische producten zoals mondmaskers beter leverbaar zijn tijdens een pandemie, door afspraken te maken met fabrikanten.
Elke pandemie vraagt om wat anders. Daarom oefenen we regelmatig of we goed op verschillende scenario’s zijn voorbereid.
Kijk voor meer informatie op deze pagina.
Klaar zijn voor volgende pandemie
Het kabinet neemt maatregelen om:
- de kans op een pandemie (een grote uitbraak van een ziekte) te verkleinen;
- te zorgen dat er tijdens een pandemie zo min mogelijk mensen ziek worden en overlijden;
- te zorgen dat de economie zoveel mogelijk kan doorgaan;
- te zorgen dat mensen zo veel mogelijk hun gewone leven kunnen blijven leven.
De voorbereiding op een pandemie heet ook wel pandemische paraatheid.
Om dat te bereiken gaat de overheid:
De overheid verbetert de bestrijding van infectieziekten en versterkt organisaties in de publieke gezondheidszorg, zoals de GGD’en (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Ze doet dit met de volgende maatregelen:
Ziektes in de gaten houden
De overheid trekt meer dan € 34 miljoen per jaar uit om nieuwe besmettelijke ziektes sneller te ontdekken en in de gaten te houden. In het begin heeft misschien maar 1 persoon een ziekte, maar zo’n ziekte kan zich verspreiden. Het RIVM krijgt extra geld om meer kennis te verzamelen over de veroorzakers van infectieziekten, zoals virussen en bacteriën, en de bestrijding ervan. Ook als er nog geen sprake is van een grote uitbraak. Het RIVM deelt deze kennis zodat de bestrijding van infectieziektes snel en goed loopt.
Zoönosen voorkomen
De kans dat ziektes van dieren op mensen overgaan moet zo klein mogelijk worden. Daarom komt er bijvoorbeeld extra geld voor het vergroten van de kennis over zoönosen (besmettelijke ziektes die mensen van dieren krijgen). Dat is niet alleen belangrijk voor zorgmedewerkers en mensen die veel met dieren werken, want iedereen moet weten wat de risico’s van zoönosen zijn.
Nieuwe crisisorganisatie
Er is een nieuwe crisisorganisatie opgericht die zich voorbereidt op een volgende pandemie. Deze gaat bijvoorbeeld contracten afsluiten, zodat er waar nodig snel meer personeel is dat kan testen op een ziekte, kan vaccineren en behandelen. Bij een volgende pandemie kan deze organisatie snel in actie komen.
De crisisorganisatie is onderdeel van het RIVM.
Meer personeel met kennis van infectieziekten
De GGD neemt meer personeel aan en is bezig extra medewerkers op te leiden en bij te scholen. Er komen ook meer artsen die gespecialiseerd zijn in infectieziektebestrijding. Verder krijgt de GGD geld voor onderzoek waarmee ze infectieziekten in de praktijk beter kunnen tegengaan.
Slimmer gebruiken van ICT
De overheid werkt samen met het RIVM en de GGD’en aan computersystemen voor infectieziektebestrijding die zonder problemen met elkaar samenwerken. Deze kunnen veel informatie tegelijk verwerken en zijn goed beveiligd. Het gaat bijvoorbeeld om informatie over hoeveel mensen ziek zijn en welke infectie ze hebben. Met die gegevens kunnen zorgmedewerkers én beleidsmakers goede beslissingen nemen. Onderzoekers gebruiken de informatie bijvoorbeeld om te kijken of maatregelen nut hebben. Mensen zelf krijgen ook toegang tot hun eigen gegevens: ze kunnen die inzien en beslissen met wie ze bepaalde informatie delen.
Landelijke maatregelen invoeren
De overheid kan landelijke maatregelen nemen als een landelijke infectieziekte daarom vraagt. Bijvoorbeeld de plicht om afstand van elkaar te houden. Natuurlijk gebeurt dat alleen als het echt niet anders kan. Dit is geregeld in de Wet publieke gezondheid.
Samenwerken met Caribisch Nederland
De overheid werkt samen met het Caribische deel van Nederland. Er gaat jaarlijks € 2,5 miljoen naar een Caribisch-Nederlands expertise-netwerk dat infectieziekten helpt bestrijden en kennis over de plaatselijke situatie heeft.
Kennis uitbreiden
De Rijksoverheid steekt meer geld in onderzoek. Bijvoorbeeld naar hoe virussen zich verspreiden en wat de invloed van ventileren daarbij is. Dat soort kennis is nodig om een ziekte goed te bestrijden.
De zorg in Nederland moet flexibel zijn. Bij een grote uitbraak van een besmettelijke ziekte is er namelijk snel veel zorg nodig. Dan moeten zorgmedewerkers bijvoorbeeld makkelijk op andere plekken kunnen werken. Tegelijk moet de gewone zorg ook doorgaan, ook als er snel veel patiënten zijn. De overheid vergroot daarom de capaciteit van de zorg met:
- de nationale zorgreserve, een netwerk van mensen die nu of vroeger in de zorg hebben gewerkt, die trainingen kunnen krijgen en zo snel kunnen bijspringen bij een pandemie. De overheid wil de nationale zorgreserve uitbreiden naar 5000 mensen;
- opleiding van zorgverleners zodat ze flexibeler in te zetten zijn. Er komen bijvoorbeeld 500 extra plaatsen bij de opleiding Basis Acute Zorg;
- meer samenwerking: in de (acute) zorg, in veiligheidsregio’s, provinciaal en landelijk;
- meer aandacht voor hygiëne en het voorkomen van infecties in de langdurige zorg, zoals gehandicaptenzorg en verpleeghuizen. Dat begint met kennis vergroten, bijvoorbeeld met een project als Samen scherp op schoon werk.
In een pandemie moeten er snel voldoende medische producten zijn. Bijvoorbeeld mondkapjes, medicijnen en vaccins. Daarom zet de overheid in op:
- meer medische producten maken in Nederland en Europa;
- vakmensen opleiden die weten hoe je vaccins maakt;
- in Europa samenwerken aan de productie van vaccins in tijden van nood door contracten met producenten af te sluiten;
- snelle procedures voor veilige nieuwe geneesmiddelen in crisistijd.