Artsen kunnen in bijzondere gevallen een patiënt helpen met sterven door middel van euthanasie of hulp bij zelfdoding. Artsen mogen dat alleen doen als een patiënt daar zelf om vraagt. In de Euthanasiewet staan alle regels die gelden bij euthanasie of hulp bij zelfdoding. De officiële naam van de Euthanasiewet is Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl).
Verschil tussen euthanasie en hulp bij zelfdoding
- Bij euthanasie dient een arts de patiënt een dodelijk middel toe.
- Bij hulp bij zelfdoding geeft de arts een dodelijk middel aan de patiënt, waarna de patiënt dat middel zelf inneemt.
Soms wordt voor beide vormen van helpen met sterven het woord ‘euthanasie’ gebruikt.
Euthanasie is strafbaar, tenzij aan alle voorwaarden uit de Euthanasiewet is voldaan
Een einde maken aan het leven van iemand anders is strafbaar, ook als iemand daar zelf om vraagt. Ook is het strafbaar om iemand te helpen zichzelf te doden. Of middelen daarvoor te geven als iemand daardoor vervolgens overlijdt. In bijzondere gevallen mag een arts wel euthanasie of hulp bij zelfdoding verlenen als een patiënt daar zelf om vraagt. Dat kan als iemand niet meer beter wordt. En als er niets meer aan het lijden te doen is. De arts is niet strafbaar als hij zich houdt aan alle 6 zorgvuldigheidseisen uit de Euthanasiewet.
Alleen patiënt zelf kan om euthanasie vragen
Euthanasie is alleen mogelijk als een patiënt er zelf om vraagt. Familie of vrienden van een patiënt kunnen er niet om vragen. Ook kinderen vanaf 12 jaar kunnen zelf om euthanasie vragen. Er gelden dan wel aanvullende regels:
- Is een kind tussen de 12 en 16 jaar, dan mag een arts alleen euthanasie verlenen als de ouders of voogd hebben aangeven dat zij instemmen met de vraag om euthanasie van het kind.
- Is een kind tussen de 16 en 18 jaar, dan moeten de ouders bij de beslissing betrokken zijn.
Verzoek om euthanasie kan mondeling
Het is niet nodig om een euthanasiewens op te schrijven. Een mondeling verzoek om euthanasie is voldoende.
Euthanasiewens opschrijven
Een patiënt kan ook opschrijven dat hij euthanasie wil en in welke situatie. Dit heet een schriftelijk euthanasieverzoek. Een schriftelijk euthanasieverzoek kan in de plaats komen van een mondeling euthanasieverzoek als iemand later zijn wens niet meer zelf kan vertellen. Meer informatie over het schriftelijk euthanasieverzoek, en hoe je een verzoek schrijft, staat in de Brochure schriftelijk euthanasieverzoek.
Eisen volgens de wet
Naast een euthanasiewens van de patiënt zelf (mondeling of geschreven) is het nodig dat een arts bekijkt of ook aan de andere eisen van de Euthanasiewet wordt voldaan. Er zijn in totaal 6 zorgvuldigheidseisen. Zelfs als aan die 6 zorgvuldigheidseisen is voldaan, is de arts niet verplicht om euthanasie te verlenen.
Bij welke ziekte of aandoening is euthanasie mogelijk?
Mensen kunnen euthanasie krijgen, als zij lijden aan een ziekte of aandoening die niet te genezen is en als het niet mogelijk is om het lijden op een andere wijze te verzachten. Iemand hoeft niet bijna dood te gaan, voordat euthanasie mag. Maar euthanasie mag alleen bij mensen die lijden door een medische oorzaak. Het gaat bijvoorbeeld om kanker of hart- of vaataandoeningen, maar ook om:
- een psychiatrische aandoening;
- dementie;
- een stapeling van ouderdomsaandoeningen (zoals gehoor- of gezichtsstoornissen).
Euthanasie is dus niet mogelijk als iemand ‘moe is van het leven’ of het leven ‘voltooid’ vindt zonder dat daar een medische oorzaak voor is.
Arts hoeft niet mee te werken aan euthanasie
Niemand heeft recht op euthanasie. Een arts mag dus ook een vraag om euthanasie weigeren vanwege persoonlijke bezwaren, bijvoorbeeld vanwege geloofsovertuigingen. Dit geldt ook als een patiënt een schriftelijk euthanasieverzoek heeft. En ook als in de situatie van een patiënt aan alle zorgvuldigheidseisen van de wet wordt voldaan. Ga daarom altijd met uw arts in gesprek over uw euthanasieverzoek. Dan weet u op tijd of uw arts u euthanasie wil verlenen. Als een arts geen euthanasie wil uitvoeren, moet de arts dit altijd op tijd tegen de patiënt zeggen. Dan kan de patiënt naar een andere arts gaan. Soms stuurt de arts een patiënt door naar het Expertisecentrum Euthanasie. Daar kunnen mensen naartoe met een euthanasieverzoek als de eigen (huis)arts het verzoek niet kan of wil uitvoeren. Het verzoek van de patiënt moet ook dan voldoen aan alle zorgvuldigheidseisen.
Artsen moeten euthanasie melden
Een arts die euthanasie heeft verleend, moet dit altijd direct melden bij de gemeentelijke lijkschouwer. Dit is een arts die de doodoorzaak onderzoekt.
De gemeentelijke lijkschouwer stuurt de melding van euthanasie daarna door naar de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE). De RTE beoordeelt of de euthanasie volgens de wet is uitgevoerd. De toetsingsprocedure bij euthanasie staat op de website van de RTE.
5 regionale commissies controleren of euthanasie volgens de wet is uitgevoerd
Er zijn 5 Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE), verspreid over Nederland. In iedere commissie zitten een jurist, een arts en een ethicus. De commissies kijken of artsen zich hebben gehouden aan de 6 zorgvuldigheidseisen uit de wet. Oordelen van de RTE zijn te vinden op hun website. Er staat niet bij over wie het oordeel gaat.
Euthanasie niet volgens de wet
Als een van de RTE’s vindt dat een arts zich niet aan de wet heeft gehouden, dan meldt de RTE dit aan het Openbaar Ministerie (OM) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Zij kunnen een onderzoek starten en naar de (tucht)rechter stappen. De straf die de arts kan krijgen, verschilt:
- Bij euthanasie: gevangenisstraf van 12 jaar of minder, of een geldboete.
- Bij hulp bij zelfdoding: gevangenisstraf van 3 jaar of minder, of een geldboete.