Het kabinet wil dat pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst van maximaal 3 dagen per week vanaf 1 januari 2026 wettelijk recht krijgen op WW, WAZO, Ziektewet en WIA. Het doel hiervan is om alle pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst zoveel mogelijk dezelfde rechten te geven.
Stand van zaken wetsvoorstel
De Tweede Kamer heeft op 4 februari 2026 ingestemd met het wetsvoorstel. De Eerste Kamer moet hierover nog beslissen. Als de Eerste Kamer ook akkoord gaat, gaat de wet per 1 januari 2026, met terugwerkende kracht in. Kijk voor de stand van zaken van het wetsvoorstel op de website van de Eerste Kamer.
Wet gaat met terugwerkende kracht in
De Tweede Kamer behandelde het wetsvoorstel op 19 januari 2026, en dus niet vóór 1 januari. Toch heeft het kabinet besloten dat de wet met terugwerkende kracht ingaat. Dit gebeurt omdat de Sociale Verzekeringsbank, zorgkantoren, gemeenten en zorgverzekeraars hun werkwijze al hebben aangepast. Ook zijn budgethouders en zorgverleners al geïnformeerd.
De terugwerkende kracht geldt vanaf het moment dat zowel de Tweede als de Eerste Kamer instemmen. Dit betekent dat de wet, ook al wordt deze pas later goedgekeurd, toch ingaat vanaf 1 januari 2026.
Pgb-zorgverleners die maximaal 3 dagen werken hebben nu minder rechten
Pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst van maximaal 3 dagen doen vaak hetzelfde werk als zorgverleners die 4 dagen of meer werken. Toch hebben zij op dit moment minder rechten. Ze krijgen bijvoorbeeld maar 6 weken loon doorbetaald bij ziekte. De overheid wil deze regels voor een deel aanpassen.
Aanleiding is een uitspraak van de rechter in maart 2023. Die oordeelde dat pgb-zorgverleners dezelfde rechten moeten hebben, omdat er anders sprake is van discriminatie. Door die uitspraak hebben pgb-zorgverleners met terugwerkende kracht per 16 december 2021 mogelijk recht op een WW-, WIA-, WAZO- en Ziektewetuitkering. Ze mogen voor deze regelingen niet meer worden uitgesloten. In de praktijk wordt hier al uitvoering aangegeven en met dit wetsvoorstel wordt het ook wettelijk geregeld.
Geen extra rechten voor pgb-zorgverleners zonder arbeidsovereenkomst
Er zijn ook pgb-zorgverleners die geen arbeidsovereenkomst hebben met een budgethouder. Hierbij gaat het om een ‘overeenkomst van opdracht’. Deze zorgverleners krijgen niet dezelfde rechten als zorgverleners met een arbeidsovereenkomst. Dit geldt voor bijvoorbeeld:
- eerste- en tweedegraads familieleden of een (huwelijks)partner;
- zzp’ers, zelfstandig ondernemers en freelancers;
- zorginstellingen.
Gelijke rechten en plichten voor pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 2026
Vanaf 1 januari 2026 hebben alle pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst zoveel mogelijk dezelfde rechten. Naast een verplichte werknemersverzekering voor de WW, Ziektewet en WIA, krijgen zij ook recht op 104 weken loondoorbetaling bij ziekte.
Voor pgb-zorgverleners met een arbeidscontract voor maximaal 3 dagen geldt dat zij:
- verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen (WW, Ziektewet en WIA) en de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw);
- via hun budgethouder de salarisadministratie door de Sociale Verzekeringsbank laten doen (voor Wlz, Wmo en Jeugdwet is dit verplicht);
- bij ziekte maximaal 104 weken doorbetaald krijgen;
- na die 104 weken ziekte, onder voorwaarden, recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA);
- recht hebben op een werkloosheidsuitkering (WW), als zij voldoen aan de voorwaarden;
- recht hebben op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering (WAZO) die samenhangt met het dagloon, in plaats van het minimumloon;
- recht hebben op bijzonder verlof, zoals zwangerschaps- en bevallingsverlof, calamiteitenverlof en zorgverlof.
Let op: De wet geldt dus nog niet voor pgb-budgethouders die via de Zorgverzekeringswet zorg ontvangen en die de administratie nog niet bij de Sociale Verzekeringsbank hebben belegd. Voor hen gaat de wet pas later gelden. Zorgverleners van deze budgethouders kunnen zich wel al melden bij het UWV voor een WW-, WIA-, WAZO- of Ziektewetuitkering.
Voor budgethouders die een pgb-zorgverlener in dienst hebben, geldt vanaf 1 januari 2026 dat zij:
- verplicht zijn om de premies voor de werknemersverzekeringen en Zvw af te dragen. Dit zijn werkgeverslasten;
- samen met de zorgverlener verantwoordelijk zijn voor de re-integratie als de zorgverlener ziek wordt. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kan daarbij ondersteunen;
- de salarisadministratie door de SVB moeten laten doen (budgethouders in de Wlz, Wmo of Jeugdwet) of hiervoor mogen kiezen (budgethouders in de Zvw);
- hogere kosten hebben voor dezelfde zorg als de arbeidsovereenkomst met de zorgverlener doorloopt van 2025 naar 2026.
Premies sociale zekerheid komen uit het persoonsgebonden budget
De kosten voor verzekeringen van werknemers, zoals WW, Ziektewet en WIA, zijn ongeveer 20% bovenop het brutoloon. Werkgevers betalen deze kosten. In dit geval zijn budgethouders de werkgever. Zij betalen deze premieafdracht uit het persoonsgebonden budget.
Pgb-zorgverleners hebben per 1 januari 2026 ook recht op 104 weken loon doorbetaling bij ziekte. Dit kost budgethouders geen extra geld. Dit wordt voor de budgethouders vergoed, net als nu al het geval is voor de periode van 6 weken loondoorbetaling bij ziekte.
Soms extra budget om werkgeverspremies te kunnen betalen
Budgethouders kunnen aanspraak maken op extra budget om werkgeverspremies te kunnen betalen. Dit geldt voor budgethouders die voor 1 januari 2026 pgb-zorgverleners in dienst hadden met een arbeidsovereenkomst van maximaal 3 dagen per week. Hoe dit is geregeld, verschilt per wet.
Budgethouders krijgen vanaf 2026 maximaal 2 jaar extra geld om de werkgeverspremies te betalen. Hiervoor hoeven zij niets te doen. Het zorgkantoor neemt contact op. Dit geld staat nog niet in de toekenningsbeschikking 2026. Informatie over het extra budget volgt later.
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) geeft gemeenten geld, waarmee budgethouders de werkgeverspremies kunnen betalen. Sommige gemeenten geven al een pgb-budget waarin met deze premies rekening wordt gehouden. Gemeenten bepalen zelf of en op welke manier zij budgethouders financieel hulp bieden. Budgethouders kunnen hierover contact opnemen met hun gemeente.
Deed de SVB in 2025 de salarisadministratie voor de budgethouder? Dan krijgt de budgethouder vanaf 2026 maximaal 2 jaar extra geld om de werkgeverspremies te betalen. Hiervoor hoeft de budgethouder niets te doen. De budgethouder ontvangt hierover een brief van de SVB.
Deed de SVB in 2025 de salarisadministratie niet voor de budgethouder? Dan gaat de nieuwe wet voor deze groep budgethouders later in. Voor hen verandert er nu niets. Er wordt nu gekeken naar een goede oplossing. Deze budgethouders hoeven nu niets te doen.