De wet Versterking regie volkshuisvesting treedt per 1 juli in werking. De Eerste Kamer stemde vandaag in met het wetsvoorstel van minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De inwerkingtreding van de wet is een belangrijke mijlpaal in het aanpakken van de woningnood. De wet zorgt voor versnelling van de woningbouw, onder meer door kortere procedures. Rijk, provincies en gemeenten kunnen met de wet beter sturen op hoeveel, waar en voor wie zij woningen gaan bouwen. Urgent woningzoekenden krijgen in de wet in alle gemeenten kans op een woning.

Minister Boekholt-O’Sullivan: “De woningnood is hoog en veel mensen zijn op zoek naar een passende woning. Deze wet biedt de duidelijkheid en versnelling die nodig is om snel meer woningen toe te voegen. Met deze wet is de discussie over betaalbaarheidsafspraken beslecht: we bouwen tweede derde betaalbare woningen, waarvan 30 procent sociale huurwoningen. De wet zorgt ook voor meer tempo en duidelijkheid. Dat is hard nodig, zodat woningzoekenden de volgende stap in hun leven kunnen zetten.”

Duidelijkheid

De wet verplicht Rijk, provincies en gemeenten een zogeheten volkshuisvestingsprogramma te maken waarin staat hoeveel, waar en voor welke doelgroepen – zoals ouderen en studenten – zij gaan bouwen. Gemeenten maken hier binnen hun woningbouwregio afspraken over. Provincies sturen op voldoende bouwlocaties bij gemeenten. Als gemeenten of provincies er onderling niet uitkomen, kunnen de Provincie of het Rijk uiteindelijk knopen doorhakken.

Voldoende betaalbare woningen

Twee derde van de te bouwen woningen – zowel koop als huur –  moet betaalbaar zijn voor mensen met een laag inkomen of middeninkomen en 30% van alle nieuwbouw moet bestaan uit sociale huur. Dit geldt regionaal en dus niet per gemeente of project. Gemeenten die een kleine sociale huurvoorraad hebben en onder het landelijke gemiddelde zitten, nemen verplicht 30% sociale huur op in hun nieuwbouwprogrammering. Gemeenten boven het gemiddelde vullen hun nieuwbouwopgave in met meer dan 40% betaalbare koop- en middenhuurwoningen. Zo ontstaat een goede balans in de regio en in een gemeente. Corporaties en marktpartijen krijgen hiermee langjarig duidelijkheid over welke woningen er gebouwd moeten worden.

Kortere procedures

Voor woningbouw en energieinfrastructuur kunnen de beroepsprocedures worden verkort. De bestuursrechter doet binnen zes maanden uitspraak en ook het beroep wordt versneld behandeld. Bij vergunningverlening komt verder één gang naar de rechter in plaats van twee. Zo is veel sneller duidelijk of een plan kan doorgaan. De tijdwinst kan oplopen tot een jaar.

Eerlijkere verdeling urgent woningzoekenden

In de wet zijn landelijk groepen urgent woningzoekenden aangewezen. Alle gemeenten moeten bijdragen aan huisvesting van urgent woningzoekenden en daar in de regio onderling afspraken over maken. Gemeenten worden verplicht om een huisvestingsverordening tehebben waarin een urgentieregeling is opgenomen. Hierin leggen gemeenten ook de regionale verdeelafspraken vast. Zo maken urgent woningzoekenden meer kans op een passende woning.

Gefaseerde inwerkingtreding

De wet gaat in op 1 juli 2026, maar wordt op sommige onderdelen in fases geïmplementeerd. Zo moeten het Rijk en gemeenten uiterlijk 1 juli 2027 hun volkshuisvestingsprogramma af hebben. Provincies hebben een half jaar langer de tijd. Uiterlijk 1 januari 2028 stellen gemeenten hun huisvestingsverordening vast. In het esluit Versterking regie volkshuisvesting worden onderwerpen uitgewerkt. Dit besluit gaat naar verwachting in op 1 januari 2027.