Nederland wil vooruit. Daarom presenteert het kabinet een maatregelenpakket om Nederland weer in beweging te brengen. Zodat boeren duidelijkheid krijgen, de natuur zich herstelt, bouwers weer kunnen bouwen en we weer vergunningen kunnen verlenen. Daarvoor moeten alle sectoren leveren. Het pakket bestaat onder meer uit doelen op bedrijfsniveau, een norm voor een betere balans tussen koeien(mest) en land, extra maatregelen in gebieden waar de natuur het meest onder druk staat, investeringen in natuurherstel.  Ook voert het kabinet zo snel mogelijk een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens in. Met deze maatregelen trekt het kabinet zo de vergunningverlening weer vlot, en krijgen boeren en ondernemers duidelijkheid en steun voor toekomstbestendige keuzes.

Minister Van Essen: "Nederland zit al te lang vast: vergunningen blijven liggen, plannen lopen vertraging op en boeren weten niet waar ze aan toe zijn. Dat slot doorbreken we vandaag. Met dit samenhangende, ambitieuze pakket geven we weer ruimte voor boer, bouw en natuur. De veranderingen die voor ons liggen vragen veel, zeker ook van boeren. Daarom investeren we 20 miljard euro om samen de omslag te maken, de stilstand te doorbreken en de vergunningverlening weer op gang te brengen." 

Een landbouw voor de toekomst

Ondernemers willen zelf aan het stuur zitten. Daarom komt het kabinet met normen waarmee boeren zelf kunnen sturen op het verlagen van de stikstofemissie. Voor de melkveehouderij wordt deze norm vastgesteld op 0,164 kilo ammoniak per fosfaatrecht in 2035. Voor de pluimvee-, varkens- en kalverhouderij volgen de normen begin 2027. De norm is gebaseerd op wat ondernemers met de best beschikbare technieken realistisch kunnen bereiken op hun bedrijf, bijvoorbeeld door aanpassingen aan de stal of aan het voer. Daarmee wordt een belangrijk deel van de landbouwopgave gerealiseerd. Het overige deel wordt ingevuld met het verminderen van de aanwending van mest, extensivering, vrijwillige beëindigingen en afroming van dierrechten bij overdracht buiten familieverband.

De bedrijfsnormen geven aan hoeveel uitstoot in 2035 nog is toegestaan. Ondernemers die de afgelopen jaren al flinke stappen hebben gezet, zien die inspanningen daarin terug. Tegelijkertijd kunnen boeren rekenen op omvangrijke ondersteuning om aan de normen te voldoen. Voor aanpassingen van onder meer stallen en voer, is 2 miljard beschikbaar.  Voor een toekomstbestendige melkveehouderij zet het kabinet daarnaast in op extensivering door de invoering van een grondgebondenheidsnorm van 2,6 GVE/ha met o.a. ruimte voor samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers. Het kabinet werkt deze maatregel zorgvuldig uit met aandacht voor de ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen.

Gerichte aanpak rond kwetsbare natuur

Er worden aanvullende maatregelen genomen waar de natuur dat het hardst nodig heeft. Daarbij gaat het niet alleen om stikstof, maar ook om verdroging, versnippering van natuur en de waterkwaliteit. Omdat maatregelen rond kwetsbare natuur- en watergebieden het meest effectief zijn, kiest het kabinet voor een gerichte aanpak in deze gebieden. Door gericht te kiezen voor maatregelen bij kwetsbare natuurgebieden kan er in grote delen van het land weer meer. Daarom worden rond deze gebieden zones ingesteld waar aanvullende maatregelen gelden.

Naar verwachting is voor ongeveer 100 stikstofgevoelige natuurgebieden een aanvullende zone nodig. Voor circa 15 van deze gebieden geldt een zone van 1.000 meter en voor de andere gebieden gaat het om een zone van 500 meter. Voor industriële piekbelasters in de zones komt er een aparte aanpak. In de zones komt een aanpak om o.a. verdere verslechtering van de natuur, water- en bodemkwaliteit te voorkomen.  In deze gebieden blijft ruimte voor extensieve landbouw. 

Het kabinet is zich ervan bewust dat dit een ingrijpende maatregel is. Daarom werken we samen met provincies aan een ondersteunend pakket voor boeren. Dit pakket omvat onder meer de herwaardering van landbouwgrond, een regeling voor extensieve bedrijfsvoering en ondersteuning voor omschakeling naar biologische landbouw. Hiervoor is 9 miljard beschikbaar.

Natuurherstel, met inzet van alle sectoren

Natuur is belangrijk voor iedereen en alleen via natuurherstel komt Nederland van het slot. Daarom wordt er 2,2 miljard euro in natuurherstel en beheer geïnvesteerd. Om te zorgen dat terreinbeherende organisaties snel aan de slag kunnen met het opschalen en uitbreiden van bestaande beheer- en herstelmaatregelen, trekken we in 2026 al 100 miljoen euro uit voor het uitvoeren van concrete projecten. Over uitvoering, resultaten en verantwoording maken we heldere afspraken met medeoverheden en terreinbeherende organisaties.

Ook de industrie en de mobiliteit leveren een forse bijdrage: 50% stikstofreductie in 2035. Een belangrijk deel van die reductie wordt gehaald via klimaat- en milieubeleid, maar het kabinet kiest ervoor om ook in deze sectoren een extra stap te zetten en in totaal 250 miljoen euro vrij te maken voor stikstofmaatregelen. Het gaat hierbij om maatregelen die effectief bijdragen aan stikstofreductie in de Natura 2000-gebieden en die snel uitvoerbaar zijn. Zoals een zoneringsaanpak voor industrie rondom kwetsbare natuurgebieden, schonere bouw en binnenvaart en een nieuwe openstelling van de regeling Beperking Ammoniakemissie Industrie. 

Ook supermarkten en andere ketenpartijen zijn een onmisbare schakel in de veranderingen waar we voor staan. Een grotere vraag naar o.a. biologische producten is essentieel voor het succes van de omschakeling naar biologische landbouw. Boeren die willen omschakelen hebben vertrouwen nodig in een structurele en significante groei van die vraag. Daarom worden vóór 1 april 2027 harde afspraken gemaakt met supermarkten en verwerkers; lukt dat niet, dan volgt wettelijke stimulering per 1 januari 2029.  De Rijksoverheid neemt het voortouw hierin door meer biologisch en duurzaam voedsel te gaan inkopen.

Borging en vergunningverlening

Met dit pakket neemt het kabinet de maatregelen die nodig zijn om weer vergunningen te verlenen. Tegelijkertijd worden duidelijke afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat de maatregelen ook echt het gewenste resultaat opleveren. Het kabinet zorgt ervoor voor dat het wetsvoorstel met de nieuwe stikstofdoelen voor alle sectoren in oktober naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Alle maatregelen worden vastgelegd in een bijbehorend programma, waardoor er een stevige juridische basis ontstaat om de vergunningverlening weer vlot te trekken. PAS-melders hebben daarbij prioriteit: dit pakket biedt een stevige basis om handhavingsverzoeken te voorkomen. Vergunningverlening voor verduurzaming (emissiereductie) wordt weer mogelijk. Salderen kan bijdragen aan het vergunnen van nieuwe projecten. Ook voert het kabinet zo snel mogelijk een rekenkundige ondergrens in. Activiteiten met een zeer beperkte stikstofneerslag hebben dan geen vergunning meer nodig. Dit maakt het realiseren van projecten met een beperkte stikstofneerslag, zoals in de woningbouw, energietransitie en infrastructuur, eenvoudiger.

Beeld: © Rijksoverheid