Kindgesprek

In dit filmpje is te zien hoe een kindgesprek met de rechter kan gaan. Het kindgesprek vindt plaats nadat het kind (van 12 tot 18 jaar) hiervoor per brief is uitgenodigd door de rechtbank.

Het kindgesprek is een van de manieren waarop het kind zijn of haar stem kan laten horen tijdens een juridische procedure.

Kindgesprek

Ik had een brief gekregen van de kinderrechter.

Er stond in dat de rechter een belangrijke beslissing over mij moest nemen.

Ik mocht voor een gesprek komen.

Een hele goede morgen.

Ik dacht van ‘Ohh dan moet ik naar de rechtbank toe’.  

Toen ben ik er heen gegaan en m’n moeder ging ook mee.

Goed, mag u onder de poort.

Goedemorgen dame. U heeft voor de rest geen metalen voorwerpen in uw zak?

Ik vond het best wel spannend in het begin want ik wist niet wat ik moest verwachten.

Het was super groot, echt een super groot gebouw. 

En dan zie je zo’n rechter of iemand met zo’n toga. 

En ik zag ook andere kinderen.

Wij hebben een afspraak voor een kindgesprek.

Ik ben nooit in een rechtbank geweest.

Rechtbank Familie- en Jeugdrecht inzake …

Op televisie zie je allemaal van die rechters. En dat zijn dan altijd strenge mannen.

En dan zit je in een grote zaal met veel mensen d’r omheen en dan hoort iedereen wat je zegt. Ook wat je verkeerd zegt.

En dan denk ik ‘Zou het bij mij ook zo gaan?’

Goedemorgen. Jij bent Paul denk ik.

Ja.

Ja, ik ben Johan, ik ben de rechter. 

En jij hebt een uitnodiging gehad voor het kindgesprek?

De rechter heette Johan en hij kwam me zelf ophalen.

Vind je het spannend?

We gingen niet naar zo’n grote zittingszaal, maar naar een aparte kamer.

Dit is Sanne. En ja, die typt mee hè, met alles wat we allemaal zeggen.

Alles?

Nou, ja wel bijna alles hè? Je kan wel …

Redelijk.

Ja, die kan heel snel typen.

Ik ben de rechter. Dat zie je misschien niet aan mij want ik heb geen toga aan.

De rechter was een mevrouw en we zaten aan een tafel in een klein kamertje.

Dat verslagje gaat niet naar je ouders, maar dat stoppen we wel in het dossier zodat we terug kunnen lezen wat je allemaal hebt gezegd.

En als je aan het eind van het gesprek denkt ‘Dit vind ik wel lastig als mijn vader of mijn moeder dat weet’…

Nou eigenlijk boeit het me niet want ik zeg wat ik vind, dus, ja …

Weet je waarom we jou hebben uitgenodigd vandaag voor dit gesprek?

Ja.

Kan je d’r iets over vertellen waarom dat volgens jou is? 

Ja dat was de situatie met de nieuwe vrouw van mijn vader. Toen werd het allemaal wat minder.
Die vond mij en mijn moeder niet zo heel leuk, dus toen werd het allemaal wat moeilijker.
Ik mocht alleen maar op vrijdagavond komen en voor de rest niet.

Ja, dus je hebt er veel last ook, van de hele situatie?

Ja.

Toen ze uit elkaar gingen toen was je zeven jaar, acht jaar?

Ja. Zeven.

Dat is een verdrietige periode geweest, of niet?

Ja.

Soms denk ik - waarom kunnen jullie niet samen zijn, snapt u?

Als ik zie hoe mijn vader toen met mijn moeder omging, dat was gewoon echt niet leuk.

Het idee dat je ook al niet welkom bent dat is ook al niet fijn.

De rechter luisterde goed naar mij.

Hij herhaalde ’t hoe ik het vertelde.

Ja dat is wel wat ik vind ja.

Ik ga straks op de zitting - Ho, m’n pen valt - op de zitting ook kort aan je ouders vertellen wat wij ongeveer hebben besproken.

Ik wist natuurlijk niet hoe hij het dan zou zeggen tegen mama en pappa en dat ik dan papa tegenkom en dan dat ie dan alles gehoord heeft wat  ik over ‘m heb gezegd.

Zijn er dingen die ik helemaal niet mag vertellen? Zijn er dingen die ik juist wèl moet vertellen?

Mag ik vertellen wat wij hebben besproken kort?

D’r zitten geen geheimen bij, die ik niet mag verklappen?

Ja u mag wel veel vertellen, maar niet alles.

De rechter was heel duidelijk en ik vond het fijn dat ze me begreep.

Het is natuurlijk niet zo dat jij beslist, maar we hebben heel goed geluisterd naar wat jij d’r van vindt. 

Maar dat wil niet zeggen dat we het precies zo gaan doen hè, dat weet jij ook wel toch?

Ja.

Ik moet ook rekening houden met wat je moeder vindt. 

Ik moet ook rekening houden met wat je vader vindt. 

Maar ik heb goed geluisterd dus ik weet wat jij wilt. En wat je niet wilt.
 
Heb je nog tips voor je ouders? Wat kunnen ze beter doen om jouw leven een beetje leuker te maken?

En je mag niet zeggen ‘meer zakgeld’.

[Lach]

Ik loop effe met je mee terug.

Nou dat viel wel mee toch?

Ja.

Gelukkig.